EVENEMENTEN
Install Magazine 980 – november 2021
Technische mogelijkheden, financiële obstakels
Het veertiende symposium van het WPP
Na een digitale versie vorig jaar, werd het veertiende symposium van het Warmtepompplatform (WPP) weer fysiek gehouden, meer bepaald in de Van Marcke hoofdvestiging bij Kortrijk. Het WPP is een energieplatform onder ODE, dat alle geledingen van de warmtepompsector in Vlaanderen groepeert. Naast technische aspecten, kwamen vooral economische aspecten aan bod. Op technisch en industrieel vlak zijn de meeste obstakels voor de warmtepomp weggewerkt. Het motto voor dit symposium was dan niet toevallig ‘Wat kan de warmtepomp niet?’. Alleen de stroomtarieven gooien roet in het eten. De centrale vraag was dan ook: hoe kan de warmtepomp inspelen op de komende elektriciteitstarieven?
Warmtepompen worden mainstream
De plaats van het gebeuren is niet toevallig. De Van Marcke site is een van de grootste geothermische projecten van Vlaanderen, met 518 boringen en 1 MW maximaal vermogen. Dat is op zich al opmerkelijk. Maar, zoals WPP co-voorzitter Wim Boydens opmerkte, het is nog opmerkelijker dat het om een privégebouw gaat. Dergelijke warmtepompprojecten waren in het verleden doorgaans overheidsgebouwen, waar men voor warmtepompen koos vanuit een voorbeeldfunctie. Dat het hier gaat om een privé-initiatief bewijst dat de techniek stilaan industriestandaard is geworden.
In haar openingstoespraak benadrukte Van Marcke CEO Caroline Van Marcke dat het allemaal niet van een leien dakje is gelopen. Het heeft het technische team van de groothandel een vol jaar gekost om alle instellingen en regelingen correct te krijgen. Een efficiënte werking staat of valt met optimalisatie en een goede regeling. Hier is nog veel werk aan de winkel. Met het project wilde Van Marcke ook de bijdrage van de bedrijfswereld in de verf zetten: de HVAC sector is cruciaal voor de energietransitie. Dat blijkt ook uit de evolutie van Van Marcke zelf: waar het bedrijf traditioneel een sanitairgroothandel was, wordt het merendeel van de omzet nu gerealiseerd in HVAC. Het belang van de sector groeit en dus ook de rol die bedrijven kunnen spelen.
Klaar voor Fit fot 55
Luc De Smet, de andere covoorzitter van het WPP, gaf naar goede gewoonte een stand van zaken van de warmtepompsector in Vlaanderen. Een eerste vaststelling is dat de klimaatcrisis dichterbij komt. De gevolgen van de aardopwarming worden meer en meer voelbaar en niets wijst erop dat de beweging binnen afzienbare tijd zal milderen. Het Europese Fit for 55 programma moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, en warmtepompen passen daar perfect in. Ze vermijden CO2-uitstoot, ze zijn regelbaar zodat ze kunnen gebruikt worden om pieken in de elektriciteitsvraag te verschuiven, en ze kunnen koelen, wat hoe langer hoe belangrijker zal worden voor het zomercomfort. Dat laatste verbruikt natuurlijk energie, maar dit dat gemakkelijk opgevangen worden door PV-panelen.
Wat het vermijden van CO2-uitstoot betreft, maakte Luc De Smet wel een opmerking. De eerste toestellen met een koelmiddel met een GWP van minder dan 150 duiken op. In het kader van de F-gassenreglementering is dat heel mooi, maar die toestellen hebben wel een lagere SCOP. Men moet dus de vraag stellen in hoeverre de grotere indirecte uitstoot door het energieverbruik niet opweegt tegen de lagere directe uitstoot.
Terugverdientijd: nooit
Het verschil tussen de stroomprijs en de prijs van fossiele brandstoffen, in de eerste plaats gas, blijft een rem op de doorbraak van de warmtepomp. België heeft de op twee na hoogste energieprijs in Europa, maar staat op plaats 17 in het klassement van de gasprijzen. Het is dan ook niet te verbazen dat volgens een analyse van het European Environmental Bureau, België een van de landen is waar een warmtepomp zich eigenlijk nooit terugverdient.
Die prijsverhouding is echter geen natuurwet. Slechts enkele jaren geleden was de toestand heel anders: toen was elektriciteit ongeveer drie keer duurder dan gas, waardoor men wel geld kon besparen met een warmtepomp. Ook andere Europese landen hebben hun eigen prijsstructuur, waardoor een warmtepomp interessant kan worden. We hebben dus een aangepast energiebeleid nodig. In zijn overzicht van de ontwikkeling van de energieprijzen in de afgelopen jaren, en wat men in de afzienbare toekomst mag verwachten, gaf Ruben Baetens van 3E wel een waarschuwing mee. De prijsstructuur en de regelgeving zijn al diverse keren veranderd, en gaan nog wijzigen. Aan elke configuratie hangen telkens bepaalde verdienmodellen vast. Zodra de regels echter wijzigen, vervallen die verdienmodellen, en moet men andere formules zoeken, tot ook die weer achterhaald zijn. Dat maakt een economische beslissing er niet bepaald gemakkelijker op. Een installatie die ontworpen is om maximaal gebruik te maken van de terugdraaiende teller, is nu in het nadeel. Nu is men misschien beter af met een installatie waarbij het zelfverbruik geoptimaliseerd is. Maar hoe rendabel zal die zijn als straks de regels weer veranderen, en er misschien een CO2-taks komt of een uurtarief voor elektriciteit?
Wim Boydens vatte het mooi samen. Nu de meeste technische problemen van een warmtepomp van de baan zijn, blijkt de voornaamste drempel nu de regelgeving. De sector heeft nu misschien niet zozeer technici nodig als wel juristen.
Koelen niet vergeten
De uiteenzetting van Margot De Pauw (Kenniscentrum Energie van de Thomas More Hogeschool) over de resultaten van het SCoolS-project, bracht de koelfunctie van warmtepompen onder de aandacht. De nood hieraan wordt sterk onderschat in de traditionele dimensionering. Het referentiejaar voor in België houdt immers geen rekening met hittegolven. In de praktijk zijn die er wel, zodat gebouwen die theoretisch geen last zouden hebben van overtemperatuur toch te warm worden. Het onderzoeksteam stelde daarvoor een nieuw referentiejaar op, dat wel degelijk rekening hield met de warme perioden van de afgelopen zomers. Dit komt vrij goed overeen met de verwachte ontwikkelingen in het klimaat.
Daaruit blijkt dat de meeste gebouwen niet zonder enige vorm van koeling kunnen. Met niet-mechanische systemen zoals nachtventilatie en zonwering komt men al een heel eind, maar dan nog is er in vele gevallen een extra koelsysteem nodig. Bovendien is nachtventilatie niet overal inzetbaar, bijvoorbeeld omwille van lawaaihinder. In de meeste gevallen brengt een vorm van mechanische passieve koeling wel een uitkomst, zoals adiabatische koeling op de ventilatie, of passieve koeling met ventiloconvectoren of vloerkoeling als afgifteysteem. In andere gevallen is er actieve koeling nodig. Om ontwerpers zicht te geven over de mogelijkheden heeft het project een ontwerptool online gezet. Daar kan men aan de hand van voorbeeldgebouwen zien wat de risico’s zijn op oververhitting en hoe men die het best aanpakt.
De uiteindelijke conclusie is dan ook hoopvol. Warmtepompen bieden een antwoord op vele van de uitdagingen van het Fit for 55 programma. Nu nog alleen een beleid uittekenen om het economisch haalbaar te maken.
Door Alex Baumans











