08/05/2026
Lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
08/05/2026
Gekwalificeerd lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
WARMTEPOMPEN
Install Magazine 1007 – mei 2026
De Lilse Bergen (Gierle) maakt voortaan gebruik van de thermische energie van de recreatievijver om de twee sanitaire gebouwen op de camping van het provinciaal domein te verwarmen en het sanitair water op de gewenste temperatuur te brengen. De recente ingreep halveert niet alleen de stookkosten, hij vermindert ook aanzienlijk de CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Toen het provinciebestuur van Antwerpen in 2021 De Lilse Bergen verwierf, werd het studiebureau Sweco aangesteld om een masterplan uit te tekenen voor de gebouwen en de energievoorziening. Voor aquathermie in beeld kwam, bekeken de specialisten andere mogelijke manieren om de oude stookolie-installaties te verduurzamen. “Die dateerden van voor de eeuwwisseling. Hun behoud viel niet te verantwoorden als we een klimaatneutrale bedrijfsvoering wilden realiseren,” legt lokaal coördinator Wim Janssens uit.
“Maar verwarmen met warmtepompen en zonnepanelen in een bos is niet evident. Ook een zonneboiler bleek geen geschikte optie, wegens de slagschaduw in het bos,” zegt gedeputeerde Mireille Colson (N-VA). “Zonnepanelen op de vijver zouden een risico inhouden voor de waterattracties, zoals waterfietsen en zeilen.”
“Micro-windturbines hebben nog onvoldoende rendement en kunnen op een recreatiedomein akoestische hinder en ander uitdagingen met zich meebrengen,” aldus Janssens. “De aanleg van een BEO-veld voor het gebruik van bodemenergie zou op een aanzienlijk praktisch probleem gestuit zijn. De sanitaire gebouwen staan tussen onze jaarplaatsen. Het installeren van een BEO-veld zou betekenen dat alle vaste constructies van 250 jaarkampeerders tijdelijk hadden moeten verdwijnen. Dat was geen toepasbare optie. Bovendien vereist BEO dat warmte- en koudevraag in evenwicht zijn, voor de regeneratie van het veld, terwijl op de camping de vraag naar verwarming domineert. Het opvangen van die onbalans zou bijkomende technieken vereisen.”
“Een onzichtbare, efficiënte en robuuste energiebron”
“Zelfs bij sneeuw en ijs levert de vijver warmte”
De recreatievijver met een diepte tot 14m speelt nu een hoofdrol in het duurzaam en fossielvrij beheer van het domein. Twee warmtewisselaars onttrekken warmte uit de vijver, via in een gesloten lus tussen warmtewisselaars en warmtepomp, waardoor een water-glycol mengsel circuleert. De benodigde elektriciteit wekt De Lilse Bergen in toenemende mate zelf op, via PV-panelen op de daken van de gebouwen.
“De warmtewisselaars zijn volledig ondergedompeld. Ze liggen op een diepte van 3 meter, 20 tot 25 meter van de oevers verwijderd, zodat ze geen visuele impact hebben, zelfs niet wanneer het waterpeil in bepaalde seizoenen tot een halve meter daalt,” stelt Jan Denayer van Extraqt, het ingenieursbureau dat de haalbaarheidsstudie opstelde en het project begeleidde. “Door de enorme watermassa in de ongeveer 10 hectare grote vijver heeft de aquathermische installatie geen merkbare invloed op de watertemperatuur. Zelfs bij sneeuw en ijs kunnen we er warmte blijven onttrekken. De lokale afkoeling bedraagt in het slechtste geval amper 0,1 tot 0,2° C in de onmiddellijke omgeving van de warmtewisselaars en verspreidt zich niet verder, ook niet bij felle wind of waterbewegingen. Zelfs in een kleinere vijver zou er geen probleem zijn.”
Hoe warmer het water in de vijver is, hoe efficiënter het systeem werkt. “In de zomer schommelt de watertemperatuur tussen 21 en 24° C. Dat is ook de meest intensieve periode van toeristisch gebruik van het domein.” Boeien markeren de locatie van de warmtewisselaars voor zwemmers, voor vaartuigen is voorzien in een aanvaarbescherming. “Ook de vissen zwemmen zonder stress, want we plaatsten geen filters. Als koelmiddel gebruiken we in het buizenstelsel monopropyleenglycol. Die substantie is niet-toxisch en biologisch afbreekbaar, zodat er geen gevaar bestaat mocht er zich ooit een lek voordoen.”
“We verwarmen het water tot slechts 45° C graden,” geeft Janssens mee. “Dit vergt veel minder energie dan verwarmen tot 65°. Het impliceert wel een bijkomend systeem voor legionellabeheersing. Die behandeling van het verwarmde sanitaire water omvat een desinfectie via elektrolyse. Dat is een gesloten chemisch proces.”
Het provinciebestuur van Antwerpen heeft, met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), 500.000 euro geïnvesteerd in dit project, waarbij het aquathermiesysteem goed was voor 200.000 euro. “Het totaalbedrag omvat de volledige renovatie van de technische ruimte en een nieuwe grijswaterrecuperatie, samen met de aquathermie goed voor een vermogen van 120 kW.” Daarnaast zet De Lilse Bergen sterk in op waterrecuperatie en regenwateropslag. “Daardoor moeten we slechts in laatste instantie grondwater oppompen voor het spoelen van toiletten. Dat is belangrijk, gezien de gevoeligheid van de vijver voor droogte.”
Ook op verschillende andere provinciale domeinen met waterlichamen maakt aquathermie een kans. Zo belicht het masterplan Zilvermeer (Mol) deze piste voor een grote cluster van gebouwen. Daarnaast ondersteunt de provincie Antwerpen een studie voor de erfgoedsites Kasteel van Westmalle en Heilige Geestgebouw in Lier. Maar ze heeft nog geen concrete plannen voor meer nieuwe aquathermische installaties. De Lilse Bergen is écht een proefproject.”
Extraqt kwam tot stand vanuit de masterscriptie waarmee Jan Denayer en Sebastian Baes in 2020 de Vlaamse Scriptieprijs wonnen. Samen met professor Stijn De Jonge richtten ze het bedrijf op, om hun ideeën en ervaringen in de praktijk te brengen. “We kwamen daarmee op het juiste moment, want de belangstelling voor duurzame innovatieve verwarmingsprojecten, ook voor erfgoedomgevingen, begon te groeien. We werken typisch met componenten van een Duitse leverancier en treden meestal op als hoofdaannemer, in samenwerking met een installatiepartner voor de effectieve plaatsing. In Lille werkten we samen met DR Technieken (Tielen), dat er het geheel van werken coördineerde en onze vertrouwde partner Eco-Technix (Rotselaar).”
“Wat we doen is geen rocket science, maar elke opdracht levert nog altijd nuttige ervaringen op voor nieuwe projecten. Denk bijvoorbeeld aan de elegantste manier om warmtewisselaars in een vijver te plaatsen en het toepassen van elektrofusielassen om lekken te vermijden,” aldus Denayer. “Per project tekenen we een optimaal design van de warmtewisselaar uit, om maximale warmtestroming langs de platen te verkrijgen.”
“In de haalbaarheidsstudie voor Lille onderzochten we ook het mogelijke gebruik van riothermie. We bevonden het uiteindelijk niet zinvol voor een kleinschalig systeem, omdat in de praktijk veel parameters moeten worden gemonitord.”
Door: Koen Mortelmans