WARMTEPOMPEN
Install Magazine 948 – maart 2018
Renoveren met een gasabsorptiewarmtepomp
Ervaringen met het Robur-gamma voor residentiële toepassingen
De techniek van de gasabsorptiewarmtepomp is niet nieuw, maar bleef tot nu toe beperkt tot grotere vermogens. Met de K18 heeft de Italiaanse fabrikant Robur, verdeeld door CoolingWays, echter een toestel uitgebracht voor de residentiële markt. Met een vermogen van 18 kW biedt dit een interessante oplossing voor renovatietoepassingen, waar de warmtevraag nog relatief groot blijft. De Onderneming bezocht samen met Benoît Verbeke van installatiebedrijf Vranken uit Rillaar twee realisaties.
Een residentiële gasabsorptiewarmtepomp
Gasabsorptiewarmtepompen onderscheiden zich van de meer bekende compressoraangedreven modellen door hun werkingscyclus. Het principe is hetzelfde: door verdamping en condensatie wordt er warmte onttrokken aan de buitenlucht, om afgegeven te worden aan de installatie. De cyclus wordt echter aangedreven door een thermisch proces op basis van een mengsel van ammoniak met water. Er is dus geen compressor met een elektromotor, maar in de plaats daarvan een condenserende premixbrander op aardgas.
Deze techniek is al langer gekend voor relatief grote vermogens, zodat men gasabsorptiewarmtepompen voornamelijk aantreft in utiliteiten. Recent heeft de Italiaanse fabrikant Robur een kleiner model uitgebracht, de K18, met een vermogen van 18 kW. Voor energiezuinige nieuwbouw is dit nog vrij veel. Anderzijds biedt het een interessante oplossing voor renovatie. Ook al werden er energiebesparende ingrepen uitgevoerd zoals een betere isolatie en de overschakeling op een lage-temperatuurverwarming, dan kan de warmtevraag toch vrij groot blijven. In tegenstelling tot een elektrisch aangedreven warmtepomp, blijft de COP van een gasabsorptiewarmtepomp ook bij lagere temperaturen vrij constant. Tot een buitentemperatuur van -10°C levert de K18 nog 13 kW aan 55°C of 16 kW aan 35°C.
Ketelvervanging
Toen installateur Benoit Verbeke uit Rillaar in contact kwam met deze techniek via CoolingWays, de Belgische verdeler van Robur, was hij meteen overtuigd. Warmtepompen zitten immers in de lift, wat hij duidelijk merkt aan de evolutie van de bestellingen: stookolieketels gaan er met 15% op achteruit, gasketels kennen een lichte groei, terwijl warmtepompen stijgen met 50%. In absolute aantallen blijft het belang nog beperkt, maar de trend is onmiskenbaar. De introductie van de gasabsorptiewarmtepomp in de firma is daar een mooi bewijs van. “Toen ik met de techniek begon, hoopte ik om binnen het jaar mijn eerste te verkopen,” vertelt Benoit Verbeke. Amper een maand later was de eerste zaak al binnen.
Klaarstaan voor de nieuwe technieken is nu meer dan ooit de boodschap. Zoals Benoit Verbeke het uitdrukt: “als installateur is het dan meegaan of doodgaan.” Een voordeel is ook dat er voor de Robur-toestellen geen koeltechnische ingrepen nodig zijn voor de plaatsing. Daardoor is het binnen het bereik van de gemiddelde verwarmingstechnicus.
Van stookolie naar gasabsorptie
Hoe een K18 in de praktijk werkt, blijkt bijvoorbeeld uit een installatie van Benoit Verbeke in Rotselaar. Het gaat hier om een woning met ongeveer 380 m2 woonoppervlakte, die oorspronkelijk uitgerust was met een stookolieketel van 35 kW uit 1994. De eigenaar was al klant bij Vranken en vroeg de installateur om een meer ecologische oplossing. Hij raakte al snel overtuigd van de gasabsorptiewarmtepomp, omdat die sterke ecologische voordelen bood, terwijl de meerprijs beperkt bleef, zelfs al moest er een gasaansluiting worden aangelegd.
Er kwam een Robur K18, aangevuld met een condenserende gaswandketel van 18 kW. Deze laatste dient hoofdzakelijk voor het SWW, maar kan ook eventuele piekbehoeftes dekken. De sturing van de bijverwarming gebeurt vanuit de warmtepomp zelf. Als de vertrektemperatuur te laag is, zal de regeling van de warmtepomp na een zekere tijd de ketel inschakelen. Daarbij kan de installateur bepalen onder welke omstandigheden de ketel zal aanspringen. Zo wordt voorkomen dat de bijverwarming te snel in werking zal treden. De woning is voorzien van vloerverwarming op de benedenverdieping en radiatoren op de bovenverdieping. Het gebruik van de radiatoren blijft echter beperkt. Deze installatie draait sinds het najaar. De eerste ervaringen bevestigen dat het comfort verzekerd blijft, terwijl de verwarmingskosten dalen.
Hybride installatie voor warmwatercomfort
De tweede installatie is gelijkaardig: het gaat hier om een vrij grote woning (1000 m2 bewoonbaar) die verwarmd werd met een stookolieketel van 50 kW uit 1991. De eigenaar wilde die vervangen door een zuiniger systeem zoals een warmtepomp. De aanleg van een gasaansluiting en plaatsing van een gasabsorptiewarmtepomp kwam ook hier uit de bus als de optimale combinatie van prijs en prestaties. Dit is eveneens een hybride systeem, wat nodig was om het warmwatercomfort te verzekeren; de woning heeft immer vijf badkamers. Daarom werd een condenserende gasketel met geïntegreerde boiler van 35 kW geplaatst die instaat voor SWW. Bij extreme koude kan de ketel ook als bijverwarming voor de warmtepomp dienen.
Totaalaanpak
Bij beide gevallen is het belangrijk dat de stookplaatsmodernisering deel uitmaakte van een breder renovatieproject om het energieverbruik te beperken. Zo werd ook de isolatie verbeterd, onder meer door nieuwe ramen. Op die manier kon men volstaan met een aanzienlijk lager geïnstalleerd vermogen voor de verwarming. Zolang de warmtebehoefte niet verminderd werd, heeft het weinig zin om moderne verwarmingstechniek te plaatsen. De ontkoppeling van de SWW-productie draagt eveneens bij tot het rendement van de verwarming. In combinatie met een afgiftesysteem op lage temperatuur kan de gaswarmtepomp aan optimale regimes en werkingstijden draaien.
Een aangepaste regeling is eveneens van belang bij lage-temperatuurverwarming. Zo laat men de woning liefst niet al te veel afkoelen. Als men daarna weer wil verwarmen, is er dan immers veel vermogen nodig om de woning binnen een aanvaardbare tijd weer op temperatuur te brengen. Daartoe zal de bijverwarming dan op volle toeren moeten draaien, wat dan weer nadelig is voor het rendement.
Benoit Verbeke is ook opgetogen over de samenwerking met CoolingWays. Bij de introductie van een nieuwe techniek moet men kunnen rekenen op de ondersteuning van de leverancier. In dit verband waardeert de installateur dat CoolingWays een klein bedrijf is met een gedreven team. Als je als vakman met een vraag zit, krijg je snel een concreet antwoord. Hij zal dus de Robur-toestellen verder aanraden in dergelijke projecten.
Door Alex Baumans













