VENTILATIE EN KLIMATISATIE  
Install Magazine 1006 – februari 2026

Binnenluchtkwaliteit in scholen gemeten

Onderzoek uit Groot-Brittannië

We brengen het grootste deel van ons leven binnenskamers door. De kwaliteit van de binnenlucht is dan ook een belangrijke factor in het algemene welzijn. Scholen vormen op dit vlak een speciaal aandachtspunt. Niet alleen hebben we hier te maken met lokalen met een dichte bezetting, waarbij er doorgaans amper ventilatiemogelijkheden zijn. De gevolgen van een slechte luchtkwaliteit zijn er ook aanzienlijk: het gaat letterlijk om de gezondheid van de toekomstige generaties. Om de situatie in kaart te brengen, werd er in het Verenigd Koninkrijk het SAMHE programma gecreëerd voor de monitoring van de binnenluchtkwaliteit in klaslokalen. De resultaten werden voorgesteld op een webinar van AIVC, het kennisplatform van het IEA rond ventilatie.

Ventilatie als pijnpunt

SAMHE staat voor Schools’ Air Quality Monitoring for Health and Education en is een onderzoeksproject van diverse Britse universiteiten en overheidsinstellingen. De basisopdracht was om na te gaan hoe het met de luchtkwaliteit in klaslokalen gesteld was. Daartoe kregen de scholen sensoren voor binnenluchtkwaliteit ter beschikking, voor metingen van CO2, temperatuur, relatieve vochtigheid, VOC en fijnstof (PM 2,5). De meettoestellen werden aangesloten op het wifi-netwerk van de scholen en stuurden de gegevens continu door naar het onderzoeksteam. Het project liep in het schooljaar 23-24 en omvatte ongeveer 450 scholen. De resultaten slaan uiteraard op de situatie in het Verenigd Koninkrijk, maar we mogen ervan uitgaan dat de toestand aan deze kant van het Kanaal niet zoveel zal verschillen.

Een eerste vaststelling is dat ventilatie voornamelijk bepaald wordt door het weer. Dat hoeft niet te verbazen. De meeste klassen hebben immers geen specifiek ventilatiesysteem, zodat luchtverversing gelijk staat met open ramen. Als het buiten nog warm genoeg is om de ramen open te houden, vallen de CO2 concentraties in de klassen nog mee. Bij slecht weer gaan de ramen echter dicht, en schiet het CO2-gehalte pijlsnel de hoogte in: 20% van de gemeten klassen gaat dan boven de Britse grenswaarde van gemiddeld 1.500 ppm CO2.

Als we de luchttoevoer per persoon bekijken, zijn de resultaten evenmin schitterend. In warme periodes halen de klassen doorgaans 6 l/s/persoon. Dat is nog aanvaardbaar, maar blijft onder de aanbevolen waarden van Ashrae van 8-10 l/s/persoon. Bij koud weer zakt de gemeten waarden echter tot 4 l/s/p. Hier is er ook een duidelijke sociale dimensie: hoe ouder de schoolgebouwen en hoe groter de klassen, hoe slechter te luchtkwaliteit.

Luchtvervuiling

De onderzoekers keken ook naar de concentraties van fijnstof, omdat dit gezondheidsrisico’s inhoudt, zeker voor kinderen. Daartoe werden de waarden in de scholen vergeleken met metingen van de buitenlucht op nabijgelegen overheidssites. De meetwaarden tijdens en buiten de schooluren werden eveneens geanalyseerd om de impact van de schoolactiviteiten in te schatten. De conclusie is dat de concentratie van fijnstof in de klassen gelijkloopt met de concentratie in de buitenlucht. Ook het effect van weersfenomenen, zoals overtrekkende wolken van Saharastof, zijn duidelijk te merken. Om een beter beeld van de toestand te krijgen, denken de onderzoekers eraan om het project uit te breiden met sensoren voor de kwaliteit van de buitenlucht, die dan bijvoorbeeld op de speelplaats kunnen gemonteerd worden.

Om de binnenluchtkwaliteit te verbeteren, raden de onderzoekers een filtersysteem voor de toevoerlucht aan. Tijdens de coronapandemie werd er in het Verenigd Koninkrijk sterk ingezet op luchtreinigers, als een snel en goedkoper alternatief voor ventilatiesystemen. Dergelijke toestellen halen inderdaad heel wat onzuiverheden uit de lucht. Tijdens de pandemie konden ze het gehalte aan fijnstof met 40 tot 50% doen dalen, en zorgden ze ook voor een lagere graad van afwezigheid door ziekte. Deze techniek heeft echter geen effect op het gehalte aan vocht en CO2. Voldoende toevoer van verse lucht blijft noodzakelijk.

Hindernissen

Een zwak punt bij het onderzoek was dat deelname op vrijwillige basis gebeurde. Leraren konden een aanvraag indienen, waarna ze een sensor kregen toegestuurd. Op wat er daarna met die sensor gebeurde, hadden de onderzoekers weinig greep. Zo bleek dat ruim een kwart van de sensors nooit werd ingeschakeld. Waarom dat was, is moeilijk te achterhalen. Misschien kwamen er toestellen bij de verkeerde personen terecht, of veranderden de prioriteiten van de scholen.

Bovendien is binnenluchtkwaliteit in klassen een gevoelig onderwerp. Als zwart op wit wordt bewezen dat die ondermaats is, zijn schoolbesturen weinig geneigd om daarmee uit te pakken, uit vrees voor een slechte reputatie. In de rapportering door SAMHE worden wel de gegevens daarom alleen geanonimiseerd uitgebracht. Het is echter ook de bedoeling dat de gegevens gebruikt worden als middel voor sensibilisering en onderwijs, en de basis kunnen vormen voor schoolprojecten. Eventuele slechte resultaten raken zo bekend onder de schoolbevolking, wat schoolbesturen kan doen aarzelen om in het project te stappen. Sensibilisering kan helpen om besturen te doen inzien dat het beter is om slechte toestanden aan te pakken in plaats van ze onder de mat te vegen. De vele positieve reacties op het project tonen aan dat metingen van binnenluchtkwaliteit ook een positief gegeven kunnen zijn.

Nietsdoen is immers geen optie. Er zijn technische oplossingen voorhanden, ook voor bestaande gebouwen. Het komt erop aan om de beslissers te overtuigen dat binnenluchtkwaliteit het investeren waard is. Een grootschalige monitoringcampagne zoals SAMHE is daarvoor een nuttig instrument.

Door: Alex Baumans

samhe.org.uk