FEDERATIES
Install Magazine 998 – mei 2024
Techlink informeert over warmtepompen in renovatie
De grote uitdaging van de energietransitie zit in renovatie, daar is iedereen het over eens. Overschakelen van een ketel op een warmtepomp is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe dimensioneer je best een warmtepomp in een bestaande woning? Is vloerverwarming altijd noodzakelijk? Wanneer kies je best voor een hybride installatie? Op deze en andere vragen werd ingegaan op een roadshow van sectororganisatie Techlink.
Overschakelen op warmtepompen
De energietransitie komt eraan, dus is men als installateur maar best voorbereid op de nieuwe technieken. De vakman moet immers in staat zijn om advies te geven aan de eindklant, die het bos door de bomen niet meer ziet. Bij nieuwbouw heeft men het voordeel dat alle elementen bekend zijn en er meer vrijheid is om de installatie aan te leggen. In renovatie, wat de hoofdmoot van de markt zal uitmaken, is het allemaal een stuk complexer. Vandaar dat sectororganisatie Techlink samen met kennisinstelling Buildwise een roadshow organiseerde om de professionals bij te brengen wat een overschakeling op een warmtepomp in de praktijk inhoudt.
Precieze warmteverliesberekening
De eerste vraag is welk vermogen men moet kiezen. Dat kan alleen bepaald worden aan de hand van een nauwkeurige warmteverliesberekening. Natte-vingerwerk, zoals schattingen op basis van vuistregels, de afmetingen van de bestaande verwarmingslichamen of het verbruik van de voorgaande jaren, voldoen niet meer. Die warmteverliesberekening moet gebeuren in functie van de toekomstige toestand, na de renovatie. Als de warmtepompinstallatie deel uitmaakt van een algemene renovatie, waar ook de bouwschil en ventilatiesysteem aangepakt worden, moet dat meegenomen worden in de dimensionering, anders zal de warmtepomp veel te groot uitvallen. In de uiteenzetting van Buildwise werd deze kwestie behandeld.
Wat met de bestaande verwarmingslichamen?
Een warmtepomp haalt de beste rendementen in combinatie met een lage-temperatuurverwarming zoals vloerverwarming. Als er dus de mogelijkheid bestaat om vloerverwarming te plaatsen, dan moet dat zeker gebeuren. Dat wil echter niet zeggen dat radiatoren sowieso moeten vervangen worden. De nieuwe generatie warmtepompen kan hogere temperaturen leveren, weliswaar met lagere rendementen. Het is dus best mogelijk dat de bestaande radiatoren nog voldoende comfort kunnen leveren aan een lager regime, zeker als ook de bouwschil verbeterd is en dus de warmtevraag gedaald is. Een enigszins lager rendement kan men er dan in koop bijnemen, als dat ingrijpende breekwerken bespaart.
Om te bepalen of de bestaande radiatoren behouden kunnen blijven moet er, naast de algemene warmteverliesberekening, ook een berekening per ruimte gebeuren. De verwarmingsbehoefte per ruimte na de renovatie moet dan vergeleken worden met de afgifte van de radiatoren bij een lager regime. Om dat laatste te bepalen, heeft Buildwise Powerheat ontwikkeld, een handige online tool. Men geeft de afmetingen en het type radiator in, en het programma berekent dan de afgifte bij verschillende stookregimes. In vele gevallen geven de bestaande radiatoren nog voldoende vermogen om comfort te bieden. Uit de ervaring blijkt dat, als er toch een tekort is, dit beperkt blijft tot enkele ruimtes, meestal de badkamer. Het kan dan volstaan om in die specifieke ruimtes de radiatoren te vervangen door een actief verwarmingslichaam, zoals een aangeblazen radiator of een ventiloconvector. Een andere optie is om in bijkomende elektrische verwarming te voorzien.
Als uit deze berekening echter blijkt dat een voldoende comfort in het grootste deel van de woning onhaalbaar wordt met de bestaande afgifte-installatie, en het evenmin doenbaar is om die te vervangen, dan kan een hybride installatie een uitkomst bieden. Dat is typisch een oplossing voor oudere woningen met een installatie op hoge temperatuur, waarbij een diepgaande renovatie niet haalbaar is. Door de bestaande ketel in gebruik te laten, blijven de installatiekosten beperkt, terwijl de warmtepomp voor het grootste deel van het stookseizoen voor haar rekening kan nemen.
Vragen uit de praktijk
In de tweede uitzetting werd dieper ingegaan op een aantal praktische kwesties van een renovatie met een warmtepomp. Een belangrijk aspect is de elektrische installatie. Als men een warmtepomp plaatst, moet men niet alleen naar het bestaande afgiftesysteem kijken, maar ook naar de elektrische installatie. Een eerste vraag is dan of de aansluiting het vermogen kan leveren om de warmtepomp op vollast te laten werken, en nog voldoende reserve over te hebben voor de andere verbruikers in de woning. Zeker als de warmtepomp voorzien is van een elektrische bijverwarming voor de koudste dagen, kan het wat krap worden voor sommige aansluitingen, zeker als er ook nog een laadpaal moet gevoed worden.
De schakelkast moet ook aangepast of uitgebreid worden, wat tot een gedeeltelijke herkeuring van de binneninstallatie kan leiden. In dit verband raadt Techlink aan om de warmtepomp aan te sluiten op een aparte differentieelschakelaar. Als er dan een probleem is met de warmtepomp, zit de rest van de woning niet zonder stroom. Wat de bekabeling betreft, benadrukt Techlink dat men in elk geval het AREI moet volgen. Buitenlandse fabrikanten van warmtepompen leveren wel bekabelingsschema’s bij hun toestellen, maar die zijn niet noodzakelijk conform het AREI. In die gevallen heeft het AREI voorrang op de voorschriften van de fabrikant.
Tevens mag men de hydraulische aspecten niet verwaarlozen. Zo is het aan te raden om een buffervat te plaatsen. Bij warmtepompen moet men immers korte start-stop cycli vermijden. Over het algemeen raadt men een looptijd van minstens 10 minuten aan. Ook moet er voldoende stilstandtijd zijn tussen een stop en de daaropvolgende start, om ervoor te zorgen dat er voldoende drukreductie is in het koelcircuit is opgetreden vooraleer de compressor weer start. Een buffervat kan een gelijkmatige werking garanderen. Het fungeert ook als een warmte-opslag tijdens de ontdooifunctie, zodat het comfort gegarandeerd blijft.
Verder moet de verdeelinstallatie met zorg berekend worden. Gezien een warmtepomp met een kleiner temperatuurverschil werkt dan een ketel, zijn er grotere debieten nodig. Het leidingnet moet daarop voorzien zijn. Het wordt dan interessant om met koperen leidingen te werken, omdat deze lagere drukverliezen hebben dan meerlagenbuis. Zodoende kan men de nodige debieten halen, terwijl zowel de buisdiameter als de stromingssnelheid binnen de perken blijven.
De voornaamste raadgeving van Techlink aan de installateurs blijft: laat jullie bijstaan door de leveranciers. Zij zijn best geplaatst om informatie te leveren over hun toestellen, en erop te wijzen wat kan en wat niet kan. Ze zullen graag een vakman ondersteunen die zijn eerste stappen op het pad van de warmtepomp zet.
Door Alex Baumans
Grafieken: Techlink









