EVENEMENTEN
Install Magazine 1008 – september 2026
15de IEA Heat Pump Conference in Wenen
De rol van warmtepompen in de energietransitie
Om de drie jaar houdt het Internationaal Energie-Agentschap (IEA) een wereldcongres over warmtepomptechniek. Dit jaar vond de vijftiende editie plaats in Wenen en bracht een 800-tal deelnemers samen voor vier dagen van conferenties, panels en technische bezoeken. Gastheer was het Oostenrijkse Instituut voor Technologie AIT. De algemene teneur was dat de warmtepompsector er alle vertrouwen in heeft dat de techniek cruciaal zal worden in de energietransitie.
Optimisme
Met de keuze van de locatie was de toon meteen al gezet: de conferentie vond plaats in de Hofburg, het voormalige keizerlijke paleis in hartje Wenen. Het is niet alle dagen dat men een wetenschappelijke conferentie binnengaat via een staatsietrap met rode loper en begroet wordt door een borstbeeld van keizer Franz-Josef. Warmtepompen zijn niet langer het kleine broertje in de verwarmingstechniek, maar eisen de centrale rol op. Alle recente ontwikkelingen wijzen in die richting.
Terug naar de oorsprong
In zekere zin was deze conferentie een terugkeer naar de oorsprong voor de IEA. Deze organisatie werd namelijk in 1974 opgericht als reactie op de olieschok van 1973. Nu de perikelen rond de straat van Hormuz opnieuw de kwetsbaarheid van de oliebevoorrading aantonen, staat de IEA voor een vergelijkbare uitdaging, met dit verschil dat er ondertussen heel wat alternatieve technieken beschikbaar zijn. Voor gebouwen is dat in de eerste plaats de warmtepomp, niet alleen wegens de directe besparing door de hoge rendementen, maar ook omdat deze techniek de elektrificatie en dus de overschakeling op groene stroom bevordert. Alleen een doorgedreven decarbonisatie kan de economie in het algemeen en gezinnen in het bijzonder afschermen tegen de bokkesprongen van de prijzen van olie en gas.
Steden decarboniseren
Hoe dat in de praktijk kon worden omgezet, werd getoond aan de hand van de gaststad Wenen. Deze stad heeft de ambitie om het stadsverwarmingsnet tegen 2040 koolstofneutraal te maken. In dat plan wordt meer dan de helft van de warmte geleverd door diepe geothermie en grootschalige warmtepompen. Op dit ogenblik zijn er al verschillende grootschalige warmtepompinstallaties in werking die gebruik maken van diverse bronnen van restwarmte. Pronkstuk is de installatie van ebswien die de restwarmte van een rioolwaterzuiveringsinstallatie benut. In de eerste fase levert deze 55 MW aan het stadsverwarmingsnet. Er wordt nu gewerkt aan een tweede fase die dit vermogen zal verdubbelen.
Werkingsveld verruimen
Een van de terugkerende thema’s in de diverse sessies was de uitbreiding van het toepassingsgebied van warmtepompen naar grotere vermogens en hogere temperaturen. Voor gebouwentoepassingen zijn er nog weinig technische problemen. Er zijn nog wel enkele uitdagingen, bijvoorbeeld door de overschakeling op natuurlijke koudemiddelen, maar de grootste obstakels voor een veralgemeende invoering zijn niet langer technisch van aard. Ze situeren zich op het vlak van opleiding, financiering, regelgeving en dergelijke, allemaal aspecten waar een warmtepompfabrikant weinig vat op heeft.
Anderzijds is er een groot potentieel voor industriële warmtepompen met hoge temperaturen en grote vermogens. Er zijn tal van toepassingen in de industrie die binnen het huidige bereik van warmtepompen vallen. De techniek biedt dan een directe efficiëntiewinst in vergelijking met directe elektrificatie of overschakeling op duurzame brandstoffen. Bovendien is er de mogelijkheid voor warmteterugwinning. Er wordt dan ook volop onderzoek gedaan naar dergelijke toepassingen.
Digitaliseren
Een ander terugkerend thema was digitalisering. Dit slaat op verschillende aspecten van warmtepompen. Eerst en vooral is er sturing. Door de werking van de warmtepomp af te stemmen op de behoefte kan men heel wat efficiëntie winnen. Dat staat tegenover een andere sturingsfilosofie: die gaat er namelijk van uit dat men geen warmte of koude moet produceren wanneer er vraag is, maar wel in functie van de belasting van het elektriciteitsnet. In die optiek fungeren de warmtepompen als een collectieve thermische buffer, waaruit de gebruikers dan kunnen putten wanneer nodig. Welke aanpak het meest zinvol is, moet nog blijken.
Een andere toepassing van digitalisering heeft te maken met simulaties, met als kroon op het werk de digital twin. Simulaties zijn van cruciaal belang zowel bij het ontwerpen van de toestellen zelf als bij dimensioneren en gebruik van de installaties. Zeker voor grote vermogens is dat van belang. Industriële warmtepompen zijn doorgaans maatwerk, en dan loont het de moeite om alle varianten vooraf grondig door te rekenen. Eenmaal de installatie in gebruik is, is een digital twin nuttig om de werking op te volgen en eventuele fouten vroegtijdig op te sporen. Naar verwachting wordt dit een belangrijk toepassingsgebied voor AI.
Nieuwe principes
Tenslotte staat het fundamenteel onderzoek niet stil. De huidige warmtepompen werken zo goed als uitsluitend op basis van de klassieke compressorcyclus, maar er zijn alternatieven. Die zijn onder meer interessant omdat ze de fundamentele beperkingen van de huidige cyclus kunnen overstijgen, qua rendement en/of qua werkingsgebied. Een ander motivatie is de koudemiddelproblematiek. Op dit ogenblik heeft men, kort gezegd, de keuze tussen synthetische koudemiddelen die op een of ander manier milieubelastend zijn en natuurlijke koudemiddel, die doorgaans veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Overschakelen op andere werkingsprincipes dan de compressorcyclus is dan een uitweg. In diverse laboratoria staan dan ook interessante prototypes te draaien.
De volgende conferentie vindt plaats in 2029 in Kopenhagen.
En de Belgen?
België wordt misschien niet meteen aanzien als een warmtepompland, maar dat is een verkeerde indruk. Op internationaal vlak is ons land goed vertegenwoordigd, denken we maar aan de voortrekkersrol die mensen als Wim Boydens, Lieve Helsen en Patrick Crombez gespeeld hebben in tal van internationale organisaties. In Wenen was er dan ook een sterke delegatie van diverse kennisinstellingen zoals UGent, KULeuven, Buildwise, Thomas More… Ons land heeft misschien weinig fabrikanten, maar Belgisch onderzoek en expertise bepaalt mee welke kant warmtepompen uit gaan.
Door: Alex Baumans
Foto’s: AIT

















