EVENEMENTEN
Install Magazine 987 – november 2022
Het jaar van de warmtepomp
15de warmtepompsymposium
De stemming in de warmtepompsector is zonder meer positief. De verkoop is door het dak geschoten, en stilaan groeit het besef bij de consument dat de warmtepomp een breed inzetbaar alternatief is voor verwarming op fossiele brandstof. De sector maakt zich sterk dat de bezorgdheid over de impact van warmtepompen op het elektriciteitsnet ongegrond is. Een bedenking is wel dat het huidige enthousiasme voor de techniek ingegeven is door de enorm gestegen energieprijzen. Het zal erop aankomen om de beweging niet te laten stilvallen als de prijzen zich weer stabiliseren.
Jubileum-editie in Leuven
Het warmtepompplatform werd in 2006 opgericht onder de koepel van ODE Vlaanderen. Het had tot doel om de krachten te bundelen om België op de kaart te zetten op het vlak van warmtepompen. De belangrijkste taak was, toen als nu, om de markt te stimuleren en barrières weg te werken, door noden te analyseren, wetenschappelijke ondersteuning te bieden en informatie te verspreiden. In 2008 kwam het WPP naar buiten met het eerste symposium, in het De Nayer instituut in St.-Katelijne Waver.
Ondertussen is er een hele weg afgelegd. De oorspronkelijke samenwerking met Brussel en Wallonië is weggevallen, zodat Vlaanderen alleen overblijft binnen het WPP. Dankzij de Vlaamse steun is België lid van IEA-HPT, zodat we voeling blijven houden met internationale ontwikkelingen. Er zijn goede contacten met de beroepsfederaties, en ook op het vlak van onderzoek en kennisverspreiding gebeurt er heel wat. De aandacht is ondertussen verschoven van de pure warmtepomptechniek naar de integratie van warmtepompen in bredere systemen. Context wordt hoe langer hoe belangrijker. Op de weg naar de decarbonisatie komt het erop aan om doelstellingen te vertalen in concrete roadmaps. Gastheer KU Leuven gaf daar een mooi voorbeeld van. Deze 15de editie vond plaats in het Quadriviumgebouw, een energiezuinig gebouw dat er deel uitmaakt van het plan om de campus Arenberg koolstofneutraal te maken.
Eregast was de Leuvense burgemeester Mohamed Ridouani, die de ambities van de stad toelichtte. Leuven is immers een van de 100 Climate Neutral and Smart Cities, een verbond van steden binnen Europa met een voorbeeldfunctie. Daartoe is er onder meer een verwarmingsstrategie uitgewerkt waarbij een combinatie van warmtenetten en warmtepompen voor een sterke uitstootreductie moeten zorgen. Op dit moment is daar nog slechts een klein deel van uitgevoerd, maar de burgemeester rekent op de innovatiekracht van de inwoners om alles in een stroomversnelling te brengen.
Nog een enorm potentieel
Door de stijgende gasprijzen bloeit de sector als nooit tevoren. Op basis van de cijfers van het eerste semester wordt algemeen verwacht dat de markt zal verdubbelen in 2022. Daarbij moeten we opmerken dat in deze cijfers de impact van de Russische inval in Oekraïne nog beperkt is: de meeste aankoopbeslissingen in deze verkoopscijfers dateren van voor de inval, en werden dus ingegeven door het prijsniveau van eind 21, begin 22. We mogen ons nog aan een versnelling verwachten in de tweede jaarhelft. Als de groei zal stilvallen, dan zal dat meer te maken hebben met een gebrek aan voorraad dan aan een daling van de vraag.
Hoe indrukwekkend de cijfers ook zijn, er is nog een ruime groeimarge. Zowel in absolute cijfers als qua aantal warmtepompen per 1000 gezinnen, bengelt België aan de staart van het peloton in Europa. De gasketel blijft de markt beheersen, en ook op de markt van stookolieketels zien we nog een stijging, hoewel dat laatste vooral te maken heeft met de angst voor een toekomstig verbod op plaatsing van nieuwe ketels. Het potentieel voor ketelvervanging blijft dus groot. Bovendien is er de markt van directe elektrische verwarming. In 2020 telde Fluvius nog ruim 180.000 meters met een exclusief nachttarief, met andere woorden, woningen met accumulatieverwarming. Dit zijn voor de hand liggende kandidaten voor vervanging door een efficiënter systeem, zoals een warmtepomp.
Wat de impact op het elektriciteitsnet betreft, was men optimistisch. Ronnie Belmans zette de zorgen daarover weg als doemdenken, geïnspireerd door aanhangers van fossiele brandstoffen. Als alle woningen grondig gerenoveerd worden, en uitgerust met efficiënte warmtepompen, zou de warmtevraag immers dalen tot een niveau dat de netten aankunnen. De piekvraag van warmtepompen blijft beperkt, en door warmte te bufferen kunnen ze flexibiliteit bieden aan het elektriciteitsnet. Zo zijn ze eerder een stabiliserende factor voor de netbeheerder in plaats van een verstorende.
Ook over de impact van koeling moet men zich niet veel zorgen maken: die vertegenwoordigt slechts een klein deel van het totale verbruik. Bovendien treedt dat verbruik vooral op als er volop zonnestroom beschikbaar is.
Lucht-lucht komt uit het verdomhoekje
Overigens waren lucht-lucht systemen nadrukkelijker aanwezig op dit WPP symposium dan eerder, waar watervoerende installaties eerder de toon aangaven. Op Europees vlak vertegenwoordigen lucht-lucht systemen een aanzienlijk deel van de markt, niet alleen in Zuid-Europa waar men dat kan verwachten, maar ook in Scandinavië. Het gaat dus niet meer op om de techniek te veroordelen als ‘energieverslindende airconditioning’, wat nog wel gebeurt in de media en door het beleid. Lucht-luchtsystemen zijn deel van de oplossing.
Voorbeelden uit de praktijk
Warmtepompen zijn zo ongeveer de standaard in nieuwbouw geworden, maar over de mogelijkheden in renovatie bestaat er nog heel wat onzekerheid. Om die weg te werken, waren er drie getuigenissen uit de praktijk van renovaties met respectievelijk een lucht-water warmtepomp, een geothermische warmtepomp en een lucht-lucht toestel, telkens in omstandigheden waarin het niet evident is om die techniek toe te passen.
Uit deze gevallen kwam naar voor dat de technische uitdagingen aanzienlijk zijn, maar niet onoverkomelijk. Zeker in oudere woningen is er een ingrijpende verbouwing nodig om de overschakeling tot een goed einde te brengen. De administratieve aspecten vormen echter een minstens even grote hinderpaal. Of het nu gaat om gemeentelijke administraties dan wel om een VME, in beide gevallen veroorzaken ze heel wat vertraging. Daarbij is het opmerkelijk dat de bevoegde ambtenaren niet altijd even goed op de hoogte van de situatie, zowel technisch als wetgevend. Voeg daar een ingewikkelde procedure en de nodige tegenstrijdigheden in de regels aan toe, en het resultaat is een duidelijke rem op de introductie van de warmtepomp. De technische uitdagingen zijn haalbaar, als we nu nog vlottere procedures krijgen, komt de warmtepomp echt in een stroomversnelling.
Door Alex Baumans












