FEDERATIES  
Install Magazine 1007 – mei 2026

Waalse installatiesector luidt alarmbel over geplande stookolieuitstap in Wallonië

Realistische aanpak gevraagd

Ook in Wallonië worden stappen gezet richting energietransitie. Daarvoor is er een Energiedecreet in de maak, waarin onder meer een uitstap uit stookolie wordt voorzien. De installatiesector vreest echter dat deze maatregel in zijn huidige vorm onwerkbaar is, en een contraproductief effect zal hebben. Sectororganisatie Techlink hield een enquête onder haar Waalse leden. Op basis daarvan formuleerde de vereniging enkele aanbevelingen voor de Waalse overheid die de energietransitie en in het bijzonder de stookolieuitstap in goede banen moeten leiden.

De energietransitie leeft in de sector

Een eerste vaststelling die naar voor komt uit de enquête is dat de energietransitie wel degelijk leeft in de sector. Dat blijkt al uit het aantal reacties. Er kwamen ruim 240 antwoorden binnen, een antwoordpercentage van 60%, wat zeer goed is voor een dergelijke bevraging. Alle Waalse provincies waren vertegenwoordigd, zodat de antwoorden representatief mogen genoemd worden. Het is duidelijk dat zowat de hele sector vindt dat de energietransitie er moet komen, maar ook dat de vakmensen weinig heil zien in de huidige aanpak. Een aantal randvoorwaarden zijn nog niet vervuld en de sector is er niet klaar voor. Zo is er onder meer een groot gebrek aan kennis en opleiding. De sector pleit voor meer realisme en soepelheid.

Geen overhaaste uitstap uit stookolie

Een concreet aandachtspunt is de uitstap uit stookolie. Op dit ogenblik verwarmt ongeveer de helft van de Waalse gezinnen zich met deze brandstof. Volgens het huidige ontwerp van decreet moet dat echter systematisch worden afgebouwd. De eerste stap zou gezet worden op 1 januari 2027, wanneer verwarming op stookolie en steenkool verboden zou worden bij nieuwbouw of verbouwing. In het geval van verbouwing kan er wel een uitzondering gemaakt worden als er geen gas beschikbaar is. Bovendien blijft brandervervanging mogelijk. In 2031 zou er dan een algemeen verbod komen op plaatsing of vervanging van stookolieketels. Brandervervanging blijft echter nog altijd mogelijk. Pas vanaf 2034 wordt dat laatste ook verboden.

Techlink vindt deze aanpak overhaast en nodeloos streng. Voor de vereniging moet een volledige decarbonisatie het einddoel zijn, en moet men dat zo efficiënt mogelijk bereiken. Een warmtepomp is dan de aangewezen oplossing. Vele woningen zijn echter nog niet aangepast aan lage-temperatuurverwarming. Door gezinnen voor het blok te zetten en stookolie meteen uit te sluiten, worden ze in de praktijk richting gas geduwd. Dat is echter ook geen definitieve oplossing. Beter is om deze tussenstap over te slaan en meteen richting volledige decarbonisatie te gaan. Dat kan door elektrificatie, warmtenetten of biomassa.

Efficiënt decarboniseren

Techlink pleit er dan ook voor om meer flexibiliteit in de reglementen in te bouwen en pas over te schakelen als het gebouw in aangepast en de andere randvoorwaarden voor decarbonisatie vervuld zijn. Het is immers niet alleen een kwestie van renovatie en betere isolatie van de gebouwen; ook het elektriciteitsnet moet in staat zijn om de bijkomende belasting aan te kunnen. Op dit ogenblik kampt Wallonië al met netcongestie. Dat zal er met de toenemende elektrificatie niet op beteren.

Verder is het voorstel zoals het nu voorligt, niet altijd even duidelijk. Zo is het voor interpretatie vatbaar wat een ingrijpende renovatie nu precies inhoudt, en wat er wordt verstaan onder de beschikbaarheid van een aardgasaansluiting. Een andere onduidelijkheid betreft propaan, waarbij nog niet zeker is of dat in het kader van de reglementering een vloeibare, dan wel gasvormige brandstof is. Een tweede punt van kritiek is dat alle vloeibare brandstoffen over dezelfde kam worden geschoren. Door niet-fossiele vloeibare brandstoffen toe te laten, de zogenaamde e-fuels, kan men de uitstoot van bestaande installaties verminderen, zonder ingrijpende werken. Zo kan men een snelle winst boeken, en de gezinnen de tijd geven om hun woning warmtepompklaar te maken. Dezelfde redenering gaat op voor hybride installaties, die nu ook uit de boot vallen. Dit is echter een zinnige maatregel om het brandstofverbruik sterk te laten dalen, en tegelijk de netbelasting binnen de perken te houden. Tenslotte blijft het potentieel van andere vormen van groene verwarming onderbelicht. Daarbij denkt Techlink in de eerste plaats aan warmtenetten en biomassa, die een duidelijke rol kunnen spelen.

Wat met de premies?

Dan is er het kostenplaatje. Een oude woning geschikt maken voor een warmtepomp is een dure zaak: er moet extra isolatie komen, ideaal gezien worden de oude radiatoren vervangen door een lage-temperatuursysteem, er is de kost van de warmtepomp zelf en tenslotte zijn doorgaans ook nog aanpassingen aan de elektrische installatie nodig. Dat alles loopt op. Naargelang de omvang van de werken, schuift Techlink bedragen naar voor tussen de 55.000 en 100.000 euro. Zonder steunmaatregelen wordt dat onhaalbaar voor vele gezinnen. Op dit ogenblik is er echter nog geen duidelijkheid vanwege de Waalse overheid over of en welke steun er mogelijk is. Dat maakt het zowel voor vaklui als voor eindklant moeilijk om de financiële impact van verschillende maatregelen in te schatten. Techlink dringt dan ook aan op een totaalaanpak, waarbij de stookolieuitstap gepaard gaat met steunmaatregelen.

Steun aan de sector

Tenslotte moet de sector ook in staat zijn om de energietransitie uit te voeren. Er beweegt heel wat, maar feit blijft dat de sector nog niet in staat is om op grote schaal over te schakelen op warmtepompen. Hier is een hele inhaalbeweging nodig zowel om de huidige installateurs om te scholen als om nieuwe mensen in de sector aan te trekken.

Kortom, hoewel Techlink volop achter de energietransitie staat, benadrukt de vereniging dat er meer nodig is dan alleen maar een verbod in te voeren.

Door: Alex Baumans

www.techlink.be