WETGEVING
Install Magazine 953 – september 2018
Europa moet voortrekker worden in de energietransitie
Europese Commissie pleit voor ambitieuze klimaatdoelstellingen
De EU Sustainable Energy Week (EUSEW) is een van de belangrijkste evenementen voor iedereen die met energiebeleid in de EU te maken heeft. Deze gezamenlijke organisatie van het Directoraat-Generaal Energie van de Europese Commissie, en het Uitvoerend Agentschap voor het Midden- en Kleinbedrijf (EASME) verzamelt een brede waaier van betrokken partijen. Gedurende de drie dagen waren er een zestigtal conferenties met in totaal ongeveer 2.500 deelnemers, naast tentoonstellingen, netwerkactiviteiten en andere events. De sfeer was ambitieus en voluntaristisch. Als het van de Europese Commissie afhangt, wordt de EU een voortrekker in de energietransitie, op weg naar de doelstellingen van Parijs.
Op naar 2050
EUSEW begon met een algemene sessie met vertegenwoordigers van de Europese Commissie, van Bulgarije als EU-voorzitter en diverse andere betrokken partijen. Het centrale thema was Clean Energy Transition. Het doel is bekend: in 2050 wil de EU zo goed als koolstofneutraal zijn. Om daartoe te komen, moeten we nog een hele weg afleggen. Er is dus drastische actie nodig om de energietransitie te verwezenlijken. Miguel Arias Cañete, Europees commissaris voor Klimaatactie en Energie, gaf een algemene stand van zaken. Eerst en vooral zijn er de onderhandelingen over de Clean Energy for All Europeans package, dat diverse richtlijnen en maatregelen bundelt. Zo werd de revisie van richtlijn voor energieprestatie van gebouwen recent afgerond. Gezien gebouwen de belangrijkste energieverbruikers in de EU zijn, is dit een belangrijke stap. De nadruk van de herziene richtlijn ligt op het energiezuinig maken van bestaande gebouwen. Verder wordt er hard gewerkt aan thema’s zoals energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, de governance van de Energie-Unie en het ontwerp van de elektriciteitsmarkt. Op al deze vlakken wordt vooruitgang geboekt, en de commissaris heeft er vertrouwen in dat een en ander kan worden afgewerkt voor het einde van het jaar.
Tegelijk werkt de commissie aan een strategie voor de decarbonisatie tegen 2050. Het doel is om deze strategie voor te stellen op de COP24 conferentie in Katowice eind dit jaar. In dit kader zal er ook een grote conferentie van betrokken partijen worden georganiseerd op 10 en 11 juli in Brussel.
Tenslotte wordt het budget van de EU voor de periode 2021-2027 bepaald. Een kernaspect daarvan is de zogenaamde ‘mainstreaming’ van klimaatactie in het budget. Concreet houdt dat in dat 25% van alle uitgaven van de EU moet bijdragen tot de klimaatdoelstellingen, over alle beleidsdomeinen heen. Investeren in de energietransitie staat echter haaks op de orthodoxie van het besparingsbeleid dat de EU van de lidstaten vraagt. Daarom heeft Eurostat nieuwe regels uitgewerkt, waardoor investeringen in energie-efficiëntie positief gewaardeerd worden in de beoordeling van het staatsbudget.
Politiek leiderschap gevraagd
Een aspect dat herhaaldelijk terugkwam bij verschillende sprekers, was de nood aan duidelijke en ambitieuze doelstellingen. Om de energietransitie te bereiken, zijn er aanzienlijke investeringen van de privésector nodig. Die zullen er alleen komen als de overheid een stabiel en duidelijk investeringsklimaat schept. De verschillende industriële sectoren moeten weten waar we naartoe willen, zodat ze passende oplossingen kunnen ontwikkelen. Dat geldt ook voor de financiële sector, die de risico’s en voordelen van projecten rond energie-efficiëntie moeilijk kan inschatten. De Europese Investeringsbank (EIB) heeft daarom samen met de Commissie het Elena-programma opgezet. Dat biedt financiële en technische ondersteuning bij het beoordelen van milieu-investeringen.
Een veelzijdige aanpak
Vanuit het DG Energie verwacht men veel van de herziene EPB-richtlijn als een eerste concrete stap. Twee krachtlijnen van het beleid voor de energietransitie zijn immers de elektrificatie van HVAC en van transport. Met de invoering van de Smartness Indicator in de beoordeling van gebouwen, wordt rekening gehouden met de digitalisering. Tevens legt de EPB-richtlijn de link met elektromobiliteit, bijvoorbeeld door een vereiste voor laadpalen op te nemen in de beoordeling van gebouwen. De invoering van elektrische auto’s kan alleen maar slagen als er voldoende laadinfrastructuur is, niet alleen in woningen, maar ook in kantoren, supermarkten...
In de aanloop naar 2050 wil de Commissie zich niet vastpinnen op één specifieke aanpak. Zeker is dat hernieuwbare energie en energie-efficiëntie een centrale rol zullen spelen. Er zijn echter nog belangrijke uitdagingen: zo mag de decarbonisatie er niet toe leiden dat de industrie uit Europa verdwijnt. De technische ontwikkelingen staan echter niet stil. Daarom hanteert de Commissie een dynamisch beleid dat zowel rekening houdt met innoverende technieken, zoals opvang en opslag van koolstof, als met veranderende economische factoren, in de eerste plaats de prijsverhouding tussen fossiele en hernieuwbare energie.
Handhaving
De EU mag dan uitgebreide regels hebben voor alles en nog wat; als niet wordt gecontroleerd of die wel degelijk worden nageleefd, blijven die grotendeels dode letter. Hier is nog ruimte voor verbetering, zeker wat de controles op ecodesign en energielabels betreft. Ondertussen zijn er 29 ecodesign verordeningen en energielabels voor 16 productklassen, en er komen er steeds meer bij. Hun impact is aanzienlijk: volgens de Europese Commissie hebben deze regels het totale energieverbruik van de EU met 9% doen dalen, met andere woorden, ze vertegenwoordigen de helft van de vooropgestelde doelstelling qua energie-efficiëntie. Bovendien werkt dit systeem marktbepalend: de energielabels zijn ingeburgerd en ook fabrikanten van buiten de EU passen de ecodesign-regels toe.
Toch laat de handhaving te wensen over: naar schatting wordt slechts 0,6% van de markt effectief gecontroleerd. Als er dan inbreuken worden vastgesteld, wordt er niet altijd voldoende actie ondernomen. De handhaving is namelijk een verantwoordelijkheid van de lidstaten. Dat leidt er ten eerste toe dat de verschillende instanties grotendeels naast elkaar werken. Ten tweede loopt de slagkracht van de controle-organismen sterk uiteen: ze variëren van volledig uitgeruste testlaboratoria tot een handvol ambtenaren die alleen administratieve controles kunnen uitvoeren. Tenslotte zijn de sancties niet overal even streng. Door die lacunes in de handhaving wordt het besparingspotentieel van ecodesign en het energielabel niet volledig gerealiseerd.
Via samenwerkingsverbanden zoals Prosafe trachten controle-instanties van verschillende hun acties beter op elkaar af te stemmen en hun expertise te delen. De Europese Commissie werkt ook aan meer transparantie: in 2019 moet de EPREL-database van start gaan. Dat staat voor European Product Registration Database for Energy Labelling, en zal alle producten bevatten die een energielabel dragen.
Dit is slechts een klein overzicht van de vele thema’s en ideeën die op de drie dagen van EUSEW gelanceerd werden. Een ding is zeker, de energietransitie zal nog inspanningen op alle vlakken eisen.
Door Alex Baumans
Foto’s: EUSEW













