EVENEMENTEN
Install Magazine 1004 – september 2025
Mogelijkheden van hybride verwarming
Studienamiddag van Btecch
De grote uitdaging van de energietransitie is om de uitstoot van het bestaande gebouwenpark te verminderen. Een mogelijke oplossing is overschakelen op een hybride installatie, meer bepaald de combinatie van een warmtepomp met een traditionele ketel. Omdat de warmtepomp het grootste deel van de verwarmingslast voor haar rekening neemt, kan men een aanzienlijke energiebesparing realiseren, terwijl de investering beperkt blijft. Btecch, het expertisecentrum rond verwarmingstechniek, organiseerde een studienamiddag over dit thema in de Thomas More campus in Geel. We pikken er enkele conclusies uit.
Energie, CO2 en centen
De vraag is niet óf een hybride installatie een besparing oplevert, de installatie zal altijd zuiniger zijn dan een ketel alleen. Belangrijker is de vraag of die besparing opweegt tegen de investering. Het antwoord daarop verschilt in functie van wat men bekijkt. Kijken we naar het verbruik, dan zijn de cijfers interessant: als men ervan uitgaat dat de warmtepomp 70%, van de behoefte dekt, kan men het energieverbruik voor verwarming halveren. Dat betekent ook een sterke daling van de CO2-uitstoot. Kijkt men echter naar de financiële opbrengst, dan is het plaatje heel anders. In ons voorbeeld zou de winst zich, bij de huidige prijzen in ons land, beperken tot een honderdtal euro. Dat maakt de terugverdientijd van de warmtepomp onrealistisch lang. De redenen daarvoor zijn bekend: elektriciteit duurder is dan gas. Verwarming op fossiele brandstoffen produceert wel meer CO2, maar tot nader order is CO2 uitstoten gratis. Energiebesparing staat dus niet noodzakelijk gelijk met een merkbare financiële besparing.
Een eerste voorstel om dat recht te trekken is om de CO2-uitstoot van gebouwen mee te nemen in de energiescore. Nu kijkt het energielabel alleen naar het totale energieverbruik, zonder rekening te houden met de manier waarop die energie wordt opgewekt. Een tweede voorstel is iets waar de warmtepompsector al lang om vraagt: het prijsverschil verkleinen tussen gas en elektriciteit.
Het standpunt van de politiek
Andries Gryffoy (NVA) vertolkte het standpunt van het beleid en toonde zich een koele minnaar van warmtepompen, die hij een dure oplossing vond. Daarom was hij een grotere voorstander van de overschakeling op lage-temperatuurverwarming, die sowieso een besparing oplevert, ongeacht de warmtegenerator. Bovendien is dit een toekomstbestendige ingreep omdat de overstap naar een warmtepomp gemakkelijker wordt.
Ook op het vlak van de energieprijzen gaf hij weinig hoop op een radicale koerswijziging. Het nieuwe systeem van uitstootcertificaten (ETS2) zou wel tot een CO2-prijs voor verwarming leiden. Het effect daarvan zou echter te beperkt zijn om de terugverdientijd van een warmtepomp voldoende in te korten. Bij ingrepen op de elektriciteitsprijs moet de overheid verschillende belangen afwegen: lage prijzen zijn goed voor de verbruikerskant, maar nadelig voor de opbrengst van groene-stroomproductie. Tenslotte is er een politieke dimensie. Als men een energiefactuur wil gebruiken als een instrument van beleid, dan kan dat alleen elektriciteitsfactuur zijn, omdat dit de enige is die alle gezinnen ontvangen. Niet iedereen gebruikt immers dezelfde brandstof.
En in de praktijk?
Vanuit Nederland hebben we een idee van hoe een hybride installatie zich in de praktijk gedraagt. Daar werden een kleine tweehonderd uiteenlopende hybride installaties bemeterd om het verbruik op te volgen. Het goede nieuws is dat de besparing een stuk groter is dan aanvankelijk becijferd. Gemiddeld daalt het gasverbruik met 75%. Gezien de betere verhouding tussen de gasprijs en de elektriciteitsprijs in Nederland, maakt dit een hybride installatie financieel interessant, ook al omdat de installatiekost van een warmtepomp aanzienlijk lager is bij onze noorderburen.
Gemiddelden kunnen echter veel variaties verbergen, en dat was hier niet anders. In sommige gevallen volstond de warmtepomp om de totale verwarmingsbehoefte te dekken, terwijl in andere de gasbesparing bleef hangen op 20-30%. Vooraleer men overgaat tot een hybride installatie, moet men dus eerst de bestaande toestand grondig analyseren en eventuele fouten in de installatie of sturing verhelpen.
Afgiftesysteem beter bepalen
Voor de installateur is de uitdaging tweeledig: de warmtebehoefte beter bepalen en ervoor zorgen dat het afgiftesysteem efficiënt werkt. Hoe lager het stookregime, hoe hoger het rendement van de warmtepomp en hoe hoger de dekkingsgraad. Een accurate warmteverliesberekening wordt een noodzaak. Tevens wordt de sturing en de inregeling belangrijker. Ketels werden traditioneel sterk overgedimensioneerd, zodat het minder uitmaakte of de energie correct verdeeld werd; er was reservevermogen genoeg. Als men echter slechts over 8 kW beschikt in plaats van 30 kW voorheen, luistert alles veel nauwer. Dit vereist een mentaliteitswijziging van de installateur.
Opleiding en techniek
Vanuit de sector gebeurt er heel wat om de installateur te ondersteunen. Uit een reeks praktijkgevallen die werden voorgesteld door een half dozijn fabrikanten, bleek dat er toestellen zijn voor alle situaties, gaande van ventilatiewarmtepompen voor kleine wooneenheden tot systemen voor commerciële gebouwen. Tevens wordt er gewerkt aan een opleidingsaanbod. In een hybride installatie komen er immers verschillende specialisaties samen, die traditioneel gescheiden waren: er is het koeltechnisch gedeelte van de eigenlijke warmtepomp, daarnaast is er de bestaande installatie, die in vele gevallen geoptimaliseerd moet worden, en tenslotte is er de regeltechniek, niet alleen om de combinatie warmtepomp-ketel goed te laten werken, maar ook om alles te integreren in een domotica- of energiemanagementsysteem.
Gelukkig springen verschillende kennisinstellingen in de bres. Er zijn heel wat instrumenten online beschikbaar en in het najaar start Syntra Midden Vlaanderen met een nieuwe opleiding die samen met Btecch werd ontwikkeld.
Door Alex Baumans










