BATHROOM EXPERIENCE  
Install Magazine – april 2026

Trends en evoluties in, op en rond de wastafel

Als het fornuis het hart is van de keuken, dan is de wastafel het hart van de badkamer. Meermaals per dag wordt hier halt gehouden om handen te wassen, tanden te poetsen, baarden te scheren of een blik in de spiegel te werpen. Wat zijn vandaag de belangrijkste trends met betrekking tot de wastafel en wat gebeurt er boven, onder en naast dit essentiële badkamertoestel? Wat mogen we absoluut niet vergeten en waaraan durven mensen zich wel eens te mispakken? Die vragen legden we tijdens de jaarlijkse rondetafel aan een panel van specialisten voor.

Rond de tafel

Geert Coremans, product manager Geberit

Kris Dens, product manager Desco

Bert De Ridder, interieurarchitect Helga & Team Interieur Architectuur & vertegenwoordiger AINB

Katleen Van Haute, product manager Facq

Één wastafel volstaat

De wastafel mag dan wel het hart van de badkamer zijn, over één zaak bleken de gesprekspartners het dit jaar meteen eens: we kennen minder functies aan de wastafel toe dan voorheen. “In het verleden was de wastafel nog de plek waar je kledingstukken uitspoelde, je haren waste of een kattenwasje deed”, aldus Katleen Van Haute. “Vandaag hebben we daar andere badkamertoestellen voor. Dat heeft zo zijn gevolgen voor de keuze en vormgeving van de wastafel.” “Steeds meer mensen nemen vandaag inderdaad genoegen met één enkele lavabo”, beaamt Bert De Ridder. “Daarnaast zien we dat er vaker voor iets kleinere modellen gekozen wordt. Voor de meeste handelingen hoef je nu eenmaal geen hele wasbak meer te vullen, maar kan je het water gewoon even laten lopen. Een wasbak van 30 à 40 cm diameter kan dan perfect volstaan.”

Op vlak van vormgeving wordt in de eerste plaats een evenwicht gezocht tussen onderhoud en esthetiek. Kris Dens: “Er is een duidelijke tendens terug naar organische en afgeronde vormen. Die zorgen voor een zekere zachtheid en sfeer, maar zijn tegelijk ook aanzienlijk eenvoudiger te onderhouden dan te strakke wasbakken. In rechte hoeken stapelt vuil zich snel op en is het soms erg moeilijk poetsen.”

In het materiaalgebruik ontvouwt zich volgens Van Haute dezelfde evenwichtsoefening: “Klassiek porselein heeft een uitstekende bestendigheid tegen zowat alle agressieve middelen die je in de badkamer tegenkomt en blijft bijgevolg een populair materiaal, maar we zien ook stevige concurrentie van de solid surface materialen. Zij bieden meer mogelijkheden en laten toe om veel preciezer te werken.” “Qua krasgevoeligheid scoort solid surface echter niet optimaal”, brengt De Ridder daar nog tegenin. “Je kan krassen doorgaans wel wegpolijsten, maar dat vergt natuurlijk weer extra inspanning. Daarenboven zijn er enorm veel verschillende solid surface materialen, die elk hun eigen samenstelling, prijskaartje en kwaliteit hebben.” “Je moet inderdaad goed oppassen welk materiaal je precies kiest”, geeft Dens toe. “Vaak is de prijs wel een goede indicatie van de kwaliteit. Desalniettemin denk ik niet dat je solid surface nog kan wegdenken. Zelfs de grote porseleinfabrikanten hebben het inmiddels in hun gamma opgenomen. Naast de flexibiliteit qua vormgeving, speelt ook kleur daarin een belangrijke rol. Vooral de mogelijkheid om badkamertoestellen in mat wit te realiseren is een belangrijke troef.” “Belgen zijn op dat vlak natuurlijk redelijk conservatief”, lacht Van Haute. “Al proberen fabrikanten ons wel te stimuleren om voor meer kleur te kiezen. Met de aardse tinten zoals salie, terracotta of amandel lijkt dat ook wel te lukken.” Dens: “Het grappige is dat er vooral bij opbouwwastafels al eens voor kleur gekozen wordt. Ergens leeft het idee dat die gemakkelijker te vervangen zijn en dat de keuze voor een specifieke kleur dus minder finaal hoeft te zijn.”

Onderhoudsvriendelijk kraanwerk

Bij het kraanwerk is kleur inmiddels wel goed ingeburgerd. “Vooral het pvd-proces zorgt voor heel wat interessante kleuren”, vindt Van Haute. “Het gaat vooral om de brushed metaalkleuren zoals koper, goud en antraciet. In zekere zin zijn die zachter dan de kleuren van gelakte kranen, waardoor je er ook subtieler mee kan werken. Neem daarbij het feit dat ze minder gevoelig zijn voor vingerafdrukken, krassen, enzovoort, en je begrijpt wel waarom ze zo populair zijn.” “Het gaat zelfs zo ver dat mensen vandaag eerst een kleur en dan pas een model kiezen”, beaamt Kris. “Er zijn op vlak van vormgeving inmiddels ook zoveel mogelijkheden – denk maar aan de vorm, hoogte en lengte van de uitloop – dat we daar voor onze klanten vaak al zelf een bepaalde keuze in maken. Anders wordt het simpelweg te veel.” “De lengte van de uitloop moet je wel goed afstemmen op de wastafel”, waarschuwt Geert Coremans. “Om opspattend water te vermijden, ligt die idealiter net achter de afvoer. Is dat niet zo, dan zijn er wel technische accessoires ter beschikking waarmee je dat een beetje kan bijstellen, maar dat blijft natuurlijk een noodoplossing.”

In functie van onderhoud schuiven de specialisten in ieder geval liefst een muur- of inbouwkraan naar voren. De Ridder: “Bij inbouwkraanwerk neem je de kraan niet elke keer met natte handen vast, hoopt er zich geen vuil op rond het kraanlichaam en vereenvoudig je het poetswerk.” “Installateurs zijn helaas niet altijd even enthousiast over inbouwkraanwerk”, merkt Coremans op. “Dat heeft onder meer te maken met onze bouwmethodes. Wanden worden hoofdzakelijk uit steen opgetrokken, dus wie een inbouwkraan wil plaatsen zal doorgaans een stuk uit de muur slijpen en kappen om de inbouwelementen te plaatsen. Dat doen ze niet graag. Nochtans kan je ook perfect met voorzetwanden werken. Dan hoef je helemaal niets in te bouwen en kan je in één beweging zelfs ook een ingewerkte sifon plaatsen.” De Ridder: “Voor grotere badkamers is dat inderdaad een uitstekende oplossing, maar bij kleinere ruimtes kan zo’n voorzetwand toch al snel een noemenswaardige impact hebben op de ruimtelijke beleving. Zeker bij renovaties heb je doorgaans niet veel marge. Daar moet je dus wel de nodige aandacht aan schenken.”

Techniek: erop of eronder

Het inbouwen van kranen is niet het enige technische aandachtspunt rond de wastafel. Daarnaast moeten installateurs volgens de specialisten ook alert zijn op, bijvoorbeeld, de juiste instellingen. “We krijgen regelmatig de opmerking dat er te weinig druk is op het water”, vertelt De Ridder. “Dat heeft natuurlijk te maken met het duurzaamheidsaspect. De meeste wastafelkranen hebben een maximaal debiet van 5 l/min. Dat is een goede evolutie, maar voor veel mensen blijkt het toch nog een aanpassing te vragen.” “Je zou je nochtans kunnen afvragen waarvoor ze een hoger debiet zouden nodig hebben”, springt Van Haute in. “Als je aan de wastafel toch niet meer doet dan enkel je handen wassen en je tanden poetsen, is er geen enkele reden om dat weer op te drijven.” Coremans: “Met de juiste kraan en de juiste instellingen zou men daar bovendien niets van mogen merken. Er zijn wastafelkranen die al een veel lager debiet hebben en toch hetzelfde comfort bieden.” Of elektronisch kraanwerk daar dan een antwoord op biedt? Dens: “Tijdens de coronaperiode heeft elektronisch kraanwerk zijn intrede gedaan op de private markt, maar sinds de grote focus op hygiëne weg is, valt ook die interesse weg. Mensen die vandaag nog voor elektronisch kraanwerk kiezen, doen dat in hoofdzaak uit duurzaamheids- of besparingsperspectief.” “Sowieso is die markt heel klein”, beaamt De Ridder. “Als we al elektronische kranen zien, dan is dat eigenlijk enkel ter hoogte van de handenwasser in het toilet. Van zodra je ook de temperatuur moet kunnen aanpassen, wordt de installatie toch wat te complex.”

Een ander centraal technisch element, dat wellicht nog onvoldoende aandacht krijgt, bevindt zich onder de wastafel: de afloop. “Er wordt helaas nog heel veel geëxperimenteerd – lees: gesukkeld – met sifons”, meent De Ridder. “Meestal is dat om ervoor te zorgen dat er minder ruimte in het wastafelmeubel verloren gaat.” Dens: “Er zijn op dat vlak nochtans enorme ontwikkelingen bezig. Fabrikanten werken bijvoorbeeld aan nieuwe types meubelsifons op basis van de vroegere potsifons, er zijn ondiepe sifons die vlak onder de wastafel hangen en tevens de functie van overloop vervullen, en heel wat andere ontwikkelingen met membranen.” “Het nadeel van die membranen is dat ze veel onderhoud vergen”, merkt Coremans wel op. “Zeker als je veel zeep gebruikt, zal er snel slijtage optreden, waardoor de sifon niet meer werkt en je geurhinder krijgt. Als de membranen dan niet of niet correct vervangen worden, dan heb je natuurlijk problemen. Daarenboven stelt de regelgeving nog steeds dat je een waterslot van 5 cm nodig hebt. Daarom werken wij nu met een doorstroomprincipe dat tussen de twee stopkraantjes geplaatst wordt.

Speelse wastafelmeubels

Dé belangrijkste redenen waarom er met de afloop geëxperimenteerd wordt, zijn ruimte en esthetiek. Met het groeiend belang van sfeer en beleving in de badkamer, lijkt de acceptatie van zichtbare technieken onder de wastafel immers volledig weg. Dens: “Vroeger werd de sifon verborgen achter een klein zuiltje; vandaag kiest 90% van de particulieren voor een wastafelmeubel. Daarin zien we op dit moment vooral veel asymmetrie. Vaak staat de wastafel bijvoorbeeld aan één zijde van het meubel, zodat er aan de andere zijde een groot aflegvlak gecreëerd wordt. Er wordt echt gezocht naar speelse opstellingen.” Van Haute merkt dat fabrikanten daar sterk op inspelen. “Er wordt binnen één meubelreeks bijvoorbeeld met verschillende modules gewerkt, die naar believen met elkaar gecombineerd kunnen worden. In veel gevallen zitten daar nu ook modules met een beperkte diepte bij, zodat ze ook geschikt zijn voor kleinere badkamers.” “Wij bieden inderdaad de mogelijkheid om verschillende wastafels met verschillende meubels te combineren”, aldus Coremans. “Alles is modulair.”

Volgens De Ridder is de keuze voor een wastafelmeubel vaker esthetisch dan praktisch ingegeven. “Mensen willen niet meer per se alles in de badkamer opbergen. In grote lijnen zien wij in ieder geval minder nood aan bergruimte. Een meubel onder de wastafel geeft vooral sfeer en inrichting.” “In dat opzicht doen onder meer lichte, natuurlijke tinten en houten afwerkingen het vandaag erg goed”, bemerkt Dens. De meer trendgevoelige klanten legt Van Haute dan weer afgeronde hoeken, streepjes en strak houten latwerk voor.

En bij die kleine groep die toch geen wastafelmeubel plaatst? Van Haute: “Voor hen kunnen technische elementen zoals flexibels en stopkraantjes tegenwoordig aan de kleur van het kraanwerk aangepast worden. Helemaal onzichtbaar wordt het daarmee niet, maar je hoeft er in ieder geval niet voor te vrezen dat de zachte sfeer van je badkamer in natuurtinten doorbroken zal worden door een aantal technische details in blinkend chroom.”

Een blik in de spiegel

Één element dat boven geen enkele wastafel kan ontbreken, tot slot, is de spiegel. “Er is een tijd geweest dat fabrikanten allerhande snufjes in de spiegel probeerden te integreren”, herinnert Dens zich. “Denk aan klokjes, televisie, het weerbericht … Nu iedereen een smartphone bij de hand heeft, is dat volledig voorbij. Wat op technisch vlak wel nog een meerwaarde is, is spiegelverwarming. Daarmee ga je de condens van de douche heel efficiënt tegen. Ook verlichting wordt steeds vaker in de spiegel geïntegreerd, bij voorkeur met de mogelijkheid om zowel lichtsterkte als kleurtoon aan te passen.” De Ridder: “Het moeilijke met ledverlichting is dat leds van verschillende merken, ondanks eenzelfde K-waarde, visueel toch een afwijkende lichtkleur kunnen hebben. Met een dynamische verlichting kan je dat inderdaad zelf bijstellen en op elkaar afstemmen. Is dat niet het geval, dan zorg je er best voor dat alle leds afkomstig zijn van dezelfde fabrikant.” Qua vormgeving zien Dens en Van Haute in de showrooms vooral een stijgende vraag naar organische spiegels. Dens: “Het is heel duidelijk dat sociale media daarin een doorslaggevende rol speelt, maar ik heb er ook mijn bedenkingen bij. De organische designs gaan vaak namelijk ten koste van de spiegelkast, die toch handige opbergruimte biedt. Daar proberen we klanten dan wel attent op te maken.”

Sociale media en verbouwprogramma’s scheppen volgens de gesprekspartners wel vaker een verkeerd beeld van wat er wel en niet in een badkamer kan. Toch kan het volgens Van Haute een goed startpunt zijn. “Als een klant een moodboard meeneemt, dan heb je al een duidelijk beeld van waar hij of zij naartoe wilt. Het is dan aan onze showroom advisors om dat op een creatieve manier in een realistisch ontwerp te vertalen.” Dat vindt ook Dens. “Wij moeten het breder trekken. Het is niet alleen het esthetische aspect dat telt, maar ook het budget, het onderhoud, de techniek, duurzaamheid. Dat maakt het niet noodzakelijk gemakkelijker, maar wel boeiend.” “Het probleem van de badkamer is vooral dat er heel wat zaken samenkomen”, benadrukt De Ridder nog. “Het is een heel technische en multidisciplinaire ruimte. De belangrijkste vraag is wie die zaken allemaal samenbrengt. Uiteindelijk moet er één bouwpartij zijn die uitdrukkelijk het voortouw neemt en alle verschillende werken en aannemers op elkaar afstemt. Dat gaat niet alleen om het begeleiden van de juiste keuzes, maar ook over planning en opvolging. Pas daarin komen techniek en esthetiek samen.”

Redactie: Elise Noyez