EVENEMENTEN  
Install Magazine 974 – februari 2021

Warmtepompen als onderdeel van de relance

Een virtueel warmtepompsymposium

Zoals vele evenementen is ook het symposium van het warmtepompplatform digitaal verlopen. Het motto dit jaar was ‘het momentum voor de warmtepomp’. We bevinden ons inderdaad op een belangrijk moment. De Europese Commissie heeft ambitieuze doelstellingen vooropgesteld. Tegelijk biedt de relance na de coronacrisis de gelegenheid om te breken met traditionele systemen. De warmtepomp kan daarvan gebruik maken om een plaats op het podium te verwerven.

Constante groei

Het symposium begon traditioneel met een overzicht van de markt in België en in Europa. Voor België is de situatie al enkele jaren stabiel. De verkoop zit in stijgende lijn, maar de aantallen blijven klein, zodat een echte doorbraak uitblijft. Ook op technisch en reglementair vlak zijn er gunstige ontwikkelingen. De prestaties van de toestellen blijven verbeteren, en het toepassingsveld groeit. Tevens wordt het milieuvriendelijk effect van warmtepompen meer en meer erkend in reglementeringen. Dat alles geeft de techniek een duw in de rug.

De remmende factoren zijn voornamelijk van economische aard. Het prijsverschil tussen elektriciteit en fossiele brandstoffen blijft de grootste drempel voor een doorbraak van de techniek. Ook de lage renovatiegraad is een hinderpaal. Warmtepompen vinden meer en meer hun weg naar renovatie, maar zolang het gebouwenbestand niet massaal wordt aangepakt, blijft het effect in absolute aantallen beperkt.

Europees geld benutten

De Europese Unie kan hier een uitweg bieden. Het verhogen van de renovatiegraad is immers een centraal aspect van de Green Deal, die ook moet dienen om de economie weer uit het slop te trekken na de coronacrisis. Warmtepomptechniek is hier bijzonder goed geplaatst. Het is een energiezuinige manier van verwarmen, die bovendien geen plaatselijke luchtvervuiling veroorzaakt. Het is een marktrijpe techniek, met bewezen resultaten, en is sterk verankerd in de Europese industrie. Het komt erop aan om deze kans te grijpen.

Thomas Nowak van de Europese sectorfederatie EHPA wees in dit verband op het Europese relanceplan waar 1.824 miljard euro voor gebudgetteerd is. In de beste Europese traditie is dat geld verdeeld over een hele waaier van fondsen, instanties en mechanismen, via even diverse Europese instanties. Het feit blijft dat de EU aanzienlijk wil investeren en aan ‘climate mainstreaming’ wil doen. Dat laatste houdt in dat klimaataspecten moeten meegenomen worden in alle andere acties van de EU. Het komt er dus op aan van deze gelegenheid gebruik te maken en initiatieven te ontwikkelen die aanspraak kunnen maken op steun van de EU.

EPB en capaciteitstarief

De verwarmingsmarkt is hoe langer hoe meer bepaald door regels, en wat Vlaanderen betreft, zijn er twee belangrijke wijzigingen op komst: gewijzigde installatie-eisen voor EPB, en het capaciteitstarief voor elektriciteit. Bij EPB-plichtige werken waar er echter geen eis is voor een algemeen E-peil (bijvoorbeeld een gedeeltelijke renovatie, of voor industriebouw), zijn er wel specifieke eisen ingevoerd voor specifieke onderdelen. Zo zijn er bijvoorbeeld rendementseisen voor de installatie als die vervangen wordt. Nu de Europese EBPD-richtlijn herzien werd, moeten ook de EPB-eisen in de regio’s herzien worden, wat meteen de gelegenheid is om deze installatie-eisen aan te passen aan de nieuwe richtlijn en algemeen te stroomlijnen. In plaats van verschillende berekeningsmethodes per techniek, komt er nu een uniforme formule voor de algemene energieprestatie van een technisch systeem, ongeacht het werkingsprincipe. Daarbij wordt waar mogelijk vertrokken van de gegevens volgens de ecodesign richtlijn. De formule kijkt naar het systeemrendement, dus niet alleen het rendement van het toestel zelf, maar ook de dimensionering, instelling en controle van de installatie. Dit moet zuinige en slimme technieken bevoordelen. Deze eisen zullen in werking treden vanaf aangiftejaar 2022.

De elektriciteitsprijs is de doorslaggevende factor in de economische rendabiliteit van een warmtepomp. Die prijs wordt voor ongeveer 30% uitgemaakt door distributienettarieven. Naarmate de digitale meter wordt ingevoerd zal dat deel van de prijs berekend worden volgens het zogenaamde capaciteitstarief: men betaalt in functie van het gemiddeld piekvermogen per kwartier. De bedoeling van dit tarief is om de verbruiker ertoe aan te zetten om pieken te vermijden. Naarmate verwarming en vervoer meer en meer elektrisch gebeuren, kan dit immers leiden tot hoge pieken. Als het elektriciteitsnet moet worden aangepast om die pieken op te vangen, betekent dat aanzienlijke investeringen, en die kosten zullen dat uiteindelijk doorgerekend worden voor iedereen. Als we echter pieken kunnen beperken, blijven de extra kosten binnen de perken. Dit kan goed nieuws zijn voor warmtepompgebruikers. Door een slimme regeling, die vermijdt dat de warmtepomp aanspringt als er te veel andere verbruikers zijn, zou men zo een merkbare besparing kunnen realiseren op de totale jaarkost, ook al blijft het totale jaarverbruik (in kWh) even hoog.

Realisaties en awards

Het symposium sloot af met een voorstelling van concrete realisaties. Mijnwater uit het Nederlandse Heerlen toonde hoe het ondergrondse netwerk van een gesloten steenkoolmijn kon gebruikt worden voor warmte- en koude-opslag voor een warmtenet. Zo kan men komen tot een meer circulaire verwarmingsvoorziening voor lokale gemeenschappen. De firma Noven ging in op de toepassing van warmtepompen in collectieve woningen. Daaruit onthouden we het belang van een juiste hydraulische aansluiting, wat een groot verschil kan maken in het uiteindelijke rendement. Ook is het gebruik van een “energie als dienst”-formule aan te bevelen. Een vereniging van mede-eigenaars is niet altijd in staat een dergelijke installatie effectief te beheren.

Tot slot werden ook de Warmtepomp Awards toegekend. Vijf realisaties dongen mee naar de prijs: het distributiecentrum EDC van en door Van Marcke, de stadsboerderij BIGH Aquaponics Farm door Viessmann, het hoofdkantoor van Cordeel door Mitsubishi Electric, de absorptiewarmtepomp van Vyncke door Johnson Controls, en het project van de Gare Maritime door Boydens Engineering. De deelnemers konden hun voorkeur uitspreken door televoting, en de prijs ging naar de Gare Maritime door Boydens Engineering.

Door Alex Baumans

www.ode.be