FEDERATIES  
Install Magazine 950 – mei 2018

Hoger tempo van energiezuinige renovatie nodig

Conclusies van energiecongres van Vlaamse Confederatie Bouw in Mechelen

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) startte 10 jaar geleden met haar Energiecongres. Op deze jubileumeditie werd duidelijk hoezeer de energieproblematiek ondertussen tot een centraal element in het bouwproces is geworden: de grote zaal van het Lamot-centrum in Mechelen was tot de nok gevuld. De hamvraag was hoe men de doelstellingen voor de energieprestatie van woningen voor 2050 kon vervullen. Een ding is daarbij duidelijk: de renovatiegraad moet omhoog.

Nog een lange weg af te leggen

Het centrale thema van dit tiende energiecongres was “Bouw en energie: winst voor de klant”. In zijn openingstoespraak blikte VCB-voorzitter Jef Lembrechts terug op de weg die was afgelegd sinds de eerste editie. Toen was amper 2% van de nieuwbouw een BEN-woning, nu heeft meer dan de helft een E-peil van minder dan E30. De doelstelling om het hele gebouwenpark energiezuinig te maken tegen 2050 is echter bijzonder ambitieus. Volgens Jef Lembrechts is het tijd dat we ons bezinnen over de huidige en komende regelgeving. We komen zo stilaan op een punt waarbij bijkomende investeringen in de bouwschil meer uitstoot en kosten veroorzaken dan ze besparen. Misschien zijn we al op dat punt aanbeland. Verder gaan op deze weg zou nieuwbouw alleen nodeloos duurder maken, wat uiteraard contraproductief is.

Marc Dillen, directeur-generaal van de VCB, schetste de omvang van de uitdaging. Ondanks alle positieve berichten blijven de inspanningen ontoereikend. We zitten nu aan ongeveer 16.000 renovatievergunningen per jaar, terwijl dat er 70.000 zouden moeten zijn om de doelstelling te bereiken. Volgens Marc Dillen moeten we ervoor zorgen dat er bij overdrachtsmomenten van onroerend goed (erfenis, aankoop...) een renovatie volgt. Een instrument daarvoor is de woningpas, gecombineerd met de herziene versie van het EPC, het zogenaamde EPC plus. Dat moet de nieuwe eigenaar een concreet idee geven van wat er met de woning moet gebeuren om ze aan de standaarden te laten beantwoorden, zodat er een realistische prijs kan worden bepaald. Tevens pleitte hij voor een beleid gericht op het werkelijke verbruik van woningen. Hoewel de eisen voor nieuwbouw blijven stijgen, wordt er in verhouding weinig winst qua uitstoot gerealiseerd. Hij vroeg ook specifieke aandacht het mede-eigendom. Vlaanderen telt 115.000 flatgebouwen, goed voor 757.000 wooneenheden. Energiezuinige renovatie is daar om wettelijke en technische redenen niet evident. Toch zal men een oplossing moeten vinden.

Naar een beoordeling van bestaande gebouwen

Luc Peeters, administrateur-generaal bij VEA en vaste gast om het Energiecongres, besprak naar goede gewoonte de evolutie van de EPB-aangiftes en lichtte een tip van de sluier op van het vernieuwde EPC. Hij kondigde ook aan dat wordt overgeschakeld op EPB 2.0. Het is te vroeg om te zeggen hoe dat er precies uit zal zien, maar de krachtlijnen zijn al bekend.

- het werkelijke verbruik als basis

- sterke vereenvoudiging van het huidig kader

- integratie van ontwikkelingen inzake BIM.

Wat het bestaande woningpark betreft, beantwoordt 97% niet aan de langetermijndoelstellingen. Om die te bereiken is naar schatting 4 miljard euro per jaar nodig. Dat is ongeveer wat de regering wil uitgeven aan nieuwe jachtvliegtuigen, maar dan elk jaar opnieuw. De vernieuwde EPC moet kandidaat kopers en huurders meer transparantie geven over de verwachte energiekost. Naast een kengetal voor het specifiek verbruik, komt er ook een energieklasse, van A+ tot F. Uitgezet op de huidige EPC-aangiftes blijkt dat slechts 2% van de huizen nu in klasse A zou vallen en 5% van de appartementen. Anderzijds zit 13% van de appartement en niet minder dan 41% van de woningen in de rode zone van de F-klasse. Deze cijfers zijn projecties, maar geven toch een aanduiding van de toestand.

Parallelsessies

In een tweede deel van het congres waren er drie parallelsessies, gewijd aan respectievelijk de energetische uitdaging van publieke gebouwen, de optimalisatie van technieken, en hoe elke woning tegen 2050 energiezuinig te maken. We geven enkele conclusies van de verslaggevers.

Wat de openbare gebouwen betreft, leert een analyse van de EPC’s ons dat het energieverbruik sterk uiteen loopt. Zo is 10% van de overheidsgebouwen verantwoordelijk voor 50% van het verbruik. Verder is er een paradoxale situatie dat de overheid voor sommige aspecten wacht op de sector en voor andere het omgekeerde geldt. Er is meer overleg nodig om uit deze impasse te raken. Het praktijkvoorbeeld van Leopoldsburg toont echter dat inspanningen om de CO2-uitstoot te verlagen, niet noodzakelijk een lagere factuur betekenen.

De tweede workshop focuste op het belang van regeling en optimalisatie. We onthouden hier dat een slimme regeling door middel van zelflerende en/of anticiperende modellen ook effectief werkt en in de praktijk altijd tot een besparing leidt. Systeemintegratie is essentieel, wat ook een betere samenwerking tussen de verschillende partijen veronderstelt. Het wordt interessant om een gebouw te bekijken als component in breder systeem, op wijk- of stadsniveau. In dit verband verwacht men veel van de digitale energiemeters en het nieuwe elektriciteitstarief waarbij de capaciteit mee in rekening wordt gebracht. Daardoor kunnen gebouwen een rol spelen in de balancering van energienetten. Het is echter te vroeg om iets concreets te zeggen over de nieuwe tariefstructuur.

De derde workshop kwam tot de conclusie dat volledig overschakelen op hernieuwbare energie wel technisch mogelijk was, maar daarom niet noodzakelijk politiek haalbaar. Het vernieuwde EPC kan bijdragen tot de energietransitie, als de certificaten accuraat genoeg worden opgemaakt en er volop rond wordt gecommuniceerd. Efficiënte praktijkmetingen van prestaties kunnen hierbij helpen. Tenslotte pleitte men ook voor een BTW-tarief van 6% voor afbraak en vernieuwbouw.

Bart Tommelein ziet het optimistisch in

Het laatste woord was voor Vlaams minister van Energie Bart Tommelein. Hij zag hoop in een mentaliteitswijziging naar meer energiezuinigheid. Zo heeft VEA de 1001ste BEN-voorloper erkend, een bouwprofessional die zich engageert om de BEN-doelstellingen te halen. Een andere beleidsmaatregel is de Woningpas, waarvan de eerste fase voor de zomer wordt ingevoerd. Die pas moet evolueren tot een complete infofiche voor de woning, die niet alleen alle officiële gegevens zal bevatten (certificaten, vergunningen, keuringen...) maar ook gegevens over werken en verbouwingen. Dit zal door alle belanghebbenden geconsulteerd kunnen worden. Andere ondersteunende maatregelen zijn de herziene EPC en de nieuwe versie van de EPB. Verder wordt ook het renovatiepact bijgestuurd. De minister heeft er dan ook alle vertrouwen in dat de langetermijndoelstellingen gehaald zullen worden.

Door Alex Baumans

www.vcb.be