EVENEMENTEN
Install Magazine 942 – augustus 2017
Potentieel van geothermie onderschat
VCB informeert over de mogelijkheden van deze techniek
Warmtepompen spelen een cruciale rol in de energietransitie op het vlak van thermisch comfort van gebouwen. Daarbij heeft ondiepe geothermie (boringen tot 400 m) een bijzonder groot potentieel. Er bestaan al heel wat verwezenlijkingen op dit vlak, maar de mogelijkheden blijven nog te weinig bekend. Vooral de bijdrage aan koeling wordt nog onderschat. Om daaraan te verhelpen, organiseerde de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) een reeks infodagen.
Potentieel realiseren
Onder de titel ‘De onuitputtelijke kracht van geothermie’ hield de VCB een reeks van vijf namiddagen (een per provincie) waarin diverse aspecten van de kwestie belicht werden. Het precieze programma varieerde licht per sessie. We gaan hier in op de voorstelling in Leuven. Eerst stelde Luc François (WTCB) het Smart Geotherm project voor, dat kennis wil bundelen en de gebruikers praktische instrumenten ter beschikking wil stellen. Aansluitend was er een getuigenis van het Leuvense architectenbureau DMOA, dat zijn eigen kantoor met energiepalen had uitgerust. De firma Climapac lichtte een innoverende techniek toe om SWW op een zuinige manier te produceren met een geothermische warmtepomp, en toch het risico op legionella te minimaliseren.
Daarna werd ingegaan op een reeks beleidskwesties. Bertrand Waucquez (energieconsulent VCB) wierp een kritische blik op de evaluatie van geothermie in de EPB-regels en gaf een overzicht van de drempels die een bredere aanvaarding van de techniek belemmeren. Estelle Petitclerq (Geological Survey of Belgium) verbreedde het perspectief naar Europa, met aandacht voor verschillende internationale onderzoeksprojecten. Om boringen in de bodem uit te voeren, kan er een vergunning nodig zijn. Iwan De Jonghe van het VMM vertelde precies hoe dat zat. De wetgeving is zo opgevat dat er meestal geen vergunning nodig is. Bij meer complexe gevallen is een tijdige communicatie met de bevoegde overheid van centraal belang.
Verder deelden een aantal bedrijven hun ervaringen met deze technieken mee. Johan Verheyden van de gelijknamige boorfirma ging in op de technische aspecten van boringen. Gert Dewandeleer van Nathan vertelde hoe men met booster warmtepompen het rendement van SWW-productie kon opdrijven. Dietrich Schildermans van Ingenium gaf aan dat het verhaal niet eindigt met de oplevering: een goede opvolging en regeling is nodig. Jean-Marie Plasschaert van GeoThermics tenslotte rekende als bouwpromotor voor dat geothermiewoningen een kostenoptimale oplossing zijn.
Ondergewaardeerde mogelijkheden
Een van de aandachtspunten die terugkwamen in verschillende uiteenzettingen, was dat geothermie niet naar waarde geschat worden in het beleid. Zo worden de werkelijke rendementen sterk onderschat, en gaat de beoordelingsmethode voor geothermie uit van ongunstigere randvoorwaarden dan voor lucht-water toepassingen. Wie dus een inspanning doet om een dergelijke installatie aan te leggen, wordt daar te weinig voor beloond. Tevens werd de aandacht gevestigd op een conflict in de regelgeving. Enerzijds streeft de energieprestatiewetgeving ernaar om de energiebehoefte van woningen zo laag mogelijk te houden, anderzijds wordt er minimumopbrengst aan hernieuwbare energie opgelegd. Voor toepassingen van groene warmte, die zeer interessant zijn voor appartementsgebouwen, kan dat tot tegenstrijdige situaties leiden, omdat men meer warmte moet produceren dan men verbruikt. De sector hoopt dat dankzij overleg deze pijnpunten kunnen worden weggewerkt.
Passieve koeling als uitdaging voor morgen
Een ander woord dat steeds terugkeerde was ‘koeling’. Naarmate gebouwen beter geïsoleerd worden, verschuift het comfortprobleem van verwarmen in de winter naar koelen in de zomer. Geothermische warmtepompen hebben hier een duidelijke troef door passieve koeling. Zo kan men vermijden dat de bouwmassa opwarmt, met een minimum aan energieverbruik. Ook dit aspect wordt niet erkend in de regelgeving. Het beleid is vooral gericht op groene warmte, terwijl de uitdaging van morgen wel eens groene koeling zou kunnen zijn. Een treffend voorbeeld is dat toepassing van passieve koeling ertoe kan leiden dat het E-peil verslechtert. Bovendien wijzen praktijkervaringen erop dat de koelbehoefte in de regelgeving onderschat wordt. Hier hoopt het VCB op een aanpassing van de rekenmethode.
Gebruikers niet vergeten
De techniek mag dan wel voorhanden zijn, de gebruikers moeten er ook nog juist mee omgaan om een optimaal resultaat te halen. Dietrich Schildermans van Ingenium haalde het voorbeeld van een hybride installatie aan van een BEO-veld met warmtepomp, aangevuld met een gasketel voor pieklasten. Door een te laag ingestelde nachtverlaging waren er echter comfortklachten, met name bij de opstart. Als oplossing koos de gebouwenbeheerder voor een verhoging van de stooklijn. Vanaf een buitentemperatuur van 2,5°C kon de warmtepomp dan echter de gewenste temperatuur niet meer leveren, zodat de ketel het overnam. Het gevolg was dat de warmtepompinstallatie onderbenut bleef: het aandeel in de totale warmteproductie zakte van 76% tot amper 49%. Het euvel werd hersteld door de parameters voor de nachtverlaging in te stellen. Dit voorbeeld toont echter aan dat ingrepen met de beste bedoelingen, toch tot negatieve resultaten kunnen leiden, als de gebruiker niet op de hoogte is van de filosofie achter de installatie.
Installatietechnieken zijn doorslaggevend voor een zuinige werking
Het veelgehoorde bezwaar dat geothermische warmtepompen duur zouden zijn, moet genuanceerd worden. De boring is een duidelijke meerprijs, waar men niet omheen kan. Die kan echter beperkt worden door een juist ontwerp. Op dit vlak is er waarschijnlijk nog marge voor verbetering: onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat 70% van de installatie verkeerd gedimensioneerd zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat de situatie in ons land veel beter zou zijn.
Verder zijn de resultaten van geothermische warmtepompen in de praktijk beter dan de waarden volgens de energieprestatieregels. Die gaan immers uit van erg ongunstige omstandigheden, die relatief weinig voorkomen. Bovendien kennen geothermische systemen geen ontdooicycli, wat eveneens het jaarrendement verbetert. Men mag zich niet blind staren op een laag E-peil. Het verband tussen het E-peil en het werkelijke verbruik is veel minder rechtlijnig dan doorgaans wordt aangenomen.
De conclusie is dan ook dat men best investeert in een zuinige installatie, zoals een geothermische warmtepomp. De huidige regelgeving geeft de voorrang aan oplossingen op het vlak van de bouwschil. Die staan echter niet garant voor een laag energieverbruik in de praktijk, en kunnen aanleiding geven tot comfortproblemen. De sector dringt er bij de overheid op aan om daarmee rekening te houden in toekomstige voorschriften.
Door Alex Baumans












