VERWARMING  
Install Magazine 983 – april 2022

Verwarming en de energietransitie

De Europese verwarmingssector is er klaar voor

Verwarming en koeling van gebouwen is cruciaal voor de energietransitie, dat wordt al genoeg herhaald. Om te peilen in welke mate de sector klaar is voor deze overgang, organiseerde EHI, de vereniging van de Europese verwarmingssector, een virtueel panelgesprek met als centrale vraag: hoe ver staat de sector op de weg naar de doelstellingen van 2050? Het antwoord is heel bemoedigend: in principe hebben we de nodige oplossingen. De obstakels zijn eerder maatschappelijk en economisch dan technisch. Zo blijft het gebrek aan geschoolde mensen een knelpunt, net als is de prijsstructuur van de brandstoffen.

Het gaat traag

Deelnemers waren Klaus Jesse (Vaillant), Peter Liese, lid van het Europees Parlement, Ivan Ivankovic (Stad Zagreb) en Federica Sabbati (EHI). Een eerste vaststelling is dat er wel beweging zit in de markt, maar dat het nog veel te traag gaat. Zowat 60% van het bestand van verwarmingstoestellen bestaat nog uit niet-condenserende ketels. De groei van warmtepompen mag dan alle records slaan, de aantallen blijven nog ver achter condenserende gasketels. Zo meteen zal de warmtepomp de verbrandingstechniek dus nog niet vervangen. Er is natuurlijk ook winst te halen door oude stooktoestellen te vervangen door moderne condensatieketels, zeker wanneer er van steenkoolkachels wordt overgeschakeld op gas. Die besparing is echter veel te klein om de doelstellingen voor 2030 of 2050 te halen.

Bovendien is er haast bij, en wel om twee redenen. Een eerste is de levensduur van de toestellen: ketels blijven gemakkelijk 15 jaar in gebruik, in sommige gevallen veel langer. Willen we dus in 2050 koolstofneutraal zijn, dan mogen de laatste ketels op fossiele brandstoffen hooguit in 2035-2040 in gebruik worden genomen. De tweede reden is dat verwarming een relatief gemakkelijke sector is om te decarboniseren. Tegen 2050 moet de hele economie klimaatneutraal zijn, inclusief de sectoren waar dat erg moeilijk is, zoals luchtvaart, zwaar vervoer of de productie van cement of staal. Om die sectoren ruimte te geven in de aanloop naar 2050, is het best om voorsprong te nemen met sectoren waar er nu al alternatieven voor bestaan. Gebouwenverwarming is daar een van.

Vergroening gebeurt niet op commando

Veel wordt verwacht van de opname van verwarming in ETS, het systeem voor de handel in uitstootrechten. Daardoor zou er een prijs op CO2-uitstoot geplakt worden. Dit is niet onomstreden, maar het biedt interessante mogelijkheden. Ten eerste zou het de overschakeling op groene energiebronnen, zowel elektriciteit als groene brandstoffen, rendabeler maken. Het prijsverschil tussen elektriciteit enerzijds en gas of stookolie anderzijds is nog altijd de doorslaggevende factor in het succes of falen van de warmtepompmarkt. De investering voor een warmtepomp blijft hoger dan die voor een wandketel. Hoewel schaaleffecten zeker beginnen te spelen in de productie van warmtepompen, zal de techniek in de komende jaren nog altijd relatief duur blijven. De terugverdientijd van de investering moet lager worden, en dat kan door meer lasten te leggen op fossiele brandstoffen.

Ten tweede genereert een heffing op CO2-uitstoot inkomsten, die dan gebruikt kunnen worden om eigenaars te ondersteunen om hun installatie te moderniseren. Peter Liese hamerde hier herhaaldelijk op: vergroening gaat niet op commando. De energietransitie heeft alleen kans op slagen als eigenaars daadwerkelijk de middelen hebben om te renoveren. Met een verplichting alleen is men niets. Dat veronderstelt natuurlijk wel dat de heffingen op de uitstoot ook worden gebruikt om het gebouwenbestand te vergroenen, en niet voor iets anders.

Ten derde zijn er efficiëntiewinsten door de CO2-prijs te regelen op Europees niveau. Op dit moment zijn er al diverse vormen van CO2-heffingen in diverse Europese landen. Door die op te nemen in een Europees systeem kan men het beheer vereenvoudigen, en wordt het gemakkelijker voor fabrikanten om daarop in te spelen. Veelzeggend in dit geval is dat er interesse bestaat vanuit Groot-Brittannië om in een dergelijk Europees emissiehandelsysteem te stappen, als het er zou komen.

Natuurlijk zal dat de prijs van gas en stookolie doen stijgen; dat is net de bedoeling. In deze tijden van onvrede over hoge energieprijzen is dat geen populaire boodschap. Vergeleken met de invloed van de internationale markt, zal de impact van het ETS eerder beperkt blijven. De voorbije stijgingen van de gasprijs hebben veel meer te maken met internationale spanningen dan met welk heffingsysteem dan ook.

Groen gas als oplossing?

De rol van groen gas blijft onduidelijk. Zeker is wel dat de hoeveelheden beperkt zullen zijn, en er heel wat geïnteresseerde partijen zijn. Vanuit EHI merkte men wel op dat er eerst een vraag vanuit de markt nodig is om de productie van groen gas -in de eerste plaats groene waterstof- op te starten. Niemand gaat een waterstoffabriek beginnen te bouwen in de hoop dat er wel een klant zal opduiken tegen dat de fabriek in gebruik kan worden genomen. De verwarmingssector kan echter op korte termijn optreden als gegarandeerde afnemer. Zowel de distributienetten als de toestellen kunnen zonder al te veel problemen een bijmenging van waterstof aan. In dit scenario kan de gassector fungeren als startmotor voor de productie van groene waterstof, terwijl dan de vraag open blijft of en in hoeverre verwarming kan overschakelen op 100% groen gas.

Omscholen voor het klimaat

De belangrijkste uitdaging is echter het gebrek aan geschoold personeel. Er zijn nu al te weinig installateurs verwarming, en daarvan is er slechts een minderheid echt vertrouwd met duurzame systemen zoals warmtepompen. De precieze aantallen variëren van land tot land, maar in de meeste gevallen is er nog een hele weg af te leggen. De situatie ombuigen is niet eenvoudig. Zo moet de jeugd overtuigd worden om voor een carrière in de installatiesector te kiezen. Er is wel een grote bewustwording rond de klimaatproblematiek bezig, maar het blijft gemakkelijker om jongeren warm te maken om te spijbelen voor het klimaat dan om zich in te schrijven voor een technische richting.

Verder moeten ook de scholen mee. Duurzame technieken moeten een plaats vinden in het curriculum. Ook dit is een werk van lange adem, ondanks de goede wil die er ongetwijfeld aanwezig is. Onderwijs is erg versnipperd georganiseerd, niet alleen in België. Dikwijls is er een sterke invloed van lokale of regionale overheden. Koerswijzigingen zetten zich maar langzaam door. De sector wil hier een steentje bijdragen.

Potentieel omzetten

Het potentieel om de doelstellingen te bereiken, is nu al aanwezig. Of dat potentieel wordt gerealiseerd, zal in grote mate afhangen van externe factoren. Peter Liese waarschuwde wel voor een gebrek aan ambitie bij de industrie. Men mag zich niet beperken tot laaghangend fruit of gedeeltelijke oplossingen, zoals de overschakeling van steenkoolkachels op condensatieketels. Willen we tot een koolstofneutrale verwarming komen, dan moet de sector consistent mikken op de meest performante systemen.

Door Alex Baumans

www.ehi.eu