BATHROOM EXPERIENCE  
Install Magazine – juli 2026

Design om kwaliteit toegankelijk te maken

Toan Nguyen over zijn samenwerking met Laufen

Toan Nguyen studeerde af in 1995 aan het ENSCI in Parijs en verdiende zijn sporen in de designstudio van Antonio Citterio. Sinds 2009 heeft hij zijn eigen studio in Milaan en werkt hij samen met diverse vooraanstaande merken van meubels en verlichting. Zijn contacten met Laufen gaan terug tot 2012 met het Antero-urinoir. Later volgde de Ino serie, en recent de Lua en Lani series van porselein en badkamermeubels respectievelijk. We vroegen hem naar zijn aanpak van sanitairontwerp.

Hoe bent u ertoe gekomen om sanitair te ontwerpen?

Ik had al 27 jaar ervaring in Italië bij een designfirma die actief was in alles wat deel uitmaakte van het Salone del Mobile: meubels, verlichting, keuken… en natuurlijk hoorde ook de badkamer daarbij. Dit is immers een essentiële ruimte.

Ik wil me niet alleen concentreren op, pakweg, meubels. Regelmatig in andere sectoren werken, zoals badkamerinrichting, houdt me fris. Daarbij blijft wel alles wat te maken heeft met architectuur de rode draad tussen die sectoren. Keramiek was me niet onbekend. Via mijn activiteit bij Citterio was ik bovendien al betrokken bij hun werk voor Axor, zodat ik ook vertrouwd was met kraanwerk. Als ik dan mijn eigen agentschap oprichtte, waren projecten voor de badkamer een natuurlijke stap.

In welke mate bepalen de technische beperkingen van sanitair het design?

Elke sector heeft een deel productieknowhow, die te maken heeft met materialen en productieprocessen. Dat vormt de basis voor het conceptuele aspect en bepaalt de aanpak van het design. Sanitair is een wereld op zich met typische technieken zoals de moulage van keramiek, metaalgieten... Men moet zich die processen eigen maken vooraleer men tot een vormgeving kan komen. Sanitair porselein ontwerpen vergt een specifieke aanpak: pas als men het materiaal voldoende beheerst, kan men tot een zinvolle oplossing komen.

Hoe is de samenwerking met Laufen tot stand gekomen?

Ik ben in contact gekomen met Laufen in het kader van een project dat al aan de gang was, namelijk de ontwikkeling van een urinoir. Hier waren al verschillende designers bij betrokken. Voor mij was het een interessante uitdaging om tot een vorm te komen, startend vanuit de materiaalkennis van keramiek. Een urinoir is een low interest product. Het wordt voornamelijk in projecten gebruikt, en moet dus in de eerste plaats functioneel zijn. Dat leidt tot een zeer functionalistische vormgeving, die traditioneel gebaseerd is op simpele geometrische vormen. Het kwam er dus op aan om tot een design te komen dat diezelfde geometrische vormen gebruikte en dat ook op grote schaal herhaalbaar was, voor toepassing in projecten.

Daarbij ging er speciale aandacht uit naar de gebruiker. Het moest een object op menselijke schaal worden, geschikt voor dagelijks gebruik. Bij het ontwerp van de binnenkant liet ik me leiden door het stromingsgedrag van de vloeistoffen. We moesten komen tot een optimale vorm die zowel een perfecte afvoer garandeerde, als gemakkelijk te maken was op industriële schaal. Zo komen er verschillende overwegingen in het product samen; het is een samenspel van verschillende thematieken.

De tweede reeks, Ino, kwam er dankzij de introductie van een nieuwe kwaliteit van porselein, namelijk Saphirkeramik, dat veel strakkere lijnen mogelijk maakte. Ino had tot doel om het vormgevingspotentieel van dit materiaal te verkennen. We moesten de klassieke vorm van de wastafel opnieuw uitvinden in functie van de mogelijkheden van Saphirkeramik. Met dit materiaal konden we ons bevrijden van de klassieke beperking om met een dubbele wand te werken.

De meest recente reeks, Lua, is ingegeven door een totaal andere overweging. Hier is er geen gimmick of een technische innovatie die gedemonstreerd moet worden. Het ging er integendeel om een volwaardige instapserie te creëren. In projecten is sanitair wel eens een sluitpost, en als men op het einde van de rit moet besparen, is badkameruitrusting een gemakkelijke keuze. Betaalbaarheid is dus erg belangrijk in dit segment, en Laufen wilde design aanbieden aan een zeer scherpe prijs. De oefening bestond er dus in om te kijken hoe ver men kon gaan in de reductie van de vormen en het weglaten van materiaal, en toch een interessant design af te leveren, zonder aan kwaliteit in te boeten. Opnieuw was een goede kennis van materialen cruciaal voor het welslagen van het project. We vertrokken dus van een zeer helder design om zo tot iets nieuws te komen, een herinterpretatie van de archetypische wastafel.

Lua is echter meer dan een wastafel: het is een volledige serie die ook als zodanig is ontworpen. Bij sommige series gaat alle aandacht naar het ontwerp van de blikvanger, en worden de andere elementen daarvan afgeleid. Dat leidt onvermijdelijk tot compromissen bij de andere componenten. Lua is integendeel gebaseerd op een totaalvisie. Hoewel het porselein en de meubels op verschillende gelegenheden zijn voorgesteld, is de serie wel degelijk bedacht als een totaalconcept. De meubels waren al van bij het begin geïntegreerd in de serie. Het meubel is een basiselement in deze badkamerreeks, en geen accessoire dat er later is aan toegevoegd.

Zoals u ziet is elke serie voor Laufen vanuit een ander vertrekpunt tot stand gekomen, met overwegingen die soms onderling totaal in tegenspraak waren.

Een badkamer is een functionele ruimte, wat is het belang van functionaliteit in het ontwerp?

Functionaliteit staat voorop: men moet kunnen zitten in een zetel, aan een fornuis moet men kunnen koken. Er is natuurlijk het esthetische aspect, maar het product moet in de eerste plaats bruikbaar zijn. Ik verkies daarbij een concrete aanpak tegenover theorie. Dat geldt ook voor de objecten die op het eerste zicht misschien minder utilitair lijken, maar ook een lichtarmatuur heeft zijn praktische kanten.

Typisch voor de badkamer is dat het een krappe ruimte is. Dat is een specifiek Europees gegeven: de meeste gebouwen die we in de toekomst zullen gebruiken, staan er nu al. We moeten dus vertrekken van een bestaande badkamer, en daar zijn de afmetingen doorgaans beperkt. In pakweg het Midden-Oosten of Azië is de situatie anders: daar wordt volop nieuwbouw gezet, wat andere mogelijkheden biedt om de ruimte vorm te geven.

In onze streken is er bergruimte tekort in elke badkamer. We moeten dus alle beschikbare plaats maximaal gebruiken. Daarom is trouwens de onderkast voor de wastafel ontstaan. Een oplossing is om te werken in de hoogte, en ik heb dan ook gekozen voor hoge kolomkasten, om zoveel mogelijk nuttig volume te creëren

Er is wel een mentaliteitswijziging bezig ten voordele van de badkamer. Waar het vroeger een puur utilitaire ruimte was, is het nu een plek om zich goed in te voelen. De voorloper is hier de hotelbadkamer. Dit is een ook een andere economische context: hotels ondergaan regelmatig een diepgaande renovatie. Daarbij wordt niet zelden het hotel gestript tot op de ruwbouw waarna men weer van nul af begint. De badkamer is nu een belangrijke indicatie van de klasse van een hotel: een tophotel herkent men aan zijn sanitair comfort.

De coronapandemie heeft ook de rol van een katalysator gespeeld in de woonomgeving. De lockdown heeft ons het belang van de woningindeling doen inzien. De ervaring van een woning is heel anders wanneer je er maar de facto een aantal uren per dag in doorbrengt, dan wel wanneer je er dag na dag zo goed als in opgesloten zit. Het heeft ons de persoonlijke ruimte doen waarderen, en de badkamer is de persoonlijke ruimte bij uitstek. Toen we allemaal op elkaar gepakt waren in de woning was dit – in principe toch – een privé ruimte, een plek die je niet moest delen met anderen. Corona functioneerde als de stresstest voor de woningindeling.

U hebt de badkamer “the most architectural of places” genoemd. Wat bedoelt u hiermee precies?

De badkamer is een plaats waar een hele reeks functies op een punt samenkomen. Dat geldt in het bijzonder voor Europa, waar we, zoals gezegd, eerder kleine badkamers hebben. Maar zelfs als er meer ruimte beschikbaar is, dan nog blijft de badkamer een snijpunt van tal van aspecten. We hebben er verschillende oppervlakken, materialen, functies, technieken zoals water, licht, elektriciteit... Kortom de badkamer is een microcosmos voor het wonen.

De badkamer was altijd al belangrijk, maar er is een duidelijke evolutie aan de gang. We gaan weg van de klassieke strenge opdeling van de ruimtes en de functies vloeien in elkaar over. Dit is een manier om meer mogelijkheden te creëren, terwijl de beschikbare plaats beperkt blijft.

Mijn eigen inbreng blijft natuurlijk beperkt tot het ontwikkelen van individuele producten voor de badkamer en niet de totaliteit. Men moet echter wel de totaalvisie in het achterhoofd houden bij het ontwerp.

Voor mij is dit zeer motiverend. Ik vind het werken binnen de beperkingen van een bestaande context erg uitdagend, veel meer dan beginnen met een wit blad waar alles mogelijk is.

Kan u ons iets meer zeggen over de serie Lua en Lani?

Het is een serie zonder maquillage: zoals gezegd is er geen gimmick of innovatief materiaal. Hoofdzaak was integendeel om naar de juiste proporties te streven. Het moest een zeer functionele reeks worden, maar niet zonder poëzie.

Een groot deel van het werk betreft aspecten die onzichtbaar blijven voor de doorsnee gebruiker. Zo zijn we voor de contouren vertrokken van heldere geometrische vormen. Die zijn meteen herkenbaar en maken de reeks goed leesbaar. De wastafel is ovaal, maar wijkt af van de perfecte geometrische vorm. Dat heeft alles te maken met het stromingsgedrag van water, dat nu eenmaal de perfect geometrische vorm niet volgt. Om functioneel te zijn, moet men dus het geometrische ideaal aanpassen. We zien dat ook in het bad. Voor een optimaal materiaalgebruik en om alles zo licht mogelijk te houden, varieert de wanddikte. De wand is het dunst onderaan en verdikt naar de randen toe. Ook dat heeft alles te maken met functionaliteit. Een te dunne badrand is niet aangenaam om aan te raken. Niemand pakt graag de snee van een mes vast.

Het design omvatte tal van kleine details om de efficiëntie in productie te verhogen. Lua en Lani moesten een prijsbewuste serie worden; efficiënte productie is dan een eerste voorwaarde. Door te focussen op dergelijke details zijn we erin geslaagd om lakmeubelen aan te bieden aan dezelfde prijs als melamine.

Qua vormgeving wilden we geen opzichtig design maar streefden we naar een tijdloze serie met simpele en herkenbare vormen. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Het is immers al te gemakkelijk om te kiezen voor het ongewone. Design mocht geen voorwendsel zijn voor een formeel experiment. We lieten ons integendeel leiden door het functionele, met de stroming van het water als basis. Lua is een instapgamma; eenvoud was noodzakelijk om in het vooropgestelde budget te passen. Elk designmerk heeft een instapgamma nodig, maar dit mag niet verworden tot een B-serie of een minderwaardig alternatief.

Hoe is de samenwerking met Laufen geëvolueerd?

De samenwerking is zeer goed verlopen. Ik ga graag de confrontatie aan, en werk dus graag samen met producenten, omdat die een eigen expertise in het proces brengen. Laufen bracht materiaalkennis aan, en een knowhow van productietechnieken om tot een concreet resultaat te komen. Dat sluit aan bij mijn aanpak, die meer geworteld is in een concrete maakcultuur in plaats van theoretische concepten.

De series die ik voor Laufen heb gerealiseerd, werden gewaardeerd, wat altijd plezier doet. Soepelheid en stroming zijn woorden die al in verschillende contexten in dit gesprek aan bod is gekomen, en ze zijn ook hier van toepassing. De samenwerking werd gekenmerkt door soepelheid in processen en aanpak.

Door Alex Baumans

Foto’s: Laufen

www.laufen.nl

www.toan-nguyen.com