OPLEIDING
Install Magazine 940 – mei 2017
UC Leuven-Limburg begint met cursussen brandbare koelmiddelen
Praktijklokaal ingericht bij expertisecel Energy
In het kader van de overschakeling op koelmiddelen met een laag GWP, komt er een nieuwe generatie op de markt, zowel die natuurlijke als synthetische stoffen omvat. Een aantal van deze koelmiddelen hebben een belangrijke eigenschap gemeen: ze zijn brandbaar. Om ermee te werken, zijn er dus aangepaste procedures en materiaal nodig. Energy, het kenniscentrum koeltechnieken van de UC Leuven-Limburg organiseert daarvoor vanaf het najaar cursussen over de behandeling van deze middelen, gebaseerd op de herziene Europese norm EN378.
Een kenniscentrum in koeltechniek
Energy is een expertisecel rond energietechnieken en maakt deel uit van de hogeschool UC Leuven-Limburg. Het centrum heeft zich de afgelopen tien jaar gespecialiseerd in het gebruik van natuurlijke koelmiddelen, en heeft vooral veel ervaring met de toepassing van CO2. De activiteit omvat zowel onderzoek als opleiding. Wat het eerste betreft, doet men bijvoorbeeld onderzoek naar integrale systemen op CO2 voor supermarkten. Daarnaast is er een breed gamma aan opleidingen: uiteraard over het gebruik van CO2 als koelmiddel, maar er is ook een opleiding tot airco-energiedeskundige en verschillende cursussen koeltechniek, zowel in het kader van de certificering tot koeltechnicus, als specifieke opleidingen op maat. Vanaf een minimum van 4 deelnemers kan Energy namelijk een cursus organiseren voor bedrijven, die willen ingaan op bepaalde onderwerpen. Jaarlijks bereikt het centrum een vijfhonderdtal personen die een cursus ter plaatse volgen. Via E-learning komt daar nog eens een driehonderdtal bij. Het kenniscentrum houdt de vinger aan de pols van nieuwe technische ontwikkelingen, en wil een antwoord bieden op de vragen waar de sector mee zit.
Laag-brandbare koelmiddelen
De invoering van de F-gassenverordening heeft ertoe geleid dat er nieuwe middelen op de markt komen. Dat kan gaan om natuurlijke stoffen zoals propaan (R290) of synthetische zoals R32 of de R1234-familie. In tegenstelling tot de vorige generaties koelmiddelen zijn deze stoffen wel degelijk ontvlambaar. Omdat het risico echter beperkt is, werd een aparte categorie gedefinieerd: 2L voor laag-ontvlambare koelmiddelen. De procedures en materialen om daarmee te werken, staan beschreven in de nieuwe versie van de Europese norm terzake, de EN378:2016.
Voorlopig blijven praktijktoepassingen van die koelmiddelen nog beperkt in ons land, maar ze zullen ongetwijfeld belangrijker worden in de nabije toekomst. Zo werken er al een paar installaties op R290 in supermarkten in België. De voornaamste airconditioningfabrikanten kondigen ook nieuwe series op R32 aan. Om klaar te zijn voor die overschakeling, heeft UC Leuven-Limburg Energy een cursus rond brandbare koelmiddelen ontwikkeld.
Praktijkgerichte cursussen
Het kenniscentrum staat bekend om zijn praktijkgerichte aanpak. Het beschikt dan ook over een praktijkruimte waar diverse CO2-installaties in werking staan opgesteld. Een daarvan is een VRV op CO2, een unicum voor een opleidingsinstelling in België. In die praktijkruimte worden nu de nodige aanpassingen uitgevoerd om in het najaar te kunnen starten met een opleiding rond omgaan met R290.
De keuze voor propaan was een welbewuste beslissing. Een eerste reden was het belang voor de sector. Het gebruik van R290 zal waarschijnlijk toenemen. Het is een uitstekend koelmiddel, met grotendeels dezelfde prestaties als R22. Een tweede reden was een praktische overweging voor de organisatie van de cursussen. Voor R290 gelden namelijk de strengste eisen. Wie daar veilig mee kan werken, zal geen problemen hebben met andere koelmiddelen. Als kenniscentrum heeft het geen zin om zich te beperken tot de lagere kwalificaties; UC Leuven-Limburg Energy mikt meteen op de hoogste eisen.
Sensibilisering
Met de nieuwe cursus wil UC Leuven-Limburg Energy bijdragen tot een veiligheidscultuur. “We moeten helaas vaststellen dat er soms nogal slordig wordt omgesprongen met de huidige koelmiddelen”, aldus Walter Reulens. De vakman gaat er al te snel van uit dat de risico’s toch verwaarloosbaar zijn. Eenmaal men met brandbare middelen begint te werken, is die mentaliteit uit den boze.
Veilig werken met brandbare koelmiddelen heeft dan ook minder te maken met een kennis van de voorschriften (hoewel dat uiteraard een eerste voorwaarde is) dan met een besef van de risico’s. Vooraleer een vakman een ingreep uitvoert, moet hij eerst analyseren wat de gevaren zijn, en hoe hij die kan vermijden. Daar hoeven geen technologische hoogstandjes aan te pas te komen; enkele simpele maatregelen kunnen volstaan. Zo moet men er altijd op letten dat er geen ophopingen van koelgas kunnen ontstaan. Een voldoende verluchting, eventueel ondersteund door een (explosievrije) ventilator brengt uitkomst. Verder is een permanente lekdetectie nodig, zodat de vakman meteen merkt als er koelmiddel ontsnapt. Het materiaal dat men gebruikt, mag ook geen vonken veroorzaken... Kortom, een juiste inschatting van de risico’s is de beste manier om ongevallen te vermijden.
Wat de normering betreft, leefde de verwachting dat de nieuwe versie van EN378 wat soepeler zou zijn tegenover de laag-brandbare koelmiddelen. Dat is echter geenszins het geval. In bepaalde opzichten, zoals de bovengrens van koelmiddelinhoud in functie van de opstellingsruimte, is de nieuwe versie zelfs strenger. De aandacht voor veiligheid blijft behouden.
Op dit ogenblik is er nog weinig kennis en ervaring over het gebruik van brandbare koelmiddelen. Aan de UC Leuven-Limburg zal de expertisecel dan ook de veiligheidsrisico’s van dergelijke koelmiddelen beter in kaart brengen, aan de hand van praktische testen in labo-opstellingen. De resultaten worden dan getoetst aan de hand van EN378:2016.
Kennis blijft nodig
Een trend op de markt is om toestellen en installaties op de markt te brengen waarbij het koelcircuit is uitgevoerd als een ‘black box’. Daarbij is alles volledig voorgemonteerd en af fabriek ingesteld. De installateur hoeft alleen elektrische voeding te voorzien, en het toestel op een afgiftesysteem aan te sluiten. Zeker voor de introductie van brandbare koelmiddelen heeft die aanpak voordelen voor de fabrikant. De kans op installatiefouten wordt geminimaliseerd. Door te kiezen voor indirecte afgiftesystemen, bijvoorbeeld met glycol, kan de koelmiddelinhoud ook zo klein mogelijk worden gehouden. Men zou dan kunnen denken dat de vakkennis van de installateur overbodig wordt; een goede monteur volstaat.
Die redenering is echter erg kortzichtig. Als er problemen ontstaan, of als er een wijziging aan de installatie nodig is, moet men een beroep kunnen doen op iemand met kennis van zaken. Zolang het aantal installaties beperkt blijft, is het misschien een oplossing om bij defect het toestel terug naar de fabrikant te sturen voor reparatie. Eenmaal de nieuwe koelmiddelen gemeengoed worden, is dat echter onhaalbaar. Een vakbekwame installateur blijft onmisbaar en UC Leuven-Limburg Energy ziet het als zijn taak om die vakkennis te garanderen.
Door Alex Baumans









