VERWARMING
Install Magazine 982 – maart 2022
Consument vertrouwt vooral op installateur
Enquête van Europese verwarmingssector
In het hele verhaal van de energietransitie komt het uiteindelijk aan op de eindklant: hij is het die de bestelling plaatst en de factuur zal betalen. Om na te gaan hoe de particulier staat tegenover de energietransitie organiseerde EHI, de Europese vereniging van verwarmingsfabrikanten, een peiling in vijf Europese landen. Het ging daarbij telkens om gezinnen die recent een nieuw verwarmingstoestel hadden aangeschaft, zowel voor een nieuwe installatie als voor de vervanging van een bestaand.
Ketels boven
Er werden telkens ongeveer 600 gezinnen bevraagd in vijf landen: Frankrijk, Duitsland, Italië, Bulgarije en Polen, zodat men een gevarieerd beeld kreeg van de markten in Europa. Tevens werd ook gepeild naar hun financiële situatie en bezorgdheid voor het milieu. Allemaal hadden ze in de afgelopen vier jaar een nieuw verwarmingstoestel aangeschaft. Een eerste vaststelling is dat ketels nog altijd met afstand het meest gekochte toestel zijn (60%), met warmtepompen als goede tweede (27%). Andere types zoals micro-WKK of hybride installaties volgen op grotere afstand. Opvallend is wel de derde plaats in de rangschikking voor micro-WKK, wat hoofdzakelijk te danken is aan de goede score van dit type in Bulgarije (19% van de respondenten) en Duitsland (8%). Er zit wel een evolutie in de markt: naarmate de installaties nieuwer zijn, stijgt het aandeel van warmtepompen. Verder is er een verband met het inkomen: warmtepompen worden vooral door beter begoede gezinnen gekocht.
Meeste vervangingen zijn ongepland
De verwarmingsmarkt is voornamelijk een vervangingsmarkt. In ongeveer 72% van de gevallen ging het om de vervanging van een oud toestel. Zeker in West-Europa blijven toestellen lang in dienst: bij meer dan 22% van de Duitse en 17% van de Franse gezinnen was het vorige toestel meer dan 20 jaar oud. In twee derde van de vervangingen was de ingreep het gevolg van een defect en dus niet gepland. Dat heeft zijn gevolgen voor de aankoopbeslissing.
Over het algemeen wordt een toestel immers vervangen door een gelijkaardig: stond er al een ketel, dan is er een sterke neiging om opnieuw hetzelfde type ketel te plaatsen; hetzelfde geldt voor een warmtepomp. Dat heeft er natuurlijk alles mee te maken dat een groot deel van de ingrepen niet gepland zijn. De eindklant heeft dan zelden de gelegenheid of het budget om meteen nog aanpassingen uit te voeren aan de woning of de installatie om de overschakeling mogelijk te maken. De ingreep blijft beperkt tot een toestelvervanging. Dat blijkt ook uit de brandstofkeuze: bij een ketelvervanging werkt de nieuwe ketel in 87% van de gevallen op dezelfde brandstof als de vorige.
Gemak geeft de doorslag
Wanneer een oud toestel dat nog werkt, vervangen wordt, dan zijn de voornaamste redenen minder verbruik, gevolgd door minder uitstoot. Opvallend is wel dat die voorkeur zich niet vertaalt in een grotere verkoop van warmtepompen. Ongeveer 60% van de respondenten gaf aan wel aan andere types van verwarming gedacht te hebben als de vraag van vervanging zich stelde, maar in de meeste gevallen viel de keuze op vervanging door een gelijkaardig toestel. De reden om bij het oude te blijven was veelal dat de woning niet geschikt was voor een ander verwarmingssysteem. Een derde van de gezinnen gaven ook aan dat ze niet op de hoogte waren van mogelijke alternatieven, terwijl een kwart wel van het bestaan van andere systemen afwist, maar niet de tijd of de kans had om de toepasbaarheid daarvan in detail na te gaan. Men kiest dus doorgaans voor de meest voor de hand liggende oplossing.
Installateur als sleutelfiguur
De installateur komt naar voor als de belangrijkste factor in de aankoopbeslissing. De gezinnen gingen vooral te raad op het internet, bij de installateur en bij de fabrikanten. Bij diegenen die raad hadden gevraagd aan de installateur, gaf niet minder dan 97% aan die raad helemaal (51%) of grotendeels (46%) gevolgd te hebben. Met andere woorden, wanneer een installateur de overschakeling op een ander verwarmingstype aan- of afraadt, is dat doorslaggevend voor de uiteindelijke beslissing.
Factoren in de keuze
Gevraagd naar wat er meespeelt in de keuze voor een nieuw verwarmingstoestel, letten de consumenten vooral op verbruik, stookkosten, uitstoot en totale kost. Aspecten zoals technologische innovatie, de mogelijkheid tot afstandsbediening of integratie in een smart home systeem werden als het minst belangrijk aangegeven. Er is wel een verschil tussen wie voor een ketel kiest en wie voor een warmtepomp opteert. Bij deze laatsten speelden twee andere factoren een rol, namelijk de toekomstige beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, en het belang van over de nieuwste technologie te beschikken.
Er werd ook gepeild naar de impact van het energielabel. Dit bleek vrij goed bekend te zijn: ongeveer twee derde gaf aan het energielabel van het verwarmingstoestel te kennen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat er tendens was om de energieklasse van de eigen verwarmingsinstallatie te overschatten. Bij vervanging kozen de eindklanten zo goed als altijd voor een nieuw toestel dat minstens even goed was als het bestaande, in de meeste gevallen zelfs beter. Er is een duidelijk streven bij de consument om voor een zo goed mogelijke energieklasse te kiezen. De bekendheid met het energielabel verschilt wel van land tot land. In Bulgarije is het bijvoorbeeld een stuk beter bekend (88%) dan in Frankrijk (66%). Een interessante vaststelling is dat hoe meer vertrouwen de consument in de installateur heeft, hoe minder hij op de hoogte is van het energielabel van zijn toestel. Omgekeerd zijn de consumenten met minder vertrouwen in de installateur meer geneigd om het energielabel van de voorgestelde oplossingen op te zoeken.
Gezien rendement en verbruik aangegeven worden als de belangrijkste criteria voor een aankoopbeslissing, mag men verwachten dat het energielabel een grote rol speelt. Ongeveer driekwart van de consumenten gaf aan dat ze inderdaad hun keuze onder meer op het energielabel baseerden. Hoe groter de interesse voor het energielabel, hoe groter ook de kans was dat de consumenten de overstap van een ketel naar een andere manier van verwarmen overwogen. Die grotere interesse vertaalde zich echter niet in een grotere daadwerkelijke keuze voor warmtepompen, vergeleken met de consumenten die minder belang hechtten aan een energielabel. Het label heeft dus wel een sensibiliserende functie, maar is op zich onvoldoende om consumenten over de streep te trekken.
De algemene conclusie kan dus zijn dat de installateur de spilfiguur blijft. Andere informatiekanalen hebben hun belang, en met name het energielabel speelt ongetwijfeld een rol. Anderzijds blijft de opinie van de installateur voor de meeste klanten doorslaggevend. Als de energietransitie er komt, dan zal dat in grote mate op aanraden van de installateur zijn.
Door Alex Baumans














