08/05/2026
Lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
08/05/2026
Gekwalificeerd lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
EVENEMENTEN
Install Magazine 1007 – mei 2026
Tot nu toe was zomercomfort in België geen prioriteit in het bouwontwerp. Alle aandacht ging traditioneel naar de winter; in de zomer waren we blij als er streepje zon was. Met de opwarming van de aarde komt daar verandering in. Als de gemiddelde temperatuur met drie graden stijgt, wat niet onmogelijk is, dan zal zowat heel het land af te rekenen hebben met hittestress. In onze huidige bouwbeslissingen houden we daar best rekening mee. Om het probleem in kaart te brengen, liet Verozo, de vereniging van de zonweringsector, een onderzoek uitvoeren door KULeuven. Deze studie werd voorgesteld op een persconferentie op Batibouw
Een eerste vaststelling is vrij morbide: de meeste klimaatdoden zijn hittedoden. Slachtoffers van natuurrampen zoals overstromingen halen wel het nieuws, maar tijdens een hittegolf zijn er veel meer mensen die overlijden als gevolg van hittestress. Bovendien ziet de toekomst er niet al te rooskleurig uit. Bij een opwarming van het klimaat met 2°C (ten vroegste in 2039) krijgen we tot 11 hittegolfdagen per jaar. Bij een opwarming met 3° (mogelijk vanaf 2063) krijgen we zelfs regelmatig met tropische dagen af te rekenen (maximumtemperatuur boven 30°C). Op dit ogenblik blijft de hinder nog beperkt. Alleen in de zandgronden van Noord-Limburg komt het soms tot pieken. Naarmate het klimaat opwarmt, zal de hittestress zich echter uitbreiden. In het scenario van een opwarming met 3°C zal meer dan 90% van de gemeenten minstens 10 tropische dagen per jaar hebben.
Deze klimaatscenario’s zijn niet extreem. Als de huidige ontwikkelingen zich voortzetten, dan verwachten experts dat we de opwarming niet tot 2°C zullen kunnen beperken. De hittestress zal hoedanook groter worden.
We moeten er dus voor zorgen dat de woningen die we nu bouwen en renoveren, hittebestendig zijn. Dat kan aan de hand van de zogenaamde ‘ladder van koeling’, een lijst van maatregelen in afnemende graad van duurzaamheid. Eerst op de lijst is zorgen voor een koele omgeving met veel groen. Hier heeft de gemiddelde bouwheer natuurlijk weinig vat op. De tweede stap is de warmte buiten houden. Dat heeft te maken met oriëntatie en vooral de beglaasde oppervlakte. Zo zijn er in de zomer aanzienlijke zonnewinsten langs het oosten en het westen, traditionele oriëntaties voor raampartijen. Aangepaste zonwering is dan de boodschap. Bestaande gebouwen kan men beschermen met extra isolatie en zonwering.
De volgende stap is passieve koeling. Men denkt dan bijvoorbeeld door intensieve nachtventilatie. Dat veronderstelt wel een geschikt ventilatiesysteem. De debieten die nodig zijn voor nachtkoeling zijn immers veel groter dan voor gewone ventilatie. Ook het bouwconcept moet daarop afgestemd zijn: het gebouw moet niet alleen voldoende thermisch massa hebben om de warmte overdag op te vangen, maar moet die ook ’s nachts kunnen afgeven. Dat wil zeggen dat de bouwmassa zou weinig mogelijk mag worden afgeschermd met verlaagde plafonds en dergelijke. Overigens kan ook gewone ventilatie een rol spelen om de gevoelstemperatuur te laten dalen.
Tenslotte kan men actieve koeling inzetten. De studie is negatief hierover, omdat dit energie verbruikt en bijdraagt tot het hitte-eiland effect in steden. Dat laatste is echter alleen het geval bij toestellen met lucht als bron. Geothermische toestellen kunnen zowel actief als passief koelen zonder warmte af te geven aan de buitenlucht. Door een geothermisch systeem in de zomer te laten koelen, wordt de bron geregenereerd, wat het totale rendement ten goede komt.
De voornaamste uitdaging is een mentaliteitswijziging in de bouwpraktijk. Het is niet houdbaar om in de ontwerpfase oververhittingsproblemen te creëren, die dan later weggekoeld moeten worden. In het aansluitende panelgesprek op de voorstelling werd gesteld dat we af moeten van de ‘glaspaleizen’, die geliefd zijn bij architectuurjury’s. Met architecturale maatregelen is heel wat winst te halen. In hun studie simuleerden de onderzoekers het effect van verschillende maatregelen. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat als alle daken in Brussel wit zouden zijn, er 25% minder oversterfte zou optreden tijdens een hittegolf. Naarmate ons klimaat warmer wordt, moeten we onze bouwpraktijk meer en meer laten inspireren door de Mediterrane stijl, met muren in heldere kleuren, en beperking van de zonnewinsten door beschaduwing.
Minister Jo Brouns, die de voorstelling inleidde, benadrukte het belang van de ruimtelijke ordening. Door zoveel mogelijk groene ruimte te voorzien en de bodem te ontharden, kan die ruimte fungeren als een spons om de opwarming tegen te gaan. Dat is positief voor de hele gemeenschap. De eerste stap in de koelladder is immers om voor een koele omgeving te zorgen. Hier is een taak weggelegd voor de overheid.
Daarnaast spelen de EPB reglementeringen een doorslaggevende rol. Die moeten voldoende plaats inruimen voor zomercomfort. De huidige regels schieten daarin tekort. Het ontbreekt onder meer aan een totaalvisie. Nu zijn de regels per domein opgesteld, zodat voldoen aan de ene eis tot problemen kan leiden om in orde te zijn met een andere eis. Wie het dakoppervlak wil vergroten om bijkomende beschaduwing te creëren in de zomer, kan in de problemen raken met de reglementering rond regenwater en omvangrijke infiltratiesystemen moeten aanleggen. De geplande hervorming van de EPB regels biedt een unieke kans om deze problematiek aan te pakken.
Door: Alex Baumans
Illustraties : Verozo