VERWARMING  
Install Magazine 944 – oktober 2017

Een coherent energiebeleid?

Technische keuzes voor een laag E-peil in Vlaanderen

De EPB-regels zijn bepalend voor de technische keuzes van nieuwbouw en ingrijpende renovaties. Naarmate de eisen strenger worden, moet er ook meer aandacht besteed worden aan de techniek. Gezien de talrijke mogelijkheden, kan het moeilijk worden om het bos nog door de bomen te zien. Om daar meer duidelijkheid in te brengen, rekende totaalaanbieder Bosch Thermotechnology een aantal configuraties door, om te zien hoe ze scoren ten opzichte van huidige en toekomstige normen. Telkens werd daar een zo accuraat mogelijke schatting van de kosten aan verbonden. De redactie van De Onderneming kon deze resultaten inkijken, en trok daaruit de volgende conclusies.

Een doorsnee woning

Om de impact van installatiekeuzes zo duidelijk mogelijk in de verf te zetten, werd uitgegaan van een doorsnee woning in Vlaanderen, een halfopen bebouwing van 180 m2. De bouwschil voldoet aan de minimale eisen, zonder extra’s, voor een K-peil van K23. De verwarmingstoestellen staan in het bebouwd volume, en de jaarlijkse energiebehoefte voor SWW en verwarming is 16.000 kWh. Hiervoor werd berekend wat het effect zou zijn van een gasketel, een split lucht-water warmtepomp, een monoblok lucht-water warmtepomp en een geothermische warmtepomp, telkens in combinatie met verschillende mogelijkheden van zonne-energie: ofwel thermische panelen, ofwel PV-panelen, ofwel allebei. In totaal kwam men zo op 16 configuraties. Deze resultaten werden dan uitgezet zowel tegen de huidige reglementen als tegen de toekomstige eisen tot 2021.

Omdat er ook economische aspecten meespelen, werden de verbruikskosten berekend, op basis van de huidige energieprijzen (30 cent/kWh voor elektriciteit en 6 cent/kWh voor gas). Tevens werd een aanduiding gegeven van de investeringskost. Daar spelen natuurlijk tal van factoren een rol, en dus baseerde men zich op de catalogusprijs van de geselecteerde toestellen. Waar de configuraties niet voldeden aan de eisen, werden ook de te verwachten boetes in de prijs meegenomen. Tenslotte werd ook de vermeden CO2-uitstoot in rekening gebracht, want daar is het uiteindelijk om te doen.

Mogelijke opties

Met een gasketel alleen komt men er niet meer. Als men die daarentegen combineert met PV-panelen, en liefst nog een andere vorm van hernieuwbare energie, wordt het wel mogelijk om de eisen voor 2021 te halen. Zelfs zonder zonneboiler komt men nog op E36 uit (optie 3). Deze simulatie houdt echter alleen rekening met installatietechnische ingrepen. Het is dus best mogelijk om door bouwtechnische maatregelen de grens van E30 alsnog te halen. Opmerkelijk is ook dat zowel de investeringskost als het verbruik van deze optie best meevalt.

Met een split lucht-water warmtepomp verschilt de situatie niet zoveel van een gasketel. Ook hier zijn er PV-panelen nodig om de eisen van 2021 te halen. Als men alleen PV-panelen zet, komt men aan E31, wat wel dichter bij de limiet is dan met de combinatie gasketel-PV. Een kleine bouwkundige ingreep kan dan volstaan.

De beste opties voor het E-peil zijn een monoblok lucht-water warmtepomp of een geothermische warmtepomp. Hiermee voldoet men zonder problemen aan alle eisen tot 2021. Het nadeel is wel dat daar een prijskaartje aan vasthangt, dat niet echt gecompenseerd wordt door een lager verbruik, zeker als men vergelijkt met een split warmtepomp.

Tegenstrijdigheden in beleid

Een eerste vaststelling is dat het EPB-beleid en het energieprijzenbeleid haaks op elkaar staan. Waar het EPB-beleid erop gericht is om fossiele brandstoffen zoveel mogelijk terug te dringen, zijn er nauwelijks financiële aansporingen om dit te doen, integendeel. De prijshandicap van elektriciteit tegenover gas is zodanig dat de betere efficiëntie van de warmtepomp die nauwelijks kan overbruggen, en dan hebben we het nog niet over de hogere investering. De condensatieketel is een massaproduct met een technologie die aan het eind van haar ontwikkeling zit. Warmtepompen bevinden zich nog een vroeger stadium en hebben de schaalvoordelen nog niet die de prijzen kunnen drukken. Dat vertaalt zich in een aanzienlijk prijsverschil. In nieuwbouw zijn er echter geen maatregelen om dat te compenseren. Pas als de EPB-eisen strenger worden, zal een gasketel kunstmatig duurder worden, wegens de boetes.

PV-panelen als oplossing?

PV-panelen plaatsen is de meest voor de hand liggende oplossing voor een laag E-peil en tegelijk te voldoen aan de eis van een minimaal aandeel hernieuwbare energie. Op financieel vlak zijn ze ook gunstig in combinatie met een warmtepomp omdat de eigen productie een deel van de hogere elektriciteitsrekening kan dekken. Ze betekenen wel een extra investering voor de bouwheer. Thermische zonnepanelen zijn daarentegen minder interessant vanuit het oogpunt van EPB, onder meer omdat ze voorlopig niet meer in aanmerking komen voor het aandeel hernieuwbare energie. Ook de financiële winst is lager, zodat het doorgaans zinvoller zal zijn om het dakoppervlak aan PV-panelen te wijden.

Hier zit er echter een addertje onder het gras. Hoewel de EPB-regels PV-panelen bevoordelen, nemen de elektriciteitssector en de netbeheerders remmende maatregelen, onder meer via het prosumententarief. Opnieuw krijgt de optie die het best scoort op EPB, extra kosten aangerekend.

Coherentie gevraagd

De conclusie is dan ook dat het Vlaams beleid om de uitstoot van gebouwen te verminderen voornamelijk verplichtend is en niet zozeer aanmoedigend. Er is wel een duidelijk pad uitgetekend naar meer energiezuinige woningen, en dat is positief. Daarnaast zijn er echter allerlei randvoorwaarden die dergelijke oplossingen nodeloos duur maken. Met een boutade zou men kunnen zeggen dat het motto niet zozeer ‘de vervuiler betaalt’ is, maar wel ‘de bespaarder betaalt’.

Die aanpak zorgt ook voor scheeftrekkingen tussen nieuwbouw en renovatie. De bovenstaande regelingen zijn het strengst voor nieuwbouw; voor renovatie is er meer flexibiliteit, en zijn er steunmaatregelen. Nu is renovatie in vele gevallen zinvol, vooral ook omwille van het behoud van de open ruimte. Het kan echter niet de bedoeling zijn dat nieuwbouw tot een kleine minderheid beperkt blijft.

De tegenstrijdigheden in het regelgevend kader remmen de technologische transitie af. Zoals gezegd, zitten warmtepompen en condensatieketels in verschillende fasen van hun industriële levenscyclus. Men is dus gebaat bij een beleid dat de overschakeling aanmoedigt, zodat schaalvoordelen in de productie van warmtepompen zo snel mogelijk kunnen beginnen te spelen. Dat heeft ook voordelen voor de Europese economie in het algemeen: het zorgt voor industriële vernieuwing naar meer toekomstgerichte technieken, en de jobs die daarbij horen.

Veel hoeft er niet te veranderen. De uitgangspunten en algemene richting van de EPB-regeling zitten goed. Het ontbreekt alleen aan een globale visie op de energietransitie voor gebouwen om de juiste randvoorwaarden te creëren. Nu nemen diverse instanties en betrokken partijen maatregelen vanuit hun eigen perspectief, zonder zich te bekommeren om het effect op andere vlakken. Het resultaat is een kluwen van maatregelen die de invoering van nieuwe technieken in het beste geval overdreven complex maakt, en in het slechtste geval contraproductief werkt. Meer coherentie in de maatregelen is dus gevraagd. Een beleid van energieprijzen dat de energietransitie ondersteunt, zou al een stap vooruit zijn.

Door Alex Baumans

www.buderus.be

www.junkers.be