BATHROOM EXPERIENCE  
Install Magazine – juli 2026

‘Vooruitdenken’, hét sleutelwoord bij badkamerrenovaties

Als we het internet mogen geloven, wordt de badkamer gemiddeld om de twintig jaar gerenoveerd. Dat is ook de ervaring van de verschillende specialisten rond onze tafel. Helaas leert diezelfde ervaring dat zo’n renovatie in de regel nog schromelijk onderschat wordt. Wie esthetiek, functionaliteit en techniciteit succesvol op elkaar wil afstemmen, moet vooral vooruitdenken, klinkt het. Een taak die best op de schouders van een professional terechtkomt.

Rond de tafel

• Geert Coremans, product manager Geberit

• Kris Dens, product manager Desco

• Bert De Ridder, interieurarchitect Helga Interieur & vertegenwoordiger AINB

• Taha Souhail, interieuradviseur Van Marcke

• Kristof Vanisterbecq, sales manager projects Grohe

• Kurt Vannecke, verantwoordelijke projecten sanitair Facq

• Ayari Vinck, A&D sales manager Cosentino

Drie essentiële selectiecriteria

Via inspiratiemagazines, sociale media en een aanhoudende stroom aan interieur- en renovatieprogramma’s wordt de particulier vandaag overstelpt door beelden van stijlvolle, praktische en originele badkamers. En dat doet natuurlijk iets kriebelen. “Het esthetische is nog steeds een van de belangrijkste drijfveren in een particuliere badkamerrenovatie”, meent Geert Coremans. “Of men nu online iets gevonden heeft, of in de showroom van de groothandel zijn selectie maakt … het vertrekpunt is doorgaans dat men het mooi vindt of dat het past bij de rest van het interieur.”

“Onderhoud en functionaliteit spelen nochtans ook een doorslaggevende rol”, vult Kurt Vannecke aan. “Zo zien we toch regelmatig dat een eerder klassieke woning met een modern gestijlde badkamer wordt uitgerust. Strakkere oplossingen zijn nu eenmaal eenvoudiger in onderhoud.” “Dat is logisch”, meent Bert De Ridder. “Want laat ons eerlijk zijn: wie neemt vandaag nog de tijd om zijn badkamer wekelijks vier uur te poetsen? Het probleem is vooral dat het technische aspect in de overwegingen niet meegenomen worden. Terwijl de badkamer in de woning wellicht de meest technische en complexe ruimte is waar bovendien heel veel verschillende disciplines samenkomen. Als je daar geen rekening mee houdt, loopt het gegarandeerd mis. De kunst van een succesvolle badkamer, ongeacht of het nieuwbouw of renovatie is, ligt hem dan ook in een optimale afstemming van esthetiek, functionaliteit en techniciteit.”

Theorie versus praktijk

Dat vooral het technische aspect in renovatieprojecten wel wat extra uitdagingen met zich meebrengt, daar zijn de panelleden het unaniem over eens. Kristof Vanisterbecq: “Bij nieuwbouw kan je er nog min of meer van uit gaan dat plannen kloppen en technieken op punt staan, maar bij renovatie zit je altijd met onzekerheden en problemen. Je weet bijvoorbeeld niet hoe dik de chape precies is of in welke staat het leidingnet zich bevindt. Dat zijn zaken die je in de praktijk moet testen en onderzoeken. Zelfs in appartementsgebouwen met zogezegd twintig dezelfde units, blijkt er in de praktijk vaak geen enkele badkamer dezelfde.”

“Je wilt niet weten hoe vaak mensen in de toonzaal een drempelloze douche kiezen om dan bij plaatsing te merken dat het niet kan en dat er dus toch een opstapje zal zijn”, illustreert Kris Dens, en ook Taha Souhail onderstreept dat de groothandel niet zomaar met alle oplossingen kan komen: “Zonder dergelijke informatie kunnen wij in de toonzaal inderdaad niet garanderen dat een drempelloze douche of inbouwkraanwerk effectief mogelijk is. Daarom raden we onze klanten altijd aan om eerst met een installateur af te stemmen.”

“Dat hoeft daarom echter niet noodzakelijk de installateur sanitair te zijn”, vult De Ridder aan. “Als interieurarchitecten nemen wij bijvoorbeeld regelmatig die rol op, en er zijn ook firma’s die zich in dergelijke renovaties specialiseren. Zolang er bij aanvang van het project maar een professional ter plaatse komt om de bestaande situatie goed in kaart te brengen. Dat is de enige manier om echt te weten waar je aan toe bent. En soms zal er misschien wel iets zijn dat je pas ontdekt wanneer de oude badkamer effectief uitgebroken wordt, maar met de nodige ervaring, technische kennis en informatie van de bewoners kan je doorgaans toch zo goed als alles op voorhand inschatten.”

“Daarnaast mag je niet onderschatten welke implicaties een badkamerrenovatie heeft in een woning die voor het overige wel gewoon moet blijven functioneren. Niet alleen is het een kunst om de bestaande ruimte op een propere manier af te breken, maar in veel gevallen komen er op een paar weken tijd ook zes of zeven verschillende disciplines en dus vakmannen over de vloer. Dat vergt zowel een technische als organisatorische afstemming.”

Ruimte benutten

Niet alleen op technisch vlak heb je in een renovatie natuurlijk rekening te houden met de bestaande toestand, ook ruimtelijk zijn er doorgaans de nodige beperkingen. “De traditionele bouwwijze in België is inderdaad niet erg flexibel”, vindt Coremans. “Overal staan er gemetselde muren en als je eentje wil uitbreken, moet je goed weten of het geen draagmuur is en of er ooit niet per ongeluk een schouw is ingewerkt. Dat verhoogt de drempel om ruimtes aan te passen.” “Ook de vorm van de ruimte en de locatie van deuren en ramen kunnen beperkende factoren zijn”, vult Souhail aan. “Theoretisch kan er zo misschien perfect plaats zijn voor een ligbad, maar als je daarmee een vlotte passage belemmert, is het praktisch geen goede oplossing.”

“Technisch is het natuurlijk wel perfect mogelijk om deuren te verplaatsen of draagmuren uit te breken”, benadrukt De Ridder. “Enkel opgegoten balken vormen echt een probleem. Je hoeft in een particuliere woning met andere woorden echt niet vast te hangen aan de bestaande ruimte. Je kan een kleine badkamer perfect een meter uitbreiden richting de aanpalende kamer, bijvoorbeeld. Meer zelfs, de eerste vraag die wij ons bij een dergelijk project stellen is of de badkamer tout court wel op de juiste plaats zit. Misschien is het meer opportuun om elders een nieuwe badkamer te plaatsen en vervolgens de oude af te breken?” Dens: “Wij zien vooral veel uitbreidingen richting de nachthal. Met name het toilet wordt vaak uit de bestaande badkamer gehaald en als een aparte ruimte op de overloop ingericht. Veel mensen vinden het nu eenmaal aangenaam om een apart toilet te hebben, en het creëert tegelijk extra ruimte in de badkamer.”

“In kleinere woningen en appartementen zijn dergelijke reorganisaties natuurlijk niet zomaar mogelijk”, werpt Vannecke op. “Je bent er niet alleen beperkter in ruimte, maar je hangt ook nauwer vast aan bijvoorbeeld bestaande schachten. Daar komt het er dus op aan om creatief uit de hoek te komen en de bestaande ruimte zo goed mogelijk te benutten. De meeste toonaangevende merken hebben daarvoor vandaag wel slimme oplossingen, zoals compacte meubels en toiletten, maar bijvoorbeeld ook multifunctionele elementen zoals een kolomkast met geïntegreerde IR-verwarming.” “Soms komt het echt op de centimeter aan”, merkt ook Vanisterbecq op. “De keuze voor een extra dun inbouwelement voor het toilet of inbouwkraanwerk dat 4 cm inneemt in plaats van 8 cm kan in dergelijke projecten een wereld van verschil maken.” “In wezen was die kleine badkamer voordien natuurlijk ook al een functionerende badkamer”, merkt Souhail nog op. “Het is dus vooral een kwestie van slim te kiezen en niet per definitie alles te willen.”

Essentieel, maar onderschat

“Helaas hebben heel wat mensen net om die reden al na enkele jaren spijt van hun badkamerrenovatie”, zegt Ayari Vinck. “Ze hebben te veel. Een inbouwdouche, bad, dubbele lavabo, gekleurd kraanwerk, diverse meubels, tegels, enzovoort. Er worden zodanig veel elementen en materialen met elkaar gecombineerd, dat ze met een ongezellige en chaotische badkamer achterblijven en dus al snel opnieuw aan renoveren denken. Gelukkig hebben ze op dat moment wel bijgeleerd en gaan ze op zoek naar oplossingen voor een rustigere aanblik. Denk maar aan een vloer- en wandbekleding uit hetzelfde materiaal. Daar bestaan inmiddels genoeg oplossingen voor, ook in grote formaten. En die hebben dan weer het voordeel van minder voegen en dus een eenvoudiger onderhoud.”

Niet alleen het belang van uniformiteit wordt echter onderschat. Wat onder meer De Ridder vooral verbaast, is dat particulieren bij een badkamerrenovatie niet aan ventilatie denken. “Een degelijke afzuiging is nochtans essentieel voor zowel je eigen gezondheid als de levensduur van je ruimte en materialen. Bovendien hoeft dat helemaal niet ingrijpend te zijn; het is maar een gat door de muur en een rooster. Dat kan perfect als stand-alone systeem, al is het natuurlijk beter om een voeding naar de afzuiging te voorzien en ze te koppelen aan de verlichting, mét een nadraaitermijn van 30 minuten.”

“Dat is overigens nog een typisch onderschat element in de badkamer: de verlichting. Dikwijls wordt er maar één knop voorzien en gaat ofwel alles aan, ofwel alles uit. Veel sfeer creëer je daar niet mee. Waarom niet een aparte kring voorzien voor bijvoorbeeld de douche of een kort toiletbezoek? Dat is eenvoudig toe te passen, maar zorgt wel voor extra comfort.”

“Hetzelfde geldt voor verwarming”, vindt Dens. “Vroeger werd er gewoon een radiator geplaatst en werd de badkamer samen met de rest van het huis verwarmd, maar in het huidige energielandschap is dat niet meer relevant. Vandaag moet je vooral à la minute kunnen verwarmen en worden zaken zoals elektrische verwarming en bijverwarming dus belangrijker.”

In de projectbouw mag volgens Vannecke dan weer gerust wat meer aandacht geschonken worden aan akoestische isolatie. “Mensen die in een appartementsgebouw of een hotel op de laagste verdiepingen verblijven, willen natuurlijk niet horen hoeveel liter water er op de tiende verdieping gebruikt wordt. In Nederland is rond dat akoestisch gegeven een hele filosofie ontwikkeld en worden gedetailleerde berekeningen gemaakt, maar in België staat het nog veelal in de kinderschoenen. Terwijl er wel goede oplossingen voor bestaan.”

Tot in de muur

Samengevat is een renovatie, zelfs wanneer die vooral door esthetische of praktische wensen ingegeven werd, dus het uitgelezen moment om de badkamer technisch op punt te zetten. Ook voor wat betreft hetgeen zich in of achter de wand bevindt. “Wij raden aan om leidingen en elektriciteit bij een badkamerrenovatie zo ver mogelijk te vervangen. En blijkt dat zij echt niet meer voldoen? Dan moeten de prioriteiten herbekeken worden, want in wezen heb je dan andere zorgen dan louter nieuw badkamermeubilair. Stel bijvoorbeeld dat een klant met gegalvaniseerde leidingen klaagt over bruin water uit de kraan, dan weten we dat die leidingen het einde van hun levensduur bereikt hebben en dat er op z’n minst twee nieuwe toevoerleidingen naar de badkamer voorzien moeten worden.”

Dens: “Er bestaan voor dergelijke problemen weliswaar ook andere oplossingen, zoals het aanbrengen van een coating aan de binnenzijde van de leiding, maar dat zijn wat ons betreft slechts tijdelijke oplossingen. Ook wij zijn dus voorstander om leidingen in zo’n geval volledig te vervangen door bijvoorbeeld een gladde kunststofleiding. Dat is vandaag zowat de meest hygiënische en duurzame oplossing.”

Renoveren voor de toekomst

Vooruitdenken bij een badkamerrenovatie gaat in dat opzicht niet enkel over het in kaart brengen van de bestaande situatie en de technische implicaties ervan, over de keuze voor onderhoudsvriendelijke en duurzame materialen of over het vermijden van praktische blunders zoals het plaatsen van de bediening op de achterwand van de inbouwdouche; het betekent ook rekening houden met de toekomst en, bijgevolg, toekomstige renovaties. Wie een huidige renovatie grondig aanpakt, kan zich in de toekomst immers van ingrijpende werken en de bijbehorende kopzorgen vrijwaren.

“In de projectbouw is er zo al een zekere evolutie richting meer flexibiliteit”, ervaart Vannecke. “Zo groeit bijvoorbeeld het belang van BIM, waarbij projecten eerst digitaal worden opgeleverd en alle elementen en technieken dus gedetailleerd in het 3D-model zijn opgenomen, wat dan weer een handige referentie is voor eventuele latere werken. Daarnaast zien we dat badkamers steeds vaker bij de installateur modulair opgebouwd worden en vervolgens in het project ingeschoven worden. Dat zorgt natuurlijk voor een sneller bouwproces en een lagere bouwkost, maar maakt het ook eenvoudiger om later aanpassingen te doen.” “In de hotelsfeer is dat al jarenlang een gangbare praktijk”, beaamt Dens. “Daar worden badkamers volledig prefab gekozen en geplaatst. Zijn ze aan vernieuwing toe, dan gaat alles eruit en komt er een nieuwe module in de plaats.”

De Ridder: “In particuliere projecten, zeker in België, is dat natuurlijk niet aan de orde. We houden hier nogal vast aan ons maatwerk. Al betekent dat niet dat je geen rekening kan houden met eventuele toekomstige aanpassingen.” Bij wijze van voorbeeld haalt Coremans onder meer een bouwwijze met lichte wanden aan, alsook het belang van een goede elektriciteitsvoorziening. “Zelfs als je vandaag nog niet voor een douchetoilet of ander technisch snufje kiest, raden we aan om de elektriciteit bij een renovatie door te trekken tot aan het toilet. Dat is bij zo’n werken immers eenvoudig te voorzien en het laat je toe om op een later tijdstip zonder breekwerken toch een elektronische bedieningsplaat, een geurextractie of een volwaardig douchetoilet te voorzien. We zien zelfs mogelijkheden om zo ook het onderhoud van bepaalde elektronische toestellen via digitale weg te regelen.” “Al voeren we die gesprekken over de slimme badkamer, domotica en digitaal kraanwerk natuurlijk al ettelijke jaren,” relativeert De Ridder, “en blijkt het onder particulieren toch nog eerder een gadget.”

Vanisterbecq: “Toch klopt het dat je je vandaag al moet afvragen hoe je de badkamer kan inrichten opdat je ze in de toekomst gemakkelijk kan ombouwen. Zowel jouw noden als die van het gebouw kunnen binnen een aantal jaar nu eenmaal drastisch veranderd zijn.”

Tekst: Elise Noyez