EVENEMENTEN  
Install Magazine 986 – oktober 2022

Gas in een koolstofneutrale wereld

De jaarlijkse conferentie van Eurogas

Gas staat de laatste tijd bijzonder in de belangstelling. Ten eerste is er de rol van gassen, zowel fossiel als hernieuwbaar, in de overgang naar een koolstofneutrale samenleving. De vragen welke rol dat precies is, en hoe groot die moet zijn, lokken nog bitsige discussies uit. Met de invasie van Oekraïne zijn daar veel dringendere vragen bij gekomen, namelijk of er überhaupt nog wel voldoende gas voorradig zal zijn, en zo ja, tegen welke prijs. Stof tot debat genoeg dus voor de jaarlijkse conferentie van Eurogas, de Europese vereniging van de gassector.

Op naar decarbonisering

Het thema van de conferentie was ‘Moving forward to decarbonisation’, en de sector is er vast van overtuigd dat gas een rol te spelen heeft in de energietransitie. In een eerste fase wordt aardgas gezien als een overgangsbrandstof, zeker voor sectoren die nu nog op grote schaal gebruik maken van steenkool en zware olie. In de scheepvaart, bijvoorbeeld, zal de overschakeling op LNG de eerste stap zijn naar een meer duurzaam maritiem transport. Ook in verwarming heeft aardgas nog een plaats, meer bepaald in hybride installaties met warmtepomp, als opstap naar een koolstofneutrale renovatie.

Op langere termijn rekent men op groene gassen, in de eerste plaats groene waterstof, maar ook biomethaan en zelfs groene ammoniak, dat laatste als scheepsbrandstof. Over de precieze verdeling en toepassing van deze gassen bestaat nog onenigheid, waarbij de verschillende sectoren elk het leeuwendeel van de -vooralsnog grotendeels hypothetische- productie voor zich opeisen. Twee dingen lijken daarbij vast te staan. Ten eerste zullen we ook in 2050 nog gasmoleculen nodig hebben in het energiesysteem. De echte all-electric toekomst is nog niet voor morgen, en waarschijnlijk zelfs niet overmorgen. Ten tweede zullen deze gasmoleculen koolstofneutraal moeten zijn. Het tijdperk van fossiel gas loopt sowieso ten einde. Al de rest blijft echter koffiedik kijken.

Bevoorradingszekerheid als politieke prioriteit

Er waren ook bijdragen vanuit het beleid, namelijk Europees commissaris voor energie Kadri Simson en Europees parlementslid Cristian-Silviu Buşoi. Hoewel er in principe geen tegenspraak is tussen het Fit for 55-programma om de CO2-uitstoot te verminderen en het REpowerEU-programma om de EU onafhankelijk te maken van Russische import, is het duidelijk dat de prioriteit van de EU is om ervoor te zorgen dat er nog gas beschikbaar is, eerder dan de energietransitie te bevorderen. De gasvoorraden worden volop aangevuld, en de EU rekent op een grotere import van LNG. Om scheeftrekkingen in de markt ten voordele van grote spelers te voorkomen, is er ook een regeling voor groepsaankopen van aardgas door lidstaten.

Ook de interventie van Yuriy Vitrenko van het Oekraïense gasbedrijf Naftogaz had een duidelijke politieke insteek. Hij pleitte ervoor om de betalingen van Russisch gas en olie te bevriezen tot er weer vrede in Oekraïne zou zijn.

Waterstof moet Europa redden

Veel hoop is gevestigd op groene waterstof. Dat is waterstof die geproduceerd wordt op basis van groene elektriciteit, ideaal gezien de overschotten van wind- en zonne-energie. Dit heeft inderdaad een hele reeks voordelen. Het kan lokaal geproduceerd worden, wat Europa minder afhankelijk maakt van energie-import. Tevens is het is een technisch relatief eenvoudige oplossing voor groene warmte, zowel in industriële processen als in gebouwenverwarming. Een van de uitdagingen in gebouwenverwarming is namelijk het grote verschil in vraag: in de winter kan de vraag tot vier keer groter zijn dan in de zomer. Men zou dan de piekproductie van zonnestroom in de zomer kunnen opslaan in de vorm van waterstof om daarmee de piekvraag in de winter te dekken. Dat kan dan door middel van een hybride installatie: een warmtepomp in het tussenseizoen, aangevuld door een ketel op waterstof als er grotere vermogens en hogere temperaturen gevraagd zijn.

Maar daarvoor moet er wel groene waterstof beschikbaar zijn. REPowerEU gaat uit van een productie van 10 miljoen ton waterstof, aangevuld met nog eens 10 miljoen ton import tegen 2030. Uit welke landen deze import moet komen, is vooralsnog onduidelijk. Maar ook boven de eigen productie hangen nog een aantal vraagtekens. Om die 10 miljoen ton te produceren, heeft de sectorvereniging Hydrogen Europe berekend dat er een totaal geïnstalleerd vermogen voor elektrolyse van 90-100 GW nodig is (uitgedrukt in productievermogen aan waterstof, het opgenomen vermogen in elektriciteit is ordegrootte 140 GW). Er zijn wel een aantal projecten in aanbouw, maar bij benadering niet wat nodig is om tot het doel van 17,5 GW in 2025 te komen, laat staan de doelstellingen voor 2030. Op dit ogenblik is er onvoldoende productiecapaciteit van elektrolyse-installaties om de beoogde stijging in waterstofproductie te realiseren. Vanzelfsprekend moeten er ook nog eens gelijkaardige inspanningen buiten de EU gebeuren, om de vooropgestelde import mogelijk te maken. Opnieuw heeft niemand een pasklaar antwoord op de vraag of en waar deze inspanningen worden genomen.

Gebouwen niet vergeten

In het panel over gebouwen op het congres werd benadrukt dat de rol van verwarming te vaak vergeten wordt in het Europees beleid. Het meest recente specifieke maatregelenpakket voor koeling en verwarming dateert van 2016. In beleidskringen gaat men er veelal van uit dat gebouwen in een handomdraai te decarboniseren zijn: gewoon een warmtepomp erin, wat PV-panelen op het dak, en klaar. Zoals iedereen uit de praktijk weet, kan dat behoorlijk tegenvallen. Daarom pleit EHI, de vereniging van de Europese verwarmingssector, voor de combinatie van warmtepomp met ketel als een tussenoplossing. De Nederlandse aanpak wordt hier als voorbeeld aangehaald. Dit land had ambitieuze doelstellingen gesteld om snel van aardgas af te raken. Ondertussen is gebleken dat all-electric niet zo eenvoudig is, en zijn de reglementen bijgesteld naar een overschakeling op hybride installaties vanaf 2026.

Vanuit Euroheat & Power, de vereniging voor warmtenetten, kwam er een sterk pleidooi voor stads- of wijkverwarming. Het is een efficiënte manier om verwarming aan de bron te vergroenen, door gebruik te maken van groene warmte zoals restwarmte, aardwarmte, zonnecollectoren, biomassa (als de situatie het toelaat) al dan niet in combinatie met warmtepompen. Bovendien zijn er schaalvoordelen te realiseren door centrale stookplaatsen, zodat het totale geïnstalleerd vermogen een stuk lager kan. Volgens de vereniging zou er een versnelde uitrol van warmtenetten moeten komen, gecombineerd met een verbod op individuele ketels.

Sociale dimensie

Opvallende was de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de vakbonden op een bijeenkomst die doorgaans een zaak van de industrie en het onderzoek is. Zij herinnerden eraan dat de energietransitie ook een sociale dimensie heeft. Soms wordt stilzwijgend aangenomen dat een koolstofneutrale maatschappij tegelijk ook een gedesindustrialiseerde maatschappij is. Zoiets zou echter neerkomen op een sterk verlies van welvaart. Met het loslaten van fossiele brandstoffen zullen er onvermijdelijk heel wat jobs verloren gaan. Daar staat een jobcreatie in nieuwe sectoren tegenover. Om onze levensstandaard te behouden, moet er dan wel voor gezorgd worden dat de nieuwe jobs ook hier gecreëerd worden en niet, pakweg, in Azië.

Door Alex Baumans

www.eurogas.org