EVENEMENTEN  
Install Magazine 944 – oktober 2017

Tiende Warmtepomp Symposium kijkt vooruit

Resultaten SmartGeotherm-project voorgesteld

Voor deze tiende editie gooide het Warmtepomp Symposium het over een andere boeg. De vertrouwde stek werd ingeruild voor het cultureel centrum De Factorij in Zaventem, toepasselijk genoeg een gebouw dat met een warmtepomp was uitgerust. De blik was volop toekomstgericht, met een overzicht van het beleid en de mogelijkheden van warmtepompen in de energietransitie. Speciale aandacht ging naar geothermie, met de afsluiting van het SmartGeotherm-project. Bij die gelegenheid werd ook de Geothermische Warmtepomp Award 2017 uitgereikt. We vatten enkele conclusies samen

Beleid als aansporing en rem

Het Warmtepomp Symposium is een initiatief van het Warmtepompplatform, een organisatie binnen ODE die de techniek op Vlaams niveau wil bevorderen. Het WPP verenigt alle belanghebbenden in de sector: leveranciers, kennisinstellingen, studiebureaus, uitvoerders. Deze editie van het Symposium keek vooral naar de mogelijkheden van warmtepompen in de decarbonisatie van de energievoorziening. Ongeveer 230 belangstellenden waren afgezakt naar Zaventem. Het evenement werd geopend door Wim Boydens van het gelijknamige studiebureau, die een aantal uitdagingen schetste: het belang van een kwalitatieve regeling, het financiële aspect, en tenslotte de regelgeving, met de score op het E-peil als centrale vraag. De sector moet daar een antwoord op bieden, en dan liefst een antwoord in een vorm die begrijpelijk is voor de politiek, de overheid en het grote publiek.

Het is altijd interessant om buiten de grenzen te kijken. Daarom startte het Symposium met een bijdrage van Thomas Nowak van de European Heat Pump Association. Gezien warmte en koude voor alle doeleinden samen 51% van het energieverbruik van de EU uitmaken, zijn deze toepassingen cruciaal om tot een koolstofvrije economie te komen. Bovendien zal de energietransitie met bestaande technieken moeten gebeuren. Snel handelen is geboden, we kunnen niet wachten tot de huidige experimenten productieklaar zijn. Warmtepompen bieden een antwoord op de uitdagingen van koolstofarme verwarming en koeling. Jammer genoeg vertegenwoordigen ze nog een veel te klein deel van de markt.

Als we naar Europese markt kijken, valt de ongelijke verdeling op: slechts 10 landen zijn goed voor 90% van de verkoop. De toplanden zijn tevens niet de grootse verwarmingsmarkten. Het klassement wordt wel aangevoerd door Frankrijk en Italië, maar de rest van de top tien bevat onder meer Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Zwitserland en Oostenrijk. Er is dus nog een enorm potentieel in de rest van Europa. Als we het marktaandeel van warmtepompen in Noorwegen zouden extrapoleren naar België, komen we uit op 150.000 toestellen per jaar. Dat we dergelijke aantallen hier en elders in Europa niet halen, ligt volgens Thomas Nowak aan een verstoorde marktwerking. De kosten van de vervuiling worden namelijk niet doorgerekend in de prijs van fossiele brandstoffen, wat deze technieken een voordeel geeft tegenover schonere alternatieven.

Op Vlaams niveau waren er bijdragen van Kathleen De Kerpel (VEA) en Nele Renders (Vito). Vito had het potentieel aan groene warmte tegen 2030 becijferd. Voor huishoudens zou de productie van groene warmte met een factor 40 tot 100 kunnen stijgen, afhankelijk van het scenario. Vito acht het haalbaar dat 13% van het woningbestand tegen 2030 met een warmtepomp kan zijn uitgerust. De cijfers van VEA waren gebaseerd op de EPB-aangiftes. Een vaststelling was dat het aandeel van warmtepompen sterk gestegen was door de invoering van het verplichte aandeel hernieuwbare energie. Volgens de laatste cijfers is ongeveer 20% van de nieuwbouwwoningen voorzien van een warmtepomp. In de overgrote meerderheid van de gevallen is dat in combinatie met PV-panelen. Dat is echter nog onvoldoende om de doelstellingen voor groene warmte te halen. Een van de aandachtspunten is dan ook een aangepaste tariefstructuur voor elektriciteit. De sturende rol van de overheid kwam ook uit de verf in de bijdrage van Aart Snijders (Iftech) over de succesvolle introductie van KWO in Nederland. Men moet er bijvoorbeeld over waken dat de overheid niet aan de ene kant geothermie wil bevorderen, maar aan de andere kant de techniek afremt door een al te restrictief vergunningenbeleid.

Toekomstvisie

Het symposium ging verder in op mogelijkheden en kansen. Lieve Helsen (Greenville) benadrukte het belang van samenwerking tussen kennisinstellingen en de sector om tot succesvolle onderzoeksprojecten te komen. Het warmtepompplatform is een goede basis om tot dergelijke initiatieven te komen. Er is meer onderzoek nodig om de kost van warmtepompen te verlagen en de inzetbaarheid te verruimen. Jos Van Steenwinkel (AGT) gaf enkele mogelijke richtingen van technische ontwikkelingen in geothermie aan. Zo groeit het relatief belang van koeling, ook in woningen. Andere denksporen zijn de koppeling aan oppervlaktewater om bronnen te regenereren, en de aansluiting op warmtenetten.

Welke obstakels nog overwonnen moesten worden, werd besproken op een panelgesprek met Bram Claeys (ODE), Patrick O (Viessmann), Marc Dillen (VCB), Maarten Sourbron (WPP) en Peter Wouters (WTCB). Men was het er onder meer over eens dat de huidige prijsstructuur van elektriciteit nadelig is voor de invoering van de warmtepomp. Wil men naar een koolstofarme economie, dan is een verdere elektrificatie van de verwarming nodig. Dat wordt tegengewerkt door de huidige elektriciteitsprijzen. Het ontbreekt aan een lange termijnvisie wat warmte betreft; de meeste aandacht gaat naar PV-panelen en windturbines. De sector zet zich ook in om andere obstakels, zoals de nood aan scholing, weg te werken?

Aflossing van de wacht

Dit symposium was ook het afscheid van Maarten Sourbron als voorzitter van het WPP. Hij wordt opgevolgd door een duo: Wim Boydens en Luc De Smet (Daikin). Maarten Sourbron heeft hen leren kennen als mensen met het hart op de juiste plaats, en heeft er dan ook alle vertrouwen in dat de vereniging in goede handen is.

Het laatste woord was voor Vlaams Energieminister Bart Tommelein, die zich liet verontschuldigen om medische redenen. Zijn kabinetsmedewerkster Kelsey Van Maris verzekerde dat de minister groene warmte wel degelijk naar waarde schat, getuige daarvan het Warmteplan, dat de derde pijler vormt van het energieplan. Warmtepompen spelen daar een belangrijke rol in, onder meer omwille van de mogelijkheden van energie-opslag. De minister is zich ook bewust van de bestaande problemen voor warmtepompen in de E-peil berekening en van de invloed van de elektriciteitstarieven.

Afsluiting van SmartGeotherm

Op het Warmtepomp Symposium werden tevens de resultaten van het SmartGeotherm-project voorgesteld. Dit werd zes jaar geleden opgestart met het doel om geïntegreerde concepten te ontwikkelen voor bijna-energieneutrale gebouwen met behulp van geothermie en betonkernactivering. De nadruk daarbij op grotere gebouwen. Het WTCB verzorgde de coördinatie.

Tools voor geothermie

In het kader van het project werden enkele instrumenten ontwikkeld. Zo lichtte Luc François (WTCB) de haalbaarheidstoets voor een geothermische installatie toe. Op basis van adresgegevens geeft dit informatie over de samenstelling en thermische geleidbaarheid van de ondergrond. Men kan dan een systeem kiezen (een gesloten BEO-veld of open KWO) waarna de diepte en aantal boringen bepaald worden, aan de hand van de warmtebehoefte en de technische eigenschappen van de installatie. Deze tool is vrij beschikbaar op de website van SmartGeotherm.

Damien Picard (KULeuven) stelde een design optimalisatietool voor. Aan de hand van technische gegevens, normen en praktijkgebaseerde schattingen van kosten, berekent het systeem welke configuraties zinvol zijn. De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van flowcharts, zodat de ontwerper het meest passende concept kan kiezen binnen de gegeven randvoorwaarden, bijvoorbeeld of betonkernactivering al dan niet mogelijk is. Cruciaal voor de werking is wel dat het belastingsduurdiagram gegeven is.

Potentieel van geothermie

Voor de toekomst kan men denken aan thermisch actieve geostructuren, waar Gust Van Lysebetten (WTCB) op inging. Dat zijn ingegraven bouwelementen die voorzien zijn van watervoerende leidingen en die zo kunnen functioneren als warmtewisselaar. Het meest bekende voorbeeld daarvan zijn energiepalen, maar er zijn ook toepassingen zoals funderingsplaten, kademuren, wanden van tunnels, en rioolcollectoren. In België wordt dit nog nauwelijks toegepast, maar in Wenen zijn bijvoorbeeld alle nieuwe metrostations voorzien van energiewanden. Op basis van studies en metingen in de praktijk werkt het WTCB aan een handboek voor toepassingen van de techniek voor België.

Twee andere aspecten kwamen aan bod in SmartGeotherm: het belang van dynamische simulaties en van monitoring. Voor een goed ontwerp moet men een idee hebben van het gedrag van het gebouw. Daarvoor zijn dynamische simulaties onontbeerlijk. Een volgende stap is dan de predictieve regeling waarbij de installatie zal inspelen op het verwachte gedrag van het gebouw. Koen Allaerts (Vito) benadrukte dat dergelijke systemen geen ‘install and forget’ oplossing zijn. Zeker bivalente systemen hebben een grote kans op problemen, als ze niet zorgvuldig worden opgevolgd.

En de winnaar is

De avond werd afgesloten met de Geothermische Warmtepomp Award 2017. De drie genomineerde projecten (het Havenhuis in Antwerpen, het Herman Teirlinckgebouw in Brussel en het distributiecentrum van Van Marcke in Rekkem). Na de stemming van de aanwezigen kwam het Herman Teirlinckgebouw als winnaar uit de bus.