08/05/2026
Lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
08/05/2026
Gekwalificeerd lass(t)er (m/v/x)
Vivaqua
regio Henegouwen
SANITAIR
Install Magazine 1001 – november 2024
Lekken in drinkwaterleidingen kunnen heel wat schade veroorzaken. VdS, het Duitse expertisecentrum rond veiligheid en preventie, organiseert om de twee jaar een studiedag over dit onderwerp om oorzaken en gevolgen beter in kaart te brengen. De vaststellingen slaan uiteraard op de situatie in Duitsland, maar een aantal conclusies zijn ook relevant voor België. Voor een lekkende leiding maken staatsgrenzen immers weinig uit.
Schade door drinkwaterlekken blijft meestal onder de radar. Uit gegevens van de verzekeringen blijkt echter dat het in Duitsland de belangrijkste oorzaak van schadegevallen in gebouwen is, goed voor 49% van alle schadedossiers. Qua aandacht moet het echter onderdoen voor brandschade en natuurrampen. Die komen minder vaak voor, maar het schadebedrag is telkens groter en het gaat natuurlijk ook om meer spectaculaire gebeurtenissen. Nochtans mag men de impact van drinkwaterlekken niet onderschatten. In 2023 bedroeg de schade hierdoor in Duitsland 6,7 miljard euro, en dan ging het nog om een zachte winter, met relatief weinig kapotgevroren armaturen of leidingen. Voor het eerste semester van 2024 stond de teller al op 562.000 schadegevallen. Bovendien stijgt het gemiddelde schadebedrag jaar na jaar.
Dat is opmerkelijk, want in principe zijn lekken in drinkwatersystemen zo goed als 100% vermijdbaar. Een installatie die goed ontworpen is, goed uitgevoerd, en gebruikt wordt zoals voorzien, zal in principe nooit lekken, of tenminste niet binnen de voorziene levensduur van de componenten. Waar gaat het dan fout?
Het IfS uit Kiel probeerde daar een antwoord op te geven. Dit is een kenniscentrum voor de Duitse verzekeringsexperts, en heeft tot taak om na te gaan hoe schadegevallen veroorzaakt werden. Het instituut houdt gedetailleerde analyses bij van de schadegevallen die werden voorgelegd. Een belangrijk punt vooraf is dat hun databank niet 100% representatief is voor de schadegevallen in het algemeen: het betreft immers alleen betwiste gevallen waar er expert aan te pas kwam om verantwoordelijkheid vast te stellen. Vele standaardgevallen worden zonder hun tussenkomst geregeld.
Het goede nieuws is dat materiaal- en productfouten uiterst zeldzaam zijn. Slechts in 9% van de gevallen was een productfout de oorzaak. Terugroepacties wegens fabricagefouten zijn dan ook uiterst zeldzaam in de sanitairwereld. Wanneer de oorzaak dan terug te voeren was tot een gebrek aan een product, ging het dan vooral om niet-gekeurd materiaal dat via parallelle kanalen was aangekocht. Sommige van die componenten hoorden helemaal niet in een drinkwaterinstallatie thuis, bijvoorbeeld appendages in massief zink. Met gekeurd materiaal zit men veilig, voorzover dit naar behoren geplaatst wordt.
Hier loopt het dikwijls mis. Niet minder dan 38% van de onderzochte schadegevallen werd veroorzaakt door montagefouten. Dat kunnen evidente fouten zijn, zoals leidingen die per ongeluk worden doorboord of doorgezaagd. Ook niet of slecht geperste persfittingen blijven in de statistieken opduiken, ondanks alle voorzorgen van de fabrikanten. Een veelzeggende vaststelling: in tal van gevallen gaat het om fouten die expliciet in de montagehandleiding vernoemd zijn. Zo worden elektrische keukenboilers voor drukloos gebruik verkeerd aangesloten zodat ze toch onder druk komen te staan. Monteurs nemen ook wel eens hun toevlucht tot brute kracht, met als gevolg dat draadverbindingen of dichtingen beschadigd worden.
Bij het IfS gebruikt men ‘monteur’ in dit verband als een neutrale term: het is gewoon de persoon die de component in kwestie gemonteerd heeft. Wie dat precies is, is niet altijd te achterhalen, ook al omdat het in de onderzochte gevallen om betwistingen in verband met verzekering gaat. Dan laten de betrokken partijen niet altijd het achterste van hun tong zien. Vast staat dat de montage gebeurd is met bijzonder weinig kennis van zaken. Uit de gegevens van het IfS blijkt dat er qua types fouten, weinig verschil is tussen bewoners en vakmensen, waarbij men zich de vraag kan stellen hoe professioneel die ‘vakmensen’ werkelijk waren. Hoe goed een product ook is, het kan de gebreken van een monteur nooit compenseren. De boodschap is dan ook duidelijk: de aanleg van een drinkwaterleiding moet met vakkennis gebeuren. Er werd dan ook geopperd dat men best zou opleggen dat alleen echte vakmensen aan de installatie zouden mogen werken.
Een oorzaak die dicht bij de vorige aanleunt, is verkeerd gebruik. Dit is goed voor 30% van de onderzochte gevallen. Een klassiek voorbeeld zijn vorstvrije gevelkranen die toch bevriezen. Als dat gebeurt, dan is er een fout in het gebruik, bijvoorbeeld een tuinslang die op de kraan is blijven zitten, zodat het beluchtingsysteem niet kan werken. De conclusie is opnieuw dat veel onheil kan vermeden worden door de gebruiksaanwijzing te lezen. Ook agressieve reinigingsmethoden met onaangepaste schoonmaakproducten vallen onder deze hoofding.
Er wordt ook materiaal ingezet voor toepassingen waar het niet geschikt voor is. De mogelijkheden van flexibels met RVS ommanteling stimuleren duidelijk de creativiteit. Deze aansluitslangen hebben echter hun beperkingen en vooral, ze hebben een beperkte levensduur. Als men een oude kraan vervangt, maar de oorspronkelijke flexibels laat zitten, is dat vragen om problemen.
Sensibilisering is dus nodig. De gebruiker moet weten hoe de installatie te bedienen en gepast te onderhouden. Dat veronderstelt ook dat hij aandacht heeft voor de installatie en bijvoorbeeld slijtage op tijd opmerkt.
Een van de redenen waarom lekken grote schade kunnen aanrichten, is dat er doorgaans een hele tijd water kan wegstromen voor het probleem zichtbaar wordt. Op dat ogenblik is het dikwijls al te laat. Dit fenomeen speelt meer in Duitsland, waar men een voorkeur heeft voor ingebouwde leidingen, en lekken dus moeilijker opspoorbaar zijn. Er bestaan ondertussen slimme toestellen die op de meter worden gemonteerd en die verdachte verbruikspatronen vroegtijdig kunnen detecteren. In een samenwerking tussen fabrikant Beulco en verzekeringsmaatschappij Provinzial Versicherung werd een pilootproject bij een aantal Duitse openbare besturen opgezet. Daarbij werden intelligente tellers op de watermeters aangesloten. Deze hadden uitsluitend een meetfunctie, er waren geen afsluiters of ander specifiek kraanwerk mee verbonden. Dat laatste betekende ook dat er weinig installatiewerk aan te pas kwam en het systeem breed inzetbaar was.
De voornaamste vaststelling was dat de problematiek van waterlekken nauwelijks leefde onder de gebouwenbeheerders. In een geval moest de conciërge zelf een tijdje zoeken eer hij de watermeters had gevonden. Dikwijls was het ook een verrassing voor de beheerder om te ontdekken welke tappunten nu op welke meter waren aangesloten. Door het verbruik op te volgen, kwam men wel een aantal langdurige lekken op het spoor. Een typisch voorbeeld zijn sanitaire ruimtes die weinig gebruikt worden. Als daar, pakweg, een vlotterkraan begint te lekken, kan het zonder verbruiksbewaking soms heel lang duren eer iemand ernaar omziet. Dankzij de bewaking werden ook kleine lekken ontdekt, nog voor er grote schade kon ontstaan. In een bepaald geval was de wand al wel vochtig, maar had niemand al iets opgemerkt. Na afloop van het project waren de deelnemers over het algemeen tevreden over de plaatsing van de meters en voelden ze zich beter beschermd tegen schadegevallen.
Een belangrijke conclusie was dat opvolging onontbeerlijk is: gewoon meters monteren en dan hopen dat de gebruikers er wel weg mee zullen weten, levert weinig op. Dat bleek uit de bevraging nadien: hoe meer aandacht de gebruiker voor het systeem had (raadplegen van waarden, instellen van grenswaarden, software updates), hoe groter de tevredenheid was.
Juist ingestelde alarmniveaus zijn bijvoorbeeld een cruciale factor voor het nuttig gebruik van een bewakingssysteem: een te scherp afgesteld alarmpeil levert tal van valse alarmen op, waardoor men uiteindelijk de monitoring zal afzetten. Met een te ruim afgesteld alarm zal men pas ingrijpen als het te laat is. Dergelijke aspecten moeten dus vooraf tussen de gebruiker en de leverancier van het toestel uitgebreid doorgesproken worden.
Als we een ding uit de studiedag onthouden, is het dat de sleutel ligt bij bewustwording. Veruit de meeste schadegevallen zijn te voorkomen. Het komt erop aan betrouwbare producten te kiezen, die vakbekwaam te monteren en ze juist te gebruiken en onderhouden. Voor grotere installaties zijn er monitoringsystemen voorhanden die anomalieën vroegtijdig kunnen detecteren. Het is van cruciaal belang de gebruikers ervan te overtuigen een beroep te doen op vakmensen en de technische oplossingen die beschikbaar zijn, ook effectief toe te passen.
Door Alex Baumans