VERWARMING  
Install Magazine 993 – oktober 2023

BWT informeert over waterkwaliteit

Oplossingen van een specialist in waterbehandeling

Begin dit jaar nam BWT, de specialist in waterbehandeling, deel aan een reeks info-avonden over het belang van een goede waterkwaliteit in CV-systemen. Naarmate installaties efficiënter en zuiniger worden, stijgt ook het belang van een goede waterkwaliteit. De avonden trokken heel wat belangstellenden, en na afloop zette Erik De Winter, product manager bij BWT, de voornaamste conclusies nog eens op een rij.

Wat is het belang van zuiver systeemwater? Klopt het dat het belang daarvan in de moderne verwarmingssystemen toeneemt?

Met zuiver, kwaliteitsvol systeemwater zal de CV-installatie langdurig, storingsvrij en aan zijn maximaal rendement blijven werken. Moderne ketels en warmtewisselaars hebben een groter rendement dan oudere technologie, maar ze zijn ook gevoeliger voor de kwaliteit van het vulwater. Redenen hiervoor zijn de gebruikte metaalsoorten en de compactere warmtewisseloppervlakken.

Zijn kalkafzetting en corrosie de twee grootste problemen? Zijn er ook andere?

Jazeker. Elke millimeter kalkafzetting vermindert het rendement met ca. 10% (en verhoogt evenredig de energierekening). Corrosie zorgt voor gaatjes en dus herstelkosten. Naast deze twee is ook de erosie van onderdelen uit koper een bekend probleem; ook dit resulteert in pannes en herstelkosten. Tenslotte kunnen bepaalde bacteriën overleven in delen van CV-installaties waar temperaturen niet boven 55°C uitkomen; deze kunnen hier erg snelle, zogenaamde microbiologically induced corrosion (MIC) veroorzaken.

Hoe beïnvloeden de volgende parameters de kwaliteit van het systeemwater en wat zijn de richtlijnen:

* Geleiding

Hoe hoger de geleidbaarheid (=maat voor zoutgehalte/mineralisatie), hoe sneller de corrosie voortschrijdt. Ideaal bedraagt de geleidbaarheid minder dan 100 µS/cm.

* Zuurstofgehalte

Zuurstof (uit omgevingslucht die via drukslangen en expansievaten bij gebeurlijke onderdruk naar binnen gezogen wordt) corrodeert de aanwezige metalen. Ideaal bedraagt het O2-gehalte minder dan 0,02 mg/l; onderzoek heeft aangetoond dat met zoutarm systeemwater (<100µS/cm) er 5 maal meer zuurstof aanwezig mag zijn voor eenzelfde corrosiesnelheid, dus 0,1mg/l.

* pH-waarde

Deze moet minimaal 8,2 bedragen; de maximale waarde hangt af van de aanwezige metalen. Moderne installaties bevatten aluminium, wat de strengste eis heeft voor pH: max. 8,5 voor zuiver aluminium en max. 9,0 voor legeringen. Boven deze grenswaarden treedt corrosie op.

* microbiologie

Best kan men leidingwater gebruiken voor de vulling van CV-installaties; dit bevat per definitie weinig bacteriën. Deze zouden anders een biofilm opbouwen op plaatsen in de installatie waar de temperatuur onder de 55°C blijft. Wanneer men voor grotere collectieve installaties het vulwater over een RO (omgekeerde osmose)-membraanfilter stuurt, verkrijgt men vrijwel steriel water.

Hoe worden die parameters gemeten?

Geleidbaarheid, pH en O2-gehalte worden ter plaatse gemeten met draagbare meetsondes. MIC kan o.a. onderzocht worden met de BART-testkits die na een goeie week incubatietijd uitsluitsel geven over het type aanwezige bacterie.

Welke oplossingen/behandelingen bestaan er als er een probleem wordt vastgesteld? En wat is hun functie: demineraliseren, verzachten, filteren, …?

De eerste handeling is een reiniging: een zuur product wordt rondgepompt om kalk en metaaloxides te verwijderen. Met een oxiderend product spoelt men tegen bacteriën die MIC veroorzaken. Na leeglaten wordt de installatie opnieuw gevuld met gefilterd leidingwater dat door een RO-membraantoestel of door een harstoestel voor ontharding of demineralisatie wordt gestuurd, naargelang de samenstelling van dat leidingwater.

Wanneer wordt welke oplossing toegepast?

Nieuwe installaties worden gevuld met adequaat behandeld leidingwater: met behulp van een RO, ontharder of demineralisator. Bij een bestaande installatie met een kalk/corrosie-probleem wordt eerst een reiniging doorgevoerd. Na leeglaten wordt er opnieuw gevuld met adequaat behandeld leidingwater. Indien er geen reiniging nodig is, kan een online demineralisatie de geleidbaarheid beneden de 100 µS/cm brengen zonder dat de installatie uitgezet moet worden. Hiertoe wordt in bypass over de retourleiding een hittebestendig RVS-demineralisatiepatroon geplaatst. Het kan nodig zijn om de harsen hiervan meermaals te vervangen, naargelang de systeeminhoud en het aanwezige zoutgehalte.

Welke types van toestellen bestaan er op de markt om de verwarmingssystemen te vullen? (vaste, mobiele, …)? Hoe werken ze?

Er bestaan toestellen voor behandeling van vulwater, voor behandeling van bijvulwater en er zijn er voor behandeling van systeemwater. Vulwater wordt meestal behandeld met een mobiel RO-toestel, dat automatisch stopt wanneer de installatie gevuld is (door middel van een drukschakelaar). Op de leiding voor het bijvulwater (bij een goed werkende installatie bedraagt dit <1% van het systeemvolume per jaar) wordt een kleine harspatroon geplaatst, gevuld met het type hars (ontharding resp. demineralisatie) in functie van de waterkwaliteit. Voor het online ontzouten van systeemwater wordt een RVS harspatroon in bypass geplaatst, zonder dat de CV-installatie uitgezet moet worden.

Bestaan er ook automatische/intelligente systemen? Hoe werken ze?

Er bestaat automatische corrosiemonitoring. De klant kan aldus zijn eventueel corrosieprobleem op de voet volgen en maatregelen treffen. RO-toestel en harspatronen hebben een microprocessorsturing voor de automatische werking en voor informatie- en alarmmelding.

Waarop letten bij het vullen van een verwarmingsvulstation? Moet dit conform EN 1717 of DIN 1988-100 gebeuren? Wat houdt dit precies in?

Eerste en enige referentie waaraan best kan voldaan worden qua kwaliteit van systeemwater, is de TV (Technische Voorlichting) 278 van Buildwise uit 2021. De EN1717 beschrijft alleen de rioolafvoer van de terugstroombeveiligingsklep die op de (bij)vulleiding naar de CV-installatie wordt geplaatst. De DIN1988-100 norm beschrijft eveneens deze terugstroombeveiligingsklep, die in Duitsland verplicht te plaatsen is.

Service van BWT

BWT heeft een specifiek assortiment om de beste waterkwaliteit in CV-installaties te bereiken. Zo zijn er vulsets met een harspatroon om het vul- of bijvulwater te ontharden of te demineraliseren. Deze patronen zijn verkrijgbaar in verschillende capaciteiten. De modulaire vulsets bestaan uit een EN1717-conforme terugstroombeveiliging type BA en een aansluitkop voor de harspatroon. Verder zijn er mobiele toestellen voor omgekeerde osmose. Deze laatste worden vooral gebruikt voor grotere installaties. Als er een bestaande installatie behandeld moet worden terwijl die in werking is, stelt BWT een mobiel demineralisatietoestellen voor.

Door Alex Baumans

Foto’s: BWT

www.bwt.com