EVENEMENTEN  
Install Magazine 943 – september 2017

Renovatie van HVAC-installaties

Gezamenlijke studiedag van Pixii en Atic

Pixii, het kenniscentrum rond energieneutraal bouwen, organiseerde samen met Atic, de vereniging van HVAC-technici, een Expert Day over de renovatie van HVAC-installaties in residentiële, collectieve en tertiaire gebouwen. Een reeks deskundigen overliep alle aspecten van de problematiek, van de wetgeving tot praktijkervaringen.

Complexe wettelijke situatie

Als eerste spreker gaf Christophe Demotte (WTCB) een overzicht van de reglementen en normen. De situatie is, zacht gezegd, complex. Om te beginnen hebben de drie gewesten elk hun eigen voorschriften. Die lopen wel grotendeels parallel, maar er zijn toch eigen accenten die gevolgen hebben voor de praktijk. Een klein voorbeeld: voor de isolatie van leidingen schrijven Wallonië en Brussel minimale isolatiediktes voor, terwijl Vlaanderen uitgaat van een minimale thermische weerstand.

Op het vlak van de normering is de situatie evenmin eenduidig. Er zijn heel wat normen voorhanden, maar diverse daarvan zijn niet meer zo recent. Er wordt volop gewerkt aan de herziening ervan, dikwijls op Europees vlak. Zo verwacht men nieuwe versies van de twee basisnormen voor de inrichting van stookplaatsen, de NBN B61.001 en B61.002. Daarnaast zijn er nog verschillende andere Europese normen in ontwikkeling en/of herziening. In de loop van 2018 zouden de meeste nieuwe versies beschikbaar moeten zijn. Tot dan bevinden we ons in een overgangsfase.

Voor sommige aspecten, zoals de dimensionering van klimaatregeling, zijn er geen Belgische of internationale normen. In de praktijk richt men zich dus op nationale voorschriften terzake, hetzij van ASHRAE (Verenigde Staten) of uit de buurlanden.

Jan De Meyer (Arcadis) gaf toelichting bij het opstellen van meerjarenonderhoudsplannen volgens NEN 2767. Dat is een Nederlandse methodiek om onderhoudsplanning te systematiseren om investeringen en de werkingskosten te optimaliseren.

Warmwatercomfort als ontwerpfactor

Interessanter was de bijdrage van Ivan Piette (Viessmann) over de dimensionering van SWW-installaties. Het fenomeen is bekend: de verwarmingsbehoefte daalt, maar de SWW-behoefte blijft gelijk of kan zelfs stijgen. Dat is een cruciale factor bij het ontwerp van de verwarmingsinstallatie. Een energiezuinige renovatie heeft immers geen invloed op de vraag naar SWW. Dat is een aandachtspunt bij overschakeling op een warmtepomp, bijvoorbeeld. Als het aandeel van SWW-productie in de totale warmtevraag te groot wordt, zal de warmtepomp lange tijd aan hoge temperaturen moet werken, waardoor het jaarrendement keldert. Een juiste bepaling van het tapprofiel is dus absoluut nodig, onder meer om de tapdrempel te bepalen. Bij SWW-productie volgens het doorstroomprincipe kan een onaangepaste tapdrempel leiden tot teveel ketelstarts, en een gebrekkig SWW-comfort. Overigens wijzen meetcampagnes in binnen- en buitenland erop dat de vaak gehanteerde vuistregels een overschatting van het verbruik zijn. Ook op dit vlak is er nood aan recente ontwerpregels.

Eigenschappen van hydraulische systemen

In de tweede sessie hadden Karla Dinne (WTCB) en Karl Willemen (Resus) het over waterkwaliteit in verwarmingsinstallaties. Zeker in renovatie is dat een aandachtspunt: in de loop van de tijd kan er zich allerhande kalkaanslag, slib of andere vervuiling hebben opgehoopt. Dat is nefast voor de werking van moderne ketels. Karla Dinne belichtte de kwestie vanuit theoretisch-wetenschappelijke hoek, terwijl Karl Willemen uit zijn praktijkervaring putte om aan te geven hoe men een diagnose kan stellen van een bestaande installatie. Joris Mampaey (Atic) schetste een hoogst onderhoudend beeld van de evolutie van de verwarmingstechniek. Twee aspecten vielen daarbij op. Ten eerste houden vele vuistregels, bijvoorbeeld voor dimensionering of het ontwerp van cascade-opstellingen, geen rekening met moderne ontwikkelingen in keteltechniek, laat staan hernieuwbare energie. Ten tweede worden installaties er steeds complexer op. Zo zal het bij renovatie zelden mogelijk zijn om helemaal over te schakelen op lage-temperatuurverwarming. Dikwijls zijn er nog enkele circuits op hoge temperaturen nodig (luchtbehandeling, enkele radiatoren...). Die situaties regeltechnisch en hydraulisch in de greep te krijgen, wordt de volgende uitdaging

Johan Verhaert (UA) ging dieper in op de mogelijkheden van lage-temperatuurverwarming. Uit onderzoek aan de Universiteit Antwerpen blijkt immers dat overschakelen op lage-temperatuursystemen bij renovatie iets gecompliceerder is dan verwacht. Bij een betere isolatie daalt de behoefte van de individuele ruimtes niet gelijkmatig. Voor de bepaling van het werkingsregime mag men dus de behoefte van elk vertrek niet forfaitair verlagen; een gedetailleerde warmteverliesberekening is nodig. Andere belangrijke aspecten zijn de werking in deellast en de bepaling van de nachtverlaging in functie van de opwarmtijd.

Koeling, ventilatie en rookgasafvoer

Aansluitend had Johan Timmermans (Daikin) het over de impact van lage-GWP koelmiddelen. Daikin verwacht daarbij veel van R32. Bij renovatie van commerciële gebouwen zijn VRV-toepassingen die zowel kunnen verwarmen als koelen een interessante geïntegreerde oplossing.

In de laatste sessie hadden Philippe Deplasse (studiebureau Deplasse) het over rookgasafvoer en Andy Camps (Tri-Cam) over ventilatie. Beide sprekers gingen uit van hun ervaringen uit de praktijk. Van Philippe Deplasse onthouden we dat de situatie op het terrein grondig kan verschillen van de theorie, of zelfs maar de bouwplannen. Zeker bij collectieve installaties is camera-inspectie een nuttig instrument. Bovendien houden de hedendaagse eisen in dat er in verschillende situaties geen eenvoudige ketelvervanging meer mogelijk is, denken we maar aan shuntschoorstenen of open toestellen die in badkamers staan opgesteld.

Woningventilatie is een relatief nieuwe techniek. Het gaat dus minder om het renoveren van een installatie, dan wel om het introduceren van ventilatie in een bestaand gebouw. Daarbij moet men rekening houden met allerhande bouwtechnische beperkingen qua inbouwhoogtes, kanaaldiameters en dergelijke. De wisselwerking tussen isolatie en ventilatie wordt ook wel eens over het hoofd gezien, met schimmelvorming tot gevolg. Als die schimmelvorming echter veroorzaakt wordt door menselijke aanwezigheid, vormt een afdoende ventilatie altijd een oplossing. Voorkomen is daarbij beter dan genezen. Als men bij de renovatie een passend ventilatiesysteem voorziet, in functie van het gebruikspatroon, is dat veel doeltreffender en goedkoper dan nadien een aanpassing te moeten uitvoeren.

Een terugkerend thema is deze studiedag is het dat standaardoplossingen in de renovatie voor HVAC niet bestaan. Alle staat of valt met een nauwkeurige analyse van de bestaande toestand, en een even grondige bepaling van het beoogde gebruik na de renovatie.

Door Alex Baumans

pixii.be

www.atic.be