VERWARMING  
Install Magazine 940 – mei 2017

De uitdagingen van de energietransitie

De visie van Remeha

Ondertussen mag algemeen bekend zijn dat de energietransitie tot veranderingen in onze sector zal leiden. De werkelijke impact ervan wordt echter nog altijd onderschat. Willen we uitkomen op een CO2-arme maatschappij, zijn er nieuwe technieken, commerciële modellen en wetgeving nodig. Verwarmingsfabrikant Remeha hield de huidige aanpak tegen het licht. Een ding staat vast, met business as usual komen we er niet.

De uitdaging

Op dit ogenblik is België op koers om de 2020-doelstellingen te halen. Dat is niet alleen te danken aan de extra inspanningen om de uitstoot de beperken, ook de economische vertraging heeft geholpen. Nu de economie weer aantrekt, moeten we erop letten dat de CO2-uitstoot niet te veel stijgt. De uitdaging voor 2030 is echter van een andere orde. Op die tien jaar moeten we nog eens 20% besparen tegenover 1990, met andere woorden, de inspanning voor de 2020-doelstellingen moet verdubbeld worden. Dan begint het echte werk: tegen 2050 moet de CO2-uitstoot met 80 tot 95% naar omlaag. Met andere woorden, de gedecarboniseerde maatschappij moet dan een feit zijn.

De illusie van all-electric

Om dat te bereiken, wordt er beleidsmatig veel hoop gesteld op elektrische oplossingen: elektrische mobiliteit, verwarmen met elektrisch aangedreven toestellen... De elektriciteit zou dan worden opgewekt door zon, wind of andere duurzame bronnen. Hoe verleidelijk dat beeld er ook uitziet, het is niet realistisch. Het huidige elektriciteitsverbruik in België, dat nog overwegend door fossiele brandstof en kernenergie gedekt wordt, bedraagt ongeveer 83 TWh. Het warmteverbruik daarentegen, bedraagt 600 TWh, ruim 7 keer meer. Als we dat allemaal moeten opvangen met groene stroom, zouden we het geïnstalleerde vermogen van PV-panelen 200 keer groter moeten maken, of is er een woud van windturbines voor de kust nodig. En dan hebben we het probleem van de intermitterende werking nog niet opgelost. Elektriciteitsopslag op dergelijke schaal wordt onbetaalbaar. Op die manier halen we het niet.

Kijken naar energieconversie

De voorkeur voor elektriciteit is echter gebaseerd op een misvatting: men verwart de energie met de drager. Wat de gebruiker wil in gebouwen, is goed thermisch en sanitair comfort. Dat kan op verschillende manieren gerealiseerd worden: door direct gebruik te maken van restwarmte of door een of andere energiedrager om te zetten tot warmte. De energiedragers die daarvoor bij ons hoofdzakelijk gebruikt worden, zijn stookolie, aardgas en elektriciteit. Als we die willen vergelijken, moeten we naar de CO2-uitstoot van die energiedragers kijken. Dan blijkt dat er aan elektriciteitsproductie ook CO2-uitstoot vasthangt. Op dit ogenblik wordt die nog kunstmatig laag gehouden, omdat we voor een groot deel elektriciteit gebruiken uit kerncentrales. Dat zal echter veranderen. De ervaring uit Duitsland heeft bewezen dat de CO2-uitstoot van de elektriciteitsproductie de hoogte in schiet, zodra de kerncentrales worden afgeschakeld.

De tegenstelling tussen aardgas als een fossiele brandstof en elektriciteit als een duurzame energie is dus te simplistisch. Bovendien zijn er manieren om aardgas duurzamer te maken. De productie van biogas biedt interessante mogelijkheden, en men denkt hoe langer hoe meer aan Power-to-Gas om de pieken in de productie van groene elektriciteit op te slaan. Daarbij worden de overschotten van de productie door windturbines of zonnepanelen gebruikt om waterstofgas te maken, dat dan gebruikt kan worden in traditionele gastoepassingen. Dit is geen sciencefiction meer; grootwarenhuisketen Colruyt heeft een dergelijke installatie staan om de heftrucks van het centrale magazijn te bevoorraden.

Technologieneutraal beleid

Jammer genoeg leidt die voorkeur voor elektriciteit tot contraproductieve beleidskeuzes. Onder de huidige EPB-regels is de combinatie van een warmtepomp met PV-panelen de manier bij uitstek om tot een BEN-woning te komen. Een laag E-peil staat in de realiteit helaas niet gelijk met een lage CO2-uitstoot. Het basisprobleem is dat de productiepieken van de fotovoltaïsche panelen niet overeenkomen met de piekbehoeften aan warmte. Remeha heeft daarvoor een uitgebreide simulatieberekening uitgevoerd. De elektriciteitsproductie van een woning met PV-panelen werd uur per uur vergeleken met de behoefte aan verwarming en warm water over een standaardjaar. Daaruit blijkt dat er relatief weinig elektriciteit direct verbruikt wordt in de woning. Bij een BEN-woning met een PV-installatie die gedimensioneerd is om het jaarverbruik te dekken, is dat minder dan 20%. Dat wil zeggen dat het grootste gedeelte van het elektrisch verbruik van het net moet worden gehaald. Daar staat dus een CO2-uitstoot tegenover, omdat de PV-productie op die ogenblikken laag is. Zo kan het gebeuren dat die woning een grotere CO2-productie zou hebben dan wanneer ze met een gasketel zou verwarmd zijn. Dat kan de bedoeling niet zijn.

Groen gas als oplossing?

Remeha pleit daarom voor een verduurzaming van gas. Dat biedt een oplossing op verschillende vlakken. Ten eerste vermijdt men zo de aanzienlijke infrastructuurwerken die nodig zijn voor het all-electric scenario. We beschikken namelijk al over een uitgebreide gasinfrastructuur. Ten tweede zou het een passend antwoord zijn op de behoeften van bestaande gebouwen. Het grootste deel van het gebouwenbestand van 2050 staat er nu al. Die zijn lang niet allemaal geschikt om omgebouwd te worden tot een BEN-gebouw met PV-panelen en warmtepomp. Er zullen hoe dan ook nog lang gasketels gebruikt worden. Als we die op duurzaam gas kunnen laten werken, hoeft dat geen probleem te zijn voor het milieu. Ten derde biedt duurzaam gas mogelijkheden op het vlak van WKK, hetzij met motoren, hetzij met brandstofcellen. Dat productiepatroon sluit beter aan bij het gebruikspatroon, zodat het eigen verbruik hoger ligt. Naarmate er meer eigen elektriciteitsproductie direct in de woning verbruikt wordt, vermijdt men problemen met netbelasting en/of elektriciteitsopslag.

Op korte termijn is er winst te boeken door de gastechniek optimaal te benutten. Door systematisch oude ketels te vervangen door efficiënte condensatieketels in plaats van ze te blijven herstellen, kan zowel de energiefactuur als de CO2-uitstoot dalen. Dat is een gemakkelijke eerste stap op weg naar een koolstofarme maatschappij.

Dat alles wil niet zeggen dat we all-electric nooit zouden mogen toepassen. Het is alleen niet de oplossing voor alle problemen. De conclusie is dan ook dat het beleid ruimte moet bieden aan verschillende technische keuzes. Geen enkele techniek is ideaal, de toekomst zal bestaan uit een mix. Het zou dus contraproductief zijn om een bepaalde energiedrager te bevoordelen ten koste van alle andere. Bovendien staat de ontwikkeling niet stil. De industrie zal echter alleen maar investeren in innovatie als er een markt voor is. Als de regelgeving de introductie van nieuwe technieken afremt, omdat men zich vastpint op een bepaalde aanpak, zou men een aantal interessante ontwikkelingen kunnen mislopen.

Door Alex Baumans

Foto’s: Remeha

www.remeha.be