EVENEMENTEN  
Install Magazine 1005 – november 2025

Warmtenetten als schakel in de energietransitie

19de International Symposium on District Heating and Cooling

Om de twee jaar organiseert het Internationaal Energie-agentschap (IEA) een symposium over warmtenetten. De jongste editie werd begin september georganiseerd door Energyville/Vito onder de vlag van IEA Technology Cooperation programme for DHC en vond plaats in in Thor Central in Genk. Die plaats was niet toevallig gekozen. Dit jaar werd er namelijk de Connecthor in gebruik genomen, een warmtenet van de vijfde generatie.

Van Bejing naar Genk

Het International Symposium for District Heating and Cooling gaat terug op een Scandinavisch initiatief uit de jaren 1980. Sinds 2016 valt het onder het IEA waardoor het een wereldwijde uitstraling kreeg. Na de editie van 2023 in Beijing viel de eer te beurt aan Energyville/Vito om op te treden als gastheer. Meer dan 230 deelnemers uit een twintigtal landen waren naar Genk afgezakt voor een programma met ruim 100 sessies, zonder de plaatsbezoeken en de poster sessies te tellen.

Warmte decarboniseren

Warmtenetten zijn een interessant middel om verwarming te decarboniseren, wat ook erkend wordt door de Vlaamse overheid. Minister Melissa Depraetere heeft de ambitie om de CO2-uitstoot door verwarming terug te dringen, maar dan wel op een manier die betaalbaar blijft. Warmtenetten hebben dan het voordeel dat een deel van de investeringen gedragen wordt door de gemeenschap. De instapkosten voor de gezinnen blijven dus beperkt. Tevens kan men zo fossielvrij verwarmen, zonder al te ingrijpende aanpassingen aan de bouwschil. Dat biedt kansen in binnensteden met een oudere bebouwing. In de warmteplannen die worden opgesteld in gemeentes van meer dan 40,000 inwoners wordt dan ook nagegaan hoe warmtenetten daarin kunnen passen.

Robin Wiltshire, voorzitter van het technische samenwerkingsprogramma rond warmtenetten van het IEA (IEA DHC TCP) zette een van de grote troeven van warmtenetten in de verf: de mogelijkheid om gebruik te maken van alternatieve warmtebronnen. Restwarmte uit de industrie is daarbij een voor de hand liggende optie. De bedrijven kunnen de restwarmte meestal slechts in beperkte mate zelf hergebruiken. Als men de overtollige warmte niet kan transporteren naar andere gebruikers, gaat die gewoon verloren. Warmtenetten zijn dus een noodzakelijke voorwaarde om het volle potentieel van warmteterugwinning te ontsluiten.

Daarnaast bieden warmtenetten schaalvoordelen om andere fossielvrije warmtebronnen te benutten, zoals aquathermie, diepe geothermie, grootschalige biomassa en zonnethermie. Combinatie met een warmtenet kan de rendabiliteit van dergelijke projecten sterk verhogen. Het is de techniek bij uitstek om een brede waaier van duurzame warmtebronnen optimaal in te zetten.

Gecentraliseerde warmteproductie heeft nog een ander voordeel: het maakt het opvangen van CO2-uitstoot aan de bron gemakkelijker (Carbon Capture and Storage – CCS). Het is onhaalbaar om elk verbrandingstoestel van zo een systeem te voorzien, maar voor een centrale stookplaats van een warmtenet wordt dat wel interessant. Zo loopt er een project in Stockholm met CCS van de energiecentrale van een warmtenet.

Blik op andere continenten

Het congres bood ook een blik op de situatie van warmtenetten in andere landen. Voor warmtenetten zijn vooral China en de Verenigde Staten belangrijk. China is sterk aangewezen op steenkool. Om die afhankelijkheid af te bouwen, mikt de overheid onder meer op warmtenetten. De randvoorwaarden zijn er bijzonder gunstig. Door de sterk uitgebouwde industrie is er veel restwarmte voorhanden, terwijl de bewoning er erg geconcentreerd is. Chinezen wonen vooral in hoogbouw: 35% van de gebouwen heeft er meer dan 8 verdiepingen. Individuele verwarming is dus minder aangewezen. De warmteproductie ligt echter in vele gevallen op een aanzienlijke afstand van de gebruikers, zodat er in China volop grootschalige warmtenetten worden aangelegd, over tientallen of zelfs honderden kilometers. In 2022 bedroeg de totale lengte van het Chinese netwerk ongeveer 560.000 km. Ter vergelijking, de gemiddelde afstand van de aarde tot de maan is 380.000 km.

Ook de Verenigde Staten hebben een lange traditie van warmtenetten in stedelijke gebieden. In vele gevallen werken die netten nog op stoom. De uitdaging is dan ook om die om te bouwen naar lagere temperaturen om gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. De Verenigde Staten zijn het land van airconditioning: tijdens warme periodes gaat tot 70% van het elektriciteitsverbruik in steden naar koeling. Om dat te verminderen, wordt in er Noord-Amerika gewerkt aan systemen voor collectieve passieve koeling, onder meer op basis van oppervlaktewater. Wat de warmtevoorziening betreft, houdt men in Noord-Amerika ook de nucleaire optie open, meer bepaald de restwarmte van de toekomstige generatie van kleine modulaire reactoren.

Thermal Source Networks

Het woord ‘koeling’ is gevallen, en dit aspect zal steeds belangrijker worden. Dat blijkt al uit de terminologie. Men spreekt niet langer van ‘warmtenetten van de vijfde generatie’, maar van Thermal Source Networks. Dat zijn warmtetransportnetten aan zeer lage temperaturen, die verschillende verbruikers voor warmte en koude verbinden. Het net dient dan als bron voor individuele warmtepompen die de verschillende afnemers van warmte of koude voorzien. Een van de grote voordelen van de lage werkingstemperaturen is dat dergelijke netten veel gemakkelijker aan te leggen zijn. Men hoeft geen stalen leidingen te gebruiken; door de lagere temperaturen zijn eenvoudige kunststof buizen voldoende. Tenslotte is het temperatuurverschil met de bodem beperkt, zodat de transmissieverliezen uiterst laag blijven.

De werking van dergelijke netten wordt er wel complexer op. Het gaat niet langer om eenrichtingsverkeer: de gebruikers kunnen ook warmte of koude leveren in functie van hun behoefte. Om dat in de greep te krijgen, rekent men op digitalisering, meer bepaald de techniek van digital twins. Hiermee kan men het gedrag van het netwerk voorspellen om tot een optimale regeling te komen.

Hoe dat alles in de praktijk werkt, wordt nu onderzocht in Energyville. Begin dit jaar werd op de site namelijk de Connecthor in gebruik genomen, een Thermal Source Network dat de verschillende gebouwen op de site en een nabijgelegen Living Lab verbindt en dient als warmte- en koudebron.

Door: Alex Baumans

Foto’s: Energyville

www.energyville.be

www.iea-dhc.org