SANITAIR  
Install Magazine 944 – oktober 2017

Belang van gebruikspatronen in legionellabestrijding

Regelmatige spoeling blijkt efficiënte voorzorgsmaatregel

Legionellabestrijding blijft een zorg, vooral in grotere en complexere installaties. Sinds de identificatie van de bacterie in 1976, hebben we er veel over geleerd, soms met schade en schande. Zo is het belang van temperatuurbehoud (koud water moet koud blijven, warm water moet warm blijven) algemeen bekend. Minder bekend is het belang van verblijftijd en regelmatige spoeling. De invoering van strengere regels in Duitsland heeft wat dat betreft een aantal inzichten opgeleverd. We spraken daarover met Dr. Peter Arens, microbioloog en legionella-expert bij Schell

Legionellapreventie

Hoewel de bacterie van nature voorkomt in het water, is het nog maar een relatief recent probleem voor de mens. De eerste geïdentificeerde gevallen dateren uit 1976, de bekende uitbraak bij een veteranenbijeenkomst van het American Legion in Philadelphia, die de bacterie ook zijn naam gegeven heeft.

De eerste factor in legionellapreventie die aandacht kreeg, was de temperatuur. Typisch voor ziekteverwekkende bacteriën is dat ze zich het best voelen bij lichaamstemperatuur, en legionella is daarop geen uitzondering. De gevarenzone wordt algemeen aanzien als tussen 25 en 60°C. Onder 25°C vermeerderen de bacteriën zich nauwelijks en boven 60°C beginnen ze af te sterven. Thermische desinfectie is dan ook een effectieve manier om legionella te bestrijden.

De prioriteit is om de installatie zo aan te leggen dat het koud water niet kan opwarmen en het warm water niet zal afkoelen. Een goede isolatie is noodzakelijk. Tevens legt men koudwaterleidingen best niet vlak tegen warme leidingen of andere bronnen van opwarming. Ideaal gezien voorziet men in een aparte schacht voor de koudwaterleidingen. In de praktijk is dat echter veelal onmogelijk. Om plaats te besparen is er een betreurenswaardige trend om alles in nauwe schachten te proppen. Dat kan er echter toe leiden dat de grenstemperaturen niet gegarandeerd kunnen worden, met mogelijk ernstige gevolgen

Gebruikspatronen

Een tweede factor die nu meer en meer aandacht krijgt, is verblijfstijd van het water in de installatie. Bacteriën vermenigvuldigen zich door te splitsen. Naarmate de omstandigheden gunstiger zijn, wordt de verdubbelingstijd korter. Anderzijds zullen de bacteriën zich in zelfs relatief ongunstige omstandigheden vermenigvuldigen, als ze maar tijd genoeg krijgen. Een regelmatige spoeling is dus de boodschap. Vandaar dat men dode leidingen moet vermijden, en aftakkingen zo kort mogelijk moet houden, om stagnatie tegen te gaan. Voor warmwaterleidingen gaat men uit van maximaal 5 m leidinglengte of 3 liter waterinhoud tot aan het tappunt.

Het volstaat echter niet om een tappunt aan het eind van een aftakking aan te brengen. Als dat tappunt niet of nauwelijks gebruikt wordt, is die aftakking praktisch gesproken een dode leiding. De meeste legionellagevallen doen zich dan ook voor in installaties die onregelmatig gebruikt worden. Hotels zijn een typisch voorbeeld: buiten het seizoen staan kamers veelal leeg en worden pas in gebruik genomen als het hotel zo goed als volgeboekt is. Een andere probleemtoepassing is sportinfrastructuur. Veelal is die ontworpen om piekmomenten op te vangen, zoals grote evenementen of topwedstrijden. Die vinden echter maar sporadisch plaats, en in de tussenliggende periodes is de installatie onderbenut. Dat creëert een ideale voedingsbodem voor besmetting.

Slank ontwerp

Men ontwerpt dus best de installatie zo dat het water zoveel mogelijk ververst wordt. De configuratie is best zo slank mogelijk: geen overdimensionering, een beperkt aantal tappunten en kleine buisdiameters. Op die manier bereikt men een lage waterinhoud en hoge stromingssnelheden, twee factoren die bacteriegroei tegengaan. Bovendien valt de installatiekost met kleinere diameters ook lager uit. In de praktijk zijn de mogelijkheden om zo te werken echter beperkt. Sommige toepassingen, zoals de eerder vermelde sportcentra, moet men dimensioneren op sterk wisselend gebruik met hoge pieken. Ook in woningbouw zijn de comforteisen gestegen: de grotere woningen hebben vaak verschillende badkamers, die elk dan nog eens diverse tappunten hebben.

Qua concept werkt men best met een hoofdleiding, waarop alle tappunten met T-aftakkingen zijn verbonden. Aan het eind van de leiding komt dan het meest gebruikte tappunt. Op die manier wordt de hele leiding doorstroomd, telkens als het meestgebruikte tappunt geopend wordt. Toevoerleidingen voor toiletspoeling zijn hier het best voor geschikt. Opnieuw is dit niet altijd praktisch haalbaar, zelfs in nieuwbouw. In renovatie is het nog veel minder evident om de bestaande installatie helemaal om te gooien.

Slim kraanwerk

Als men compromissen moet sluiten bij de aanleg van de installatie, kan slim kraanwerk een uitkomst bieden. Schell heeft daarvoor een Water Management System ontwikkeld. Dat is een slimme sturing voor elektronisch kraanwerk. Het bestaat uit drie grote componenten. Ten eerste is er het vernetbaar elektronisch kraanwerk, meer bepaald zowat het hele gamma van Schell wastafelkranen, douches, urinoir- en toiletspoelingen en dergelijke. Ten tweede zijn er de communicatie-eenheden. Die kunnen zowel met kabelaansluiting werken als draadloos. Bovendien kan men beide mogelijkheden combineren in hetzelfde systeem. Ten derde zijn er de sensoren. Dat kunnen alle gangbare PT 1.000 temperatuurvoelers zijn. Schell heeft uiteraard ook een speciale uitvoering van temperatuurvoelers voor de hoekstopventielen van het merk. Dat alles wordt aangestuurd door een regelsysteem dat zowel zelfstandig kan werken, als aangesloten worden op een gebouwenbeheersysteem

Het WMS biedt meer mogelijkheden dan een standaard kloksturing. Zo kan het herkennen dat een bepaald tappunt te lang niet meer gebruikt is, en een aangepaste hygiënespoeling doorvoeren. Het kan ook zorgen voor een regelmatige thermische desinfectie, en eventuele problemen detecteren (te lage temperaturen...). Interessant voor de beheerder is dat het de ingrepen kan documenteren. De registratie van de gebruiksgegevens verloopt daarbij met respect voor de privacyregels en gebeurt volgens een afgeschermd protocol, zodat niemand de meetgegevens kan manipuleren.

Door de grote flexibiliteit van configuraties en de compacte opbouw van de componenten is dat ook een goede oplossing voor renovatie. Men kan zo een installatie in werking in een minimum van tijd moderniseren en hygiënisch weer in orde maken. Voor Schell is de boodschap duidelijk: afdoende legionellapreventie veronderstelt niet alleen een deugdelijk ontwerp en uitvoering van de installatie, maar ook een slim beheer.

Door Alex Baumans

Illustraties: Schell

www.schell.eu

Legionella vermeerdert zich aan een logaritmische schaal. Door de spoeltijden te halveren, kan men de concentraties aanzienlijk beperken.