INSTALLATIE EN GEREEDSCHAP  
Install Magazine 939 – april 2017

Kansen voor warmtenetten

Terrendis levert oplossingen van eigen bodem

Warmtenetten kennen een hernieuwde belangstelling, dankzij technische ontwikkelingen. De netten van de derde of de vierde generatie hebben nog maar weinig te maken met de oude systemen waar stoom of water aan hoge temperaturen over grote afstanden werd rondgepompt. Ze werken integendeel met lagere temperaturen, en zijn veel kleinschaliger en flexibeler in opzet. De vierdegeneratienetten zijn in staat om met wisselende belasting te werken, en gebruikers kunnen zowel afnemer als leverancier zijn. Ook het buismateriaal heeft een evolutie gekend. Van stalen buizen is men overgeschakeld op soepele voorgeïsoleerde buizen in kunststof. De fabrikant Terrendis in de Gentse kanaalzone is een specialist ter zake.

Lagetemperatuurnetten voor hernieuwbare energie

Groene warmte is een van de aandachtspunten van het Vlaams beleid. Door warmtenetten aan te leggen, kan men gebruikmaken van uiteenlopende duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, restwarmte, biogas of biomassa... De verdeeltechniek heeft daarbij eveneens een hele weg afgelegd. De oude installaties die stoom of heet water rondpompten om hele stadwijken van energie te voorzien, zijn volledig achterhaald. De warmtenetten van de derde of vierde generatie zijn kleinschaliger, flexibeler en maken gebruik van lagere temperaturen.

De volgende stap zijn de ‘slimme netten’. Daarbij wordt afgestapt van de strikte opdeling warmteproducent-verbruiker. Bij een slim net kunnen afnemers ook over een eigen energieproductie beschikken, en naargelang de omstandigheden warmte afnemen, of op het net zetten.

Vooral de werking op lagere drukken en temperaturen opent mogelijkheden. Netten van de derde generatie werken met temperaturen onder 100°C; die van de vierde generatie soms nog veel lager. Dat opent mogelijkheden voor een ruimere keuze aan warmtebronnen, zodat men optimaal gebruik kan maken van restwarmte. Bovendien zijn de warmteverliezen lager, omdat het temperatuurverschil met de bodem kleiner is. Ten slotte is de aanleg gemakkelijker. Hier komen voorgeïsoleerde kunststofbuizen tot hun recht.

Specialist in ondergrondse verdeling

Een van de specialisten in dergelijke verdeelnetten is Terrendis, een Belgisch bedrijf dat onderdeel vormt van een Franse groep RYB. Het heeft een brede waaier aan leidingen voor ondergrondse verdeelnetten. Een van de sterke punten van de fabrikant is de grondige kennis van de techniek. Terrendis mag dan wel een nieuw initiatief zijn, het team erachter zijn geen nieuwkomers. De medewerkers hebben heel wat ervaring met ondergrondse verdeelnetten in België en daarbuiten. Ze kunnen bovendien steunen op de kennis van meer dan 50 jaar kunststofverwerking van het Franse moederbedrijf.

Een troef is de grote flexibiliteit van productie. In tegenstelling tot andere fabrikanten van voorgeïsoleerde leidingen worden bij Terrendis de buis en mantelbuis niet tegelijk geëxtrudeerd. Eerst wordt de watervoerende buis geëxtrudeerd, waarna de isolatie en de mantel bevestigd worden. Het grote voordeel is dat de omsteltijden veel korter zijn; 30 minuten kunnen al volstaan om van product te wisselen. Zo kan men een gevarieerder assortiment aanhouden. Voor een gegeven binnendiameter kan Terrendis uitvoeringen met verschillende isolatiediktes aanbieden. Verder heeft het bedrijf een grotere keuze aan binnendiameters.

Door een slimme combinatie van voorraad en productie op bestelling kan het bedrijf korte levertermijnen garanderen. Lokale klanten kunnen bovendien rekenen op een versnijdienst, zodat ze lengtes op maat kunnen krijgen. Beschikbaarheid is een van de grote troeven van Terrendis. De aannemer mag erop vertrouwen dat de werken geen vertraging zullen oplopen, omdat het materiaal achter blijft.

Kwaliteit en installatievriendelijkheid

Voor de watervoerende buis maakt Terrendis gebruik van PE-Xa-leidingen. Dit materiaal is tot een standaard in de installatietechniek geworden: het is bestand tegen druk en temperatuur, heeft goede mechanische eigenschappen en heeft een zeer glad oppervlak. Bovendien heeft PE-X een vormgeheugen: de buis zal steeds proberen om in haar oorspronkelijke vorm terug te keren. Daardoor zal de buiswand zich vast om de fitting klemmen, zodat er geen aparte dichting nodig is. Voor de isolatie wordt gebruikgemaakt van chemisch crosslinked schuim. Ook dit heeft een geheugeneffect, zodat het al de ruimte tussen buis en mantel zal opvullen. Het bestaat uit een structuur van kleine gesloten cellen. Dat zorgt voor een optimale isolatie, en zal geen water opslorpen, wat handig is voor ingegraven toepassingen. Uiteraard heeft het materiaal diverse keuringen en certificeringen in binnen- en buitenland.

Terrendis denkt systematisch aan het gemak van de installateur. Zo heeft het EVOH-zuurstofscherm van de buizen een kleur meegekregen, zodat men zich onmogelijk kan vergissen tussen vertrek en retour. Voor de montage van de fittingen is er geen speciaal gereedschap nodig, en ze zijn zo ontworpen dat men ze niet te hard kan aantrekken. Kortom, gemak op de werf staat voorop.

België als groeimarkt

Ondanks de grote beleidsbelangstelling voor warmtenetten, blijft het aantal concrete realisaties in ons land nog laag. Het overgrote deel van de productie van Terrendis gaat dan ook naar het buitenland, in de eerste plaats Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Scandinavië. Daarnaast is de firma ook actief in Spanje en Italië, en worden de eerste stappen buiten Europa gezet, meer bepaald in Noord-Amerika en Noord-Afrika.

Toch begint het idee stilaan ingang te vinden. Zo is Terrendis betrokken in een project van een 40-tal woningen in Kuringen die de sociale huisvestingsmaatschappij Cordium zal aansluiten op een warmtenet. Om de kansen van warmtenetten in Vlaanderen volop te benutten, is er een mentaliteitswijziging nodig. Op technisch vlak is er geen enkel probleem. De materialen zijn beschikbaar en men beschikt over heel wat ervaring in de aanleg en beheer ervan in het buitenland.

In ons land denkt men echter nog te weinig in termen van gemeenschappelijke voorzieningen, en blijft de horizon al te veel beperkt tot de perceelgrens. Commercieel directeur Xavier De Buyser ziet een opvallend contrast met Duitsland, waar wijken of gemeenschappen zich spontaan organiseren om in hun eigen energie te voorzien. Aanbieders van restwarmte, zoals landbouwers met een biogascentrale, gaan daar ook actief op zoek naar afnemers en zetten zelf projecten op. In Vlaanderen zetten we nog maar onze eerste voorzichtige stappen. De grootste hinderpalen zijn daarbij niet van technische aard, maar eerder organisatorisch. Zo is er nood aan een aangepast wettelijk kader; het blijft bijvoorbeeld zeer ingewikkeld om een warmtenet in de EPB-regels te valoriseren. Terrendis biedt dan ook een uitgebreide ondersteuning aan wie een warmtenetproject wil opstarten.

Door Alex Baumans

Foto’s: Terrendis

www.terrendis.com