FEDERATIES
Install Magazine 995 – februari 2024
Vaardigheden, binnenluchtkwaliteit en financiering
Rehva Brussels Summit 2023
Rehva is de Europese koepelorganisatie van de verschillende nationale verenigingen van HVAC-technici. Ons land is erin vertegenwoordigd via Atic. De vereniging groepeert ruim 120.000 technici in 25 landen. Traditioneel houdt Rehva een jaarlijkse bijeenkomst in Brussel. Het thema van 2023 was Indoor Environmental Quality, Digitilization and Skills in de Decarbonization of Buildings. Opmerkelijk voor een vereniging van technici was dat de onderwerpen niet zozeer te maken hadden met techniek, maar veeleer met andere aspecten die de sector beïnvloeden, zoals vaardigheden en financiën.
Vaardigheden
De Europese Unie is sterk als het op formuleren van ambities aankomt. We hoeven de verschillende klimaat- en andere doelstellingen niet meer in herinnering te brengen. Het begint echter stilaan te dagen dat het aan mensen ontbreekt om al die ambities te realiseren. De EU richt dan ook haar aandacht op scholing en vaardigheden: 2023 werd uitgeroepen tot het Year of Skills. Dit is een stap in de goede richting, maar er is nog veel werk aan de winkel. Zo is de EU slecht geplaatst om de scholing op het terrein te beïnvloeden. De bevoegdheden voor onderwijs en scholing zijn immers nationaal tot lokaal. Soms wordt alles beslist door een nationaal ministerie, maar in de meeste lidstaten is onderwijs een regionale of zelfs een plaatselijke bevoegdheid voor provincies of steden. Er is geen gebrek aan programma’s die vanuit de Europese Unie worden opgezet, maar door de bevoegdheidsverdeling is het effect ervan op het terrein ongelijk en erg versnipperd.
Het is van evident belang dat de huidige vakmensen zich omscholen om voorbereid te zijn op de energietransitie. Er zijn echter verschillende structurele obstakels die een snelle omscholing bemoeilijken. Een eerste is de structuur van de sector zelf, die overwegend uit kleine tot zeer kleine bedrijven bestaat. Hoe kleiner het bedrijf, hoe moeilijker men een werknemer kan vrijmaken voor scholing. Bovendien veroudert de sector. Oudere werknemers zullen zich terecht afvragen of het nog de moeite loont om zich in iets nieuws te specialiseren, omdat ze die kennis sowieso maar voor een beperkte tijd zullen kunnen valoriseren. Ideaal gezien is er een grote instroom van jonge werkkrachten die hun carrière uitbouwen in toekomstgerichte technieken. De instroom laat het echter overal afweten.
Zo zijn we bij een ander structureel probleem gekomen: het klimaatbeleid in de verschillende lidstaten staat doorgaans los van het beleid voor de arbeidsmarkt of het onderwijs. De instanties die over de hefbomen beschikken om ervoor te zorgen dat er voldoende geschoolde werkkrachten zijn om de klimaatambities waar te maken, zijn echter zelden met de klimaatproblematiek bezig. Zij werken met andere prioriteiten en vanuit een ander kader. Het resultaat is dat de nodige acties niet genomen worden om een voldoende instroom te verzekeren. Een effectief klimaatbeleid vergt ook een aangepast arbeidsmarktbeleid.
Waar is de IEQ in de ESG?
Dan is er de kwestie van financiering. Er moet niet alleen geïnvesteerd worden in scholing en vakmensen. De energietransitie zelf kost natuurlijk ook geld en iemand moet die investeringen dragen. Investeringsbankier Csaba de Csiky verwoordde het treffend: “als de energietransitie wil slagen, dan moeten jullie de banken meehebben. Daar hebben jullie een probleem. Ik ben namelijk bankier en geen ingenieur, en ik heb geen snars begrepen van de sprekers tot nu toe”. Dit is uiteraard een boutade, maar legt de vinger op de wonde: investeerders en technici spreken een andere taal. Het komt erop aan om een vertaalslag te maken van de manier van denken van technici naar die van investeerders. Of, zoals een andere deelnemer het uitdrukte: hoe krijgen we binnenklimaat (IEQ) in de ESG? Vele investeerders zijn begaan met de ESG criteria (Environmental, Social, Governance) in het kader van duurzaam en sociaal verantwoord ondernemen. Ze zijn bereid om een meerprijs te betalen voor maatregelen die bijdragen tot een goede ESG-score. De HVAC-sector heeft hier iets te bieden zowel op het vlak van duurzaamheid, door een lagere uitstoot, als op het vlak van welzijn, door een gezond binnenklimaat. Daarvoor moet men wel kunnen aantonen hoe HVAC-oplossingen passen in de ESG-rapportering. Potentiële investeerders hebben bijvoorbeeld niet alleen een financieel budget, maar ook een CO2-budget. Technieken om de CO2-uitstoot te doen dalen krijgen zo een meerwaarde voor de investeerder, maar dat moet dan wel duidelijk gecommuniceerd worden op het ogenblik dat de investeringsbeslissing genomen wordt.
As a service
Een ander punt dat werd aangeraakt was het verschil in schaal van investering tussen de HVAC-sector en de kapitaalmarkten. Als men het heeft over een energetische renovatie van een woning, dan spreekt men over tienduizenden euro’s. Institutionele beleggers beginnen echter maar te tellen vanaf tientallen miljoenen euro’s. Wil men de kapitaalmarkten aanspreken, dan is er een formule nodig om vele individuele investeringen te groeperen tot een financieel product. Een mogelijke oplossing is een ‘as a service’ systeem, waarbij tal van standaardcontracten worden gebundeld. Zo krijgt men de nodige schaalgrootte om investeerders aan te trekken. Het voordeel voor de gebruikers is dat ze dan zelf niet hoeven in te staan voor de begininvestering of zich te hoeven verdiepen in de praktische kant van de zaak. De beheerder van het contract zorgt voor alles.
Dergelijke systemen zijn in principe realiseerbaar, en worden al hier en daar ingezet voor gebouweninstallaties. Zeker vanuit de energiebedrijven en de grotere fabrikanten is er interesse. Het idee is niet nieuw, maar kwam tot nu toe nauwelijks van de grond omdat het haaks staat op de huidige organisatie van de bedrijfskolom. Vanuit de installatiesector en de distributie is er weinig vraag om dergelijke formules in te voeren. In het panel werd de uitdaging mooi samengevat: we moeten een systeem dat de afgelopen tien jaar niet is doorgebroken, toch massaal invoeren, en dan nog liefst in de komende twee à drie jaar, willen we de doelstellingen voor 2030 halen.
Het belang van IEQ
Een terugkerend thema in diverse uiteenzettingen van Rehva-leden was het belang van een goed binnenklimaat (Indoor Environment Quality of IEQ). Voor de vereniging ligt de nadruk van de Europese wetgeving te zeer op energiebesparing en uitstootvermindering, en te weinig op het verzekeren van een gezond binnenklimaat. Nochtans is dat het uiteindelijke doel van een gebouw: beschutting geven en voor een goede leefomgeving zorgen. Zoals Livio Mazzarella (Rehva vice-voorzitter) het uitdrukte: “als je alleen maar naar het energieverbruik kijkt, is de zaak simpel. Gooi gewoon alle technische uitrusting eruit en ga terug in grotten wonen. Je energieverbruik daalt tot nul en het is superduurzaam.” De echte uitdaging is om tot een goed binnenklimaat te komen. Dat laatste moet de centrale doelstelling blijven.
Door Alex Baumans
Foto’s: Rehva










