EVENEMENTEN
Install Magazine 985 – september 2022
Studiedag “Brussel koolstofvrij maken via warmtenetten”
De gebouwverwarming in Brussel koolstofvrij maken door groene warmtebronnen lokaal te delen, dat was de eerste focus van de recente studiedag rond Heating Cities & Cooling Communities in de gebouwen van Leefmilieu Brussel. De duurzame energiefederaties EDORA, Warmtenetwerk Vlaanderen en Cluster TWEED brachten 200 experts, vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden en commerciële partners samen over de rol van warmtenetten in het Brussels gewest.
De stijgende energieprijzen en geopolitieke spanningen hebben de uitstap uit fossiele brandstoffen meer dan ooit noodzakelijk gemaakt om onze energieonafhankelijkheid te verbeteren. Gelukkig bieden warmtenetten en groene warmtebronnen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een grote kans om deze twee doelstellingen tegelijk te halen, tegen aanzienlijke schaalvoordelen.
Brusselse regelgeving over warmtenetten
Verwarming van gebouwen vertegenwoordigt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ongeveer 50% van het eindverbruik van energie en van de uitstoot van broeikasgassen. De CO2-uitstoot naar nul brengen voor verwarming en warmwaterproductie is dus een van de grootste uitdagingen voor de energietransitie in het komende decennium. Sinds afgelopen zomer beschikt het hoofdstedelijk gewest over een verordening die de ontwikkeling en het beheer van warmtenetten regelt. Binnen dit wettelijk kader kunnen nieuwe initiatieven aan de slag om ook in Brussel warmtenetten uit te rollen. Dit kan zowel op de schaal van hele wijken als in meer lokale micronetwerken, die een kleine groep van warmteklanten bedienen, mogelijk in de vorm van een lokale hernieuwbare energiegemeenschap.
Grote opportuniteiten in Brussel
In een stad als Brussel, met zijn hoge dichtheid van gebouwen en warmtevraag, kunnen warmtenetten een interessante investering op middellange termijn opleveren. Om een gefaseerde uitrol van warmtenetten zo kosteneffectief mogelijk te laten verlopen, moet de planning ervan ook systematischer gekoppeld worden aan wijkrenovaties, grote wegenwerken en de aangekondigde massale investeringen voor de renovatie van openbare gebouwen en sociale woningen. Het Brusselse luik van het Nationaal Energie- en Klimaatplan, waarvan de ambities momenteel worden aangescherpt, heeft de uitfasering van stookolieketels bevestigd en mikt ook al op de geleidelijke afschaffing van aardgas vanaf 2030. Om op deze uitfasering te anticiperen, is het belangrijk om geen kansen te missen voor het ontwikkelen van collectieve duurzame oplossingen voor verwarming, vooral als de klimaatdoelstellingen worden verhoogd.
Strategie en steun nodig
De nieuwe Brusselse regelgeving schept een duidelijk kader voor de invoering van warmtenetten. Het is nu aan de gewestregering om een strategie uit te werken. Dat kan door de toepassing van lokale groene warmtebronnen te ondersteunen (restwarmte, ondiepe geothermische energie, aquathermie, riothermie, bio-energie, biogas uit organisch afval, enz.); of door warmtenetten te integreren in de planning van grote regionale projecten. Belangrijk daarbij is om lokale overheden, bedrijven en particulieren te stimuleren om nieuwe samenwerkingsvormen op te starten voor collectieve warmteoplossingen via warmtenetten. Overal waar de dichtheid van de warmtevraag voldoende is, kan men rendabele projecten ontwikkelen.
‘Energietransitie in Brussel versnellen’
Aan deze drukbijgewoonde studiedag van Heating Cities & Cooling Communities namen er deelnemers met diverse achtergrond deel: beleidsmakers, professionals, studiebureaus, projectontwikkelaars, lokale overheden, kenniscentra… Een van de sprekers was Alain Maron, Brussels Minister belast met Klimaattransitie, Leefmilieu en Energie, die aankondigde een ‘ontwerpordonnantie betreffende de organisatie van de thermische energienetten’ in het Brussels Parlement te zullen indienen. “Meer dan de helft van de Brusselse broeikasgasuitstoot is afkomstig van gebouwen. Aangezien het Gewest zich ertoe verbonden heeft om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, is het essentieel om de energietransitie van de Brusselse gebouwen te versnellen. Deze ontwerpordonnantie wordt een cruciale mijlpaal voor de geleidelijke vermindering van de broeikasgasuitstoot ten gevolge van warmteproductie. Thermische energienetten bieden een aanzienlijk potentieel dat moet worden benut om de transitie van ons gewest te verzekeren. Zo zullen de Brusselaars toegang hebben tot nieuwe bronnen van hernieuwbare energie, tegen minder volatiele kosten dan fossiele brandstoffen. Deze ontwerpordonnantie zal een duidelijk signaal geven aan alle belanghebbenden om het potentieel van thermische energie in Brussel te ontwikkelen”, aldus Maron. Een warmtenet functioneert als een centrale verwarmingsinstallatie voor meerdere gebouwen of een wijk: een gecentraliseerd systeem voorziet de diverse eenheden van verwarming, sanitair warm water of koeling. In Brussel bestaat dit type net bv. op universiteitssites en in duurzame wijken, zoals de Bervoetswijk (Vorst) of de Tivoliwijk in Laken.
Specifieke lokale parameters bepalend
Verder waren er de sessies ‘Potentieel en regulering’, ‘Stedelijke warmtenetten’, ‘Duurzame warmtebronnen’ en ‘Energiegemeenschappen en microwarmtenetten’ Zo hadden Maarten Messengier en Julien Blondeau van de VUB het in de sessie ‘Energiegemeenschappen en microwarmtenetten’ het over, respectievelijk, de projecten Green Energy Parc Zellik & Usquare VUB-ULB, en over het geschikt maken van tertiaire gebouwen voor een warmtenet – met de aanpak in de Noordwijk als voorbeeld. “Warmtenetwerken zijn geen wondermiddel. De techno-economische haalbaarheid van een warmtenetwerk hangt af van meerdere lokale parameters: de vraag naar warmte en koude (hoeveelheden en gebruikersprofielen), de beschikbare bronnen, de topologie van het systeem, de verwachte evolutie van de vraag en de bronnen, en de beschikbare alternatieven. Dit moet geval per geval worden uitgezocht, voor verschillende scenario’s: de totale kostprijs van de warmte, besparingen, lokale vervuiling – af te wegen met de alternatieven”, aldus de onderzoekers.
‘Wervelkolom’- aanpak
“Overheden beschikken over weinig instrumenten om haalbare projecten te identificeren: welke zijn de meest interessante wijken? Hoeveel CO2 kan worden bespaard? En aan welke investeringskost? Hiervoor moeten ze kunnen in dialoog gaan met industriële actoren en/of bouwbedrijven en het geschikte wettelijk kader definiëren. Wat is het normaal verloop van een project? Wie doet wat? Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. Zo is er de ‘wervelkolom’- aanpak. Hierbij wordt er een verbinding tussen een bestaande grootschalige bron en de publieke gebouwen gemaakt; een gegarandeerde bron met gegarandeerde gebruikers – met een aantal varianten in functie van extra aansluitingen. Zo kan voor publieke gebouwen en blokken met publieke gebouwen bv. optie A gelden: afvalverbrandingsinstallatie + back-up. Terwijl er voor alle blokken tussen bron en publieke gebouwen en de ganse wijk optie B geldt: biomassa – warmtekrachtkoppeling + back-up.” Er volgde nog een debat over de diverse aanpak van groene warmte in het Brussels gewest.
Door Philip Declercq
(Foto’s ODE)












