WARMTEPOMPEN
Install Magazine 991 – mei 2023
De impact van 60 miljoen warmtepompen in de EU
Studie voorspelt daling van verwarmingsfactuur met 20%
Het REpowerEU programma om de EU minder afhankelijk te maken van energie-import, kent een belangrijke rol toe aan warmtepompen. Om het gebruik van fossiele brandstoffen voor woningverwarming te verminderen, zou het aantal ervan tegen 2030 meer dan moeten verdrievoudigen van een huidige kleine 18 miljoen tot 60 miljoen. Een team van Cambridge Econometrics, een studie-instelling gespecialiseerd in het berekenen van de economische impact van beleidsbeslissingen, ging na wat dat zou betekenen voor de EU. Hiervoor werd samengewerkt met de belangenverenigingen European Heat Pump Association (EHPA) en European Climate Foundation.
Economische relance door lagere energierekening
Deze studie is een update van een eerdere versie, in functie van de nieuwe toestand op de energiemarkten na de Russische inval in Oekraïne. De piek in energieprijzen die daardoor ontstond, maakt een snelle overschakeling op hernieuwbare energie des te meer noodzakelijk. Het getal van 60 miljoen warmtepompen, dat gehanteerd werd in de studie, werd bereikt door te vertrekken van het huidige bestand, plus het streefcijfer van 30 miljoen nieuwe hydronische warmtepompen uit het REpowerEU-plan met bovendien de verwachte groei in de lucht-lucht toestellen.
De balans is overwegend positief volgens de onderzoekers. De stijgende prijzen van fossiele brandstoffen hebben de totale kost van een warmtepomp (berekend over 10 jaar) interessanter gemaakt dan ooit. De aankoopprijs blijft wel hoog, maar daar staat een duidelijk lager verbruik tegenover. Hier moet wel worden opgemerkt dat het gaat om Europese gemiddelden. De situatie kan verschillende in functie van de energieprijzen in elk land. Globaal gezien komt de studie uit op een daling van de energierekening voor gezinnen met 20%.
Dat heeft op zijn beurt weer gunstige macro-economische effecten. De gezinnen hebben een groter beschikbaar inkomen, wat de rest van de economie kan aanzwengelen. Bovendien verbetert de energie-handelsbalans van Europa door een lagere import van fossiele brandstoffen. Het gasverbruik van gebouwen zou met 40% dalen ten opzichte van 2022. Tegelijk is er meer werkgelegenheid door de groei van de warmtepompsector. Met andere woorden, het geld dat anders naar energie-import gaat, zal hoofdzakelijk in Europa terecht komen. De studie verwacht een stijging van het BBP van de Europese unie met 2,5% per jaar en de creatie van drie miljoen jobs.
Het REpowerEU-plan kwam er met het oog op bevoorradingszekerheid in het kader van de oorlog in Oekraïne, maar is natuurlijk niet los te zien van het algemene streven van de EU om koolstofneutraal te zijn tegen 2050. Een bestand van 60 miljoen warmtepompen in 2030 heeft ook aanzienlijke milieuvoordelen. De CO2-uitstoot van woningen zou ongeveer halveren, en de NOx-uitstoot zou dalen met ongeveer 39%, wat de luchtkwaliteit in steden sterk ten goede zou komen.
Einde van fossiele brandstoffen
EHPA pleit dan ook voor een duidelijk signaal vanwege de EU om zowel consumenten, opdrachtgevers, fabrikanten en professionals te tonen dat warmtepompen de techniek van de toekomst zijn. Nu is er nog teveel tegenstrijdige informatie, wat tot onzekerheid leidt. Op de markt stelt men nog veel koudwatervrees voor warmtepompen vast. De cijfers spreken voor zich: hoewel de energiecrisis voor een nooit geziene groei van warmtepompen gezorgd heeft in Europa, blijven de ketels de markt beheersen. Voor elke warmtepomp worden er nog meer dan twee ketels geplaatst.
Concreet dringt EHPA erop aan dat er in de herziening van de ecodesign richtlijn een verbod op fossiele brandstoffen vanaf 2029 wordt ingevoerd. Door een minimaal rendement van 115% te eisen, zou het dan onmogelijk worden om nog standalone ketels te plaatsen. EHPA wijst op het gevaar van een lock-in: omdat een ketel gemakkelijk 10-20 jaar meegaat, moet men vroeg genoeg met de verkoop stoppen. Anders zit men in 2050 nog met een aanzienlijk ketelbestand.
Knelpunten wegwerken
Een snelle en grootschalige overschakeling op warmtepompen is sneller gezegd dan gedaan. Er zijn nog een groot aantal knelpunten. Een daarvan is de hogere instapkost van een warmtepomp, zowel qua prijs van het toestel als qua installatie. Schaalvergroting zou prijs van een warmtepomp kunnen reduceren, maar daarnaast moeten de constructeurs ook inspanningen doen om hun toestellen installatievriendelijker te maken. BEUC, de Europese vereniging van consumenten, benadrukt dat een warmtepompinstallatie betaalbaar moet zijn. De vereniging roept de overheden op om financiële en administratieve instrumenten te creëren die gezinnen over de streep kunnen trekken. Nu haken er nog te veel geïnteresseerden af omdat de investering een te grote hap uit het budget neemt. Bovendien is het te moeilijk om aan betrouwbare informatie te raken. De gemiddelde consument wil geen uren besteden om uit te vissen hoe een verwarming nu werkt.
Daarmee zijn we aanbeland bij de rol van de installatiesector. Deze speelt immers een doorslaggevende rol in de aankoopbeslissing van de gezinnen. Kennis van zaken bij advies en uitvoering zijn geboden, want anders zitten gezinnen opgescheept met slecht werkende installaties. Ook hier is er grote nood aan bijscholing. Het idee werd geopperd dat het geen zin heeft om ambitieuze marktdoelstellingen voor warmtepompen te stellen, als die niet gepaard gaan met even ambitieuze doelstellingen om vakmensen op te leiden.
Aanbevelingen
Om de kaap van 60 miljoen warmtepompen te halen, doet de studie enkele aanbevelingen
- Stoppen met de verkoop van ketels op fossiele brandstoffen
- Minimale energieprestatie-eisen stellen om renovatie aan te moedigen
- Kwetsbare gezinnen ondersteunen om de overgang te maken
- Belastingen op elektriciteit en warmtepompen verlagen
- Een actieplan opstellen rond scholing voor warmtepompen
Door Alex Baumans












