WETGEVING
Install Magazine 958 – maart 2019
Wijzigingen in de Vlaamse EPB regelgeving
Met elk nieuw jaar zijn er ook nieuwe wijzigingen in de EPB-regelgeving. Voor 2019 blijven de veranderingen voor onze sector beperkt. De Onderneming sprak met Luc Dedeyne, energieconsulent voor Bouwunie, over de belangrijkste wijzigingen voor de installatiesector. Een kort overzicht:
Intensieve ventilatie
Een simpele manier om oververwarming tegen te gaan, is om in de zomer ’s nachts de vensters open te zetten. Dat kan nu in de EPB-regeling voor woningen in rekening worden gebracht. Men mag echter niet zomaar elk raam meetellen; dat kan alleen in zoverre het raam in kwestie geen risico op inbraak vertegenwoordigt. Om dat te bepalen heeft het VEA een uitgebreide en diepgaande beoordelingsmethode opgesteld. Het zou ons veel te ver leiden om daarop in te gaan, ook al omdat dit hoofdzakelijk een kwestie voor de architect is. Als HVAC-professional is het echter interessant om weten dat intensieve natuurlijke ventilatie kan worden meegenomen in het ontwerp.
SWW telt mee voor aandeel hernieuwbare energie
Bij het bepalen van het minimumaandeel aan hernieuwbare energie werd tot nu toe alleen maar gekeken naar de opbrengst van die systemen voor verwarming; wie duurzame SWW-systemen toepaste, viel uit de boot. Daar is nu verandering in gekomen, omdat nu ook warmtepompboilers en zonneboilers meetellen in de berekening van het minimumaandeel. Dat is een welkome duw in de rug voor deze technieken, ook al omdat zonnecollectoren in het kader van de EPB-regels vooral gevaloriseerd worden als ze voor SWW worden toegepast.
In dit verband vermelden we ook dat voor niet-woongebouwen (EPN) het verplichte aandeel van 15 kWh/m2 per jaar naar 20 kWh/m2 per jaar gebracht is. In de praktijk mag het geen probleem zijn om dit te halen.
Passieve koeling met geothermische installaties
Bodem-water warmtepompen kunnen oververhitting eveneens tegengaan door middel van passieve koeling. Dat heeft ook een gunstig effect op het installatierendement op jaarbasis, omdat zo de bron wordt geregenereerd voor het volgende stookseizoen. Ook dat effect wordt nu in de EPB-bepaling opgenomen. Daarbij telt wel alleen het oppervlak aan vloerverwarming mee. Passieve koeling via de wanden of klimaatplafonds wordt vooralsnog niet gevaloriseerd.
Het effect van deze regel kan ingrijpend zijn, zoals blijkt uit het rekenvoorbeeld van tabel 1. Het basisgeval is een woning met een E-peil van E39 en 4872 oververhittingsuren. Plaatst men alleen actieve koeling, dan blijft het aantal oververhittingsuren constant, maar anderzijds stijgen zowel het E-peil als de CO2-uitstoot. Met passieve koeling, daarentegen, dalen zowel de oververhitting als het E-peil drastisch: men komt uit op E32, een winst van 7 punten, en het aantal oververhittingsuren is gereduceerd tot iets meer dan een tiende (518 uren). Combineert men deze configuratie met PV-panelen, wordt het resultaat nog gunstiger: het E-peil daalt tot 20 en de CO2-uitstoot wordt zo ongeveer gehalveerd. In deze regeling heeft de combinatie PV en geothermie duidelijk de wind in de zeilen.
Hulpenergie voor ventilatoren
Bij de opgave van het verbruik van ventilatoren kon het in de vorige versie van de software gebeuren dat de vereenvoudigde berekening met standaardwaarden voordeliger uitviel dan de gedetailleerde. Dat gaat uiteraard in tegen de filosofie van de EPB-berekening. Daarom zijn nu de standaardwaarden ongunstiger gemaakt, zodat men meer te winnen heeft bij een gedetailleerde opgave, liefst aan de hand van een meting ter plaatse.
Regels voor warmtepompen en VRF-systemen
VRF-systemen zijn in staat om warmte te recupereren van gekoelde ruimtes om die dan te sturen naar ruimtes die verwarmd moeten worden. In die gevallen kan men een recuperatiefactor toepassen in de E-peilberekening. Die factor hangt af van:
- de bruto-energiebehoeften voor verwarming van de gebouwdelen die de VRF-bedient
- de bruto-energiebehoeften voor koeling van de gebouwdelen die de VRF-bedient
- welke functionele delen bediend worden door de VRF
Daarbij wordt het rendement van de VRF is verwarmingsmodus berekend als voor een warmtepomp, en in koelmodus als voor een compressoraangedreven koelmachine. Deze regel geldt alleen voor de EPN-berekening (niet-woongebouwen) omdat VRF-systemen typisch alleen in commerciële gebouwen en utiliteiten worden toegepast.
Voor de bepaling van het rendement van warmtepompen die onder ecodesign vallen (EU-verordeningen 813/2013, 206/2012 of 2016/2281) kan men gebruik maken van de ecodesign-gegevens. De Vlaamse overheid hanteert daarbij een specifieke factor voor seizoensrendement (SCOPon). Die moet aangevraagd worden bij de fabrikant of kan berekend worden met een apart rekenblad. Voor warmtepompen die niet onder een van de ecodesign-verordeningen vallen, moet het rendement berekend worden aan de hand van seizoensprestatiefactor.
Opwekkingsrendement voor lokale verwarming
Voor lokale verwarming, concreet gesproken kachels en open haarden, gelden nieuwe regels. Voor toestellen die na 1 januari 2018 op de markt werden gebracht, met een vermogen tot 50 kW en die onder ecodesign vallen (verordening 2015/1188), maakt men gebruik van het rendement volgens ecodesign, vermenigvuldigd met een factor die de verhouding tussen de calorische bovenwaarde en onderwaarde van de brandstof uitdrukt.
Voor andere kachels, kan men ofwel een gedetailleerde berekening maken, ofwel waarden bij ontstentenis gebruiken, ofwel werken met vaste waarden. De gedetailleerde berekening is gelijkaardig aan die voor de toestellen volgens ecodesign: een factor voor de brandstof, vermenigvuldigd met een normrendement. Dat normrendement wordt dan bepaald op basis van verschillende Europese productnormen. Deze methode zou in het voordeel moeten spelen van pelletkachels.
Opnieuw groenestroomcertificaten
Een opvallende nieuwigheid is tenslotte de herinvoering van de groenestroomcertificaten. In tegenstelling tot de vorige regeling wordt de hoeveelheid elektriciteit om te voldoen aan het verplichte aandeel hernieuwbare energie niet meer in rekening gebracht. Produceert men echter meer elektriciteit, dan worden er voor die extra hoeveelheid wel groenestroomcertificaten uitgekeerd.
Er zijn uiteraard nog verschillende andere wijzigingen in de E-peilberekening, zoals de bepaling van de thermische massa. Bovendien werd er een nieuwe berekeningssoftware ingevoerd, met een andere manier om de gegevens in te voeren. Dergelijke aspecten hebben echter minder invloed op het ontwerp en de uitvoering van de installaties. In het voorgaande schetsten we dus alleen maar de voornaamste punten waar de HVAC-specialist rekening mee moet houden. Uitgebreidere informatie is te vinden bij VEA zelf.












