WETGEVING  
Install Magazine 981 – februari 2022

Verbod op stookolieketels in Vlaanderen

Plaatsing of vervanging slechts uitzonderlijk mogelijk

In het kader van de energietransitie wil Vlaanderen af van fossiele brandstoffen voor de verwarming van gebouwen. Het Vlaams klimaatplan bevat dan ook een aantal maatregelen die het gebruik van fossiele brandstoffen in nieuwbouw en renovatie moeten beperken. Eind 2021 werd bovendien een wijziging in het Energiedecreet doorgevoerd, waardoor stookolieketels nog alleen maar onder zeer specifieke omstandigheden geplaatst mogen worden. Deze regeling slaat niet alleen op nieuwbouw of renovatie maar ook op ketelvervanging. In eer webinar voor de vakorganisatie Bouwunie lichtte Veka een en ander toe. We geven de hoofdlijnen

Waarom stookolie?

De Vlaamse overheid is van oordeel dat stookolie sterk bijdraagt tot de schadelijke uitstoot, en wil het gebruik ervan tot een verwaarloosbaar peil herleiden. De overheid voelt zich gesterkt in deze maatregel omdat stookolie een aflopend verhaal is in het Vlaamse verwarmingslandschap. Het aantal verkochte ketels daalt gestaag sinds 1995, en in nieuwbouw worden stookolieketels zo goed als nooit toegepast. Ongeveer 16% van de Vlaamse woningen zou nog verwarmd worden op stookolie. Dat is zeker een kleine minderheid, maar dit vertegenwoordigt toch nog heel wat toestellen.

Wat wordt er nu verboden?

Een eerste punt is dat er geen stookolieketels mogen worden geplaatst in nieuwbouw of ingrijpende energetische renovatie zowel in residentiële als in niet residentiële gebouwen. Die maatregel zal weinig impact hebben op de dagelijkse praktijk. Zoals gezegd is het aandeel van stookolie in nieuwbouw verwaarloosbaar. Ingrijpender is dat er ook geen stookolieketels of ketellichamen mogen vervangen worden, indien er een aardgasnet in de straat beschikbaar is. Reparaties blijven wel mogelijk, waarbij een brandervervanging beschouwd kan worden als een reparatie, maar een vervanging van een ketellichaam is duidelijk uitgesloten. Reparaties aan het ketellichaam zou nog toegelaten zijn, maar het blijft de vraag of men zijn klant daar altijd een goede dienst mee bewijst. Kort gezegd komt het erop neer dat men doorgaans moet overschakelen op aardgas, of liefst op hernieuwbare energie. Wat overschakelen op gas betreft, speelt er ook een tweede maatregel mee: het plafond van 250 euro voor de aansluitkosten voor aardgas werd eveneens afgeschaft Wie voortaan gas wil, zal de volle kost voor de aansluiting moeten betalen. Men gaat dan ook best eerst na bij Fluvius wat de precieze situatie van een specifiek perceel is, vooraleer beslissingen te nemen.

Er mogen dus nog alleen stookolieketels geplaatst worden als er geen aardgasnet ligt, of als het gaat om een aantal specifieke toepassingen, zoals industrie, landbouw, gebouwen voor erediensten enzovoort. Ook het gebruik is belangrijk: de ketel moet dienen voor de verwarming van gebouwen. Andere doeleinden, zoals proceswarmte, vallen buiten deze regeling. Bij gemengd gebruik primeert wel de verwarmingsfunctie. Een stookolieketel in een KMO die pakweg een oven in een atelier bedient, maar ook gebruikt wordt om het kantoor of een woning te verwarmen, valt onder het verbod.

Sancties

Wie toch een stookolieketel plaatst, riskeert een administratieve boete van 3.000 euro, vermeerderd met 2000 euro per woongelegenheid. Voor een eengezinswoning komt dat dus op 3000 + 2000 (één wooneenheid). Voor een flatgebouw is het dan 3000 euro, plus dan 2.000 euro per appartement. De boete komt voor rekening van de eigenaar van het gebouw of de gelijkgestelde. In flatgebouwen is het dus de vereniging van mede-eigenaars, die de rekening in haar bus zal krijgen. Interessant om weten is wel dat deze boete bevrijdend is. Met andere woorden, wie er 5000 euro extra voor over heeft, kan daarna met stookolie blijven stoken.

Voor de installateur is er geen specifieke sanctie voorzien, zolang hij de meldingsplicht respecteert. Hij mag op vraag van de klant gerust een stookolieketel plaatsen, zonder voor boetes te moeten vrezen. Het zou natuurlijk bijzonder onverantwoordelijk van een vakman zijn om eerst een ketel te plaatsen (en te factureren) waardoor de eindklant nadien beboet zou worden. Een goede vakman zal zijn klant ervan afhouden om iets verbodens te doen.

Biobrandstof als alternatief?

De Vlaamse overheid is zich bewust van de mogelijkheden van biobrandstof en andere vormen van koolstofneutrale vloeibare brandstoffen. Deze worden ook erkend als vormen van hernieuwbare energie. Vlaanderen ziet dit echter niet als een oplossing voor woningverwarming, maar eerder als een manier om sommige industriële processen te decarboniseren. Bovendien worden alleen pure groene brandstoffen beschouwd als hernieuwbaar. Toestellen die op mengsels werken, bijvoorbeeld 66% minerale olie en 33% bio-olie, worden gezien als stookolieketels, en vallen onder de regeling. Alleen een ketel die uitsluitend voor 100% op groene brandstof kan werken, zou buiten deze regeling vallen.

In dit verband richt Veka ook een waarschuwing aan wie overweegt om over te schakelen op een ketel op pellets of andere biomassa. Vanuit het standpunt van de CO2-balans is dit een stap vooruit, omdat er geen extra fossiele koolstof in de atmosfeer terecht komt. Stoken op biomassa heeft echter andere nadelen, zoals luchtvervuiling door fijnstof of druk op bosbeheer. De Vlaamse overheid is zeker geen voorstander van grootschalig gebruik van biomassa voor gebouwenverwarming.

Overgangsregeling

Het Energiedecreet voorziet als zodanig niet in een overgangsregeling. De aangekondigde stop op stookolieketels heeft echter eind 2021 vele eigenaars ertoe aangezet om nog snel een nieuwe ketel te laten plaatsen. Gecombineerd met de aanhoudende logistieke problemen heeft dat een behoorlijke achterstand in de levering van de bestellingen veroorzaakt. Veka heeft dus besloten dat er tot 1 april 2022 niet beboet zal worden, op voorwaarde dat de geplaatste ketel besteld werd voor de regeling in het Staatsblad verschenen is, dus voor 19 november 2021.

Door Alex Baumans

www.energiesparen.be

www.bouwunie.be