FEDERATIES  
Install Magazine 985 – september 2022

Uitstoot verminderen door digitalisering

Studie van Agoria becijfert impact

We staan voor een dubbele transitie. Enerzijds is er de welbekende energietransitie, maar tegelijk is de maatschappij aan een snel tempo aan het digitaliseren. Industrievereniging Agoria liet daarom onderzoeken in welke mate de digitale transitie kon bijdragen tot een vermindering van de CO2-uitstoot. De conclusies van de studie Digital4Climate zijn bemoedigend: digitalisering zou tegen 2030 de uitstoot met een kleine 9% kunnen doen dalen ten opzichte van 2019. Gaat men uit van een sneller tempo van digitaliseren, wordt dat zelfs meer dan 11%. Agoria pleit dan ook voor een versnelling van de dubbele transitie.

Blik op België

Studies over de impact van digitalisering zijn niet nieuw, maar voor België bestonden er tot nu toe nog geen concrete cijfers. Agoria vond het dus de moeite waard om na te gaan wat het effect voor ons land zou kunnen zijn. De studie werd uitgevoerd door Accenture, volgens een internationaal erkende methodologie. De onderzoekers keken naar vier sectoren: maakindustrie, mobiliteit, gebouwen, en energie, met telkens twee scenario’s. In het normale scenario verloopt de digitalisering van de sector zoals verwacht, in het andere gaat men uit van een versnelde digitalisering. De vooruitzichten werden bewust conservatief gehouden: men ging uit van een beperkt aantal technieken die nu al in gebruik zijn. Daarvoor werden ook gegevens uit de praktijk verzameld van een twintigtal bedrijven. Met andere woorden, het gaat om een extrapolatie van reeds bewezen methodes. De werkelijke impact zal dus vermoedelijk groter zijn. Het doel van de studie was echter niet om mogelijkheden voor te spiegelen, maar om een idee te geven van de besparingen waar we zo goed als zeker van zijn. De cijfers moeten dus gezien worden als een realistisch minimum. De resultaten werden samengevat onder de titel Digital4Climate

Digital4Climate

Een eerste conclusie is dat digitalisering wel degelijk een gunstige invloed op de CO2-uitstoot heeft. Meer digitalisering betekent echter ook meer datacenters, meer communicatie en meer infrastructuur, en dat heeft allemaal ook zijn ecologische voetafdruk. Die werd in de studie meegenomen, en daaruit bleek dat de voetafdruk van de digitale sector ongeveer vijf keer kleiner was dan de vermindering van de uitstoot dankzij digitalisering. Bovendien verbetert de verhouding naargelang de digitalisering sneller vordert: door de ontwikkeling te versnellen, kan men dus de besparing vergroten. Hierbij moet men wel een kanttekening maken omwille van het ‘rebound effect’. Als digitale diensten performanter worden, creëert dat zijn eigen vraag. Zo heeft de mogelijkheid tot streaming ertoe geleid dat er een vraag naar streaming ontstond, waar dat vroeger niet het geval was. Dergelijke effecten zijn moeilijk in te schatten, omdat het per definitie gaat om gebruikspatronen die nu nog niet bestaan. Volgens schattingen van de onderzoekers blijft het algemeen effect van digitalisering op CO2-uitstoot de echter gunstig. Met andere woorden, de dubbele transitie blijft een goed idee.

Slimme gebouwen

Als we kijken naar gebouwen, dan ging de studie uit van een basisuitstoot van 38,45 MT CO2-equivalent, waarvan 49% voor rekening komt van woningen, 23% van niet-woningen en 28% van het bouwproces zelf. Er werd gekeken naar de impact van slimme meters (woningen), gebouwbeheersystemen (alle gebouwen) en BIM (het bouwproces). Naargelang het scenario kwam men uit op een reductie van afgerond 8-11% van de uitstoot. In woningen verwacht men dat slimme meters zullen leiden tot een meer bewust energieverbruik. Uit ervaring blijkt immers dat meer inzicht in het verbruik doorgaans tot een besparing leidt. Dat effect kan tot 5% oplopen, zelfs zonder enige andere ingreep. Voor grotere gebouwen biedt een GBS mogelijkheden tot optimalisering, bijvoorbeeld door de installatie aan te sturen in functie van voorspelde bezetting en/of weersomstandigheden. Het maakt het ook mogelijk om aan preventief onderhoud te doen, en uitval te vermijden.

In het bouwproces zorgt BIM voor diverse efficiëntiewinsten. Er is tot 7% minder materiaalverspilling en door een betere planning zijn er minder aanpassingen op de werf nodig. Het vergroot ook de mogelijkheid voor prefabricage in het atelier. Tenslotte verloopt het ontwerpproces vlotter, zodat er meer of complexere projecten kunnen worden gerealiseerd in dezelfde tijd.

Tijd voor actie

De voorstelling van de studie werd afgesloten met een debat met als deelnemers federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten, Laurens van Reijen, managing director LCL Data Centers, Sergio Moninari CEO Siemens BeLux en Nicolas van Zeebroeck, hoogleraar aan de ULB. Minister Van der Straeten toonde zich erg tevreden met de studie. De conclusies zijn misschien niet onverwacht, maar het is bemoedigend dat een aantal hypotheses ondersteund worden met concrete cijfers voor de Belgische situatie. Ze benadrukte wel dat dit niet zal volstaan om het engagement voor 2030 te halen. Het komt erop aan om alle zeilen bij te zetten, en digitalisering zal daar zeker bij helpen. We hebben degelijke plannen, maar we moeten ze nu vooral uitvoeren.

Vanuit de kant van de digitale sector, merkte Laurens van Reijen op dat de sector er volop aan werkt om de ecologische voetafdruk te verminderen. Zo is er een Climate Neutral Data Centre Pact, een zelfregulerend initiatief om datacenters koolstofneutraal te maken tegen 2030. Hiervoor wordt samengewerkt met de Europese Commissie. Het voordeel van een dergelijk industrie-initiatief is dat men niet hoeft te wachten op Europese of nationale wetgeving, en het dus aanzienlijk sneller kan gaan.

Sergio Molinari wees op de voordelen van een digital twin op basis van BIM, niet alleen tijdens de bouwfase, maar ook voor het beheer. Een volledig overzicht van het hele gebouw biedt immers mogelijkheden tot optimalisering.

Nicolas van Zeebroeck maakte de kanttekening dat de studie ervan uitging dat de ervaring van de voorbeeldprojecten zouden uitgebreid worden naar de hele sector. In de praktijk is dat echter zelden het geval: het is niet evident om nieuwe technieken en manieren van werken in te voeren. Dit zou moeten ondersteund worden door sectororganisaties en overheden. Dikwijls is het gebrek aan kennis en vaardigheden een groter knelpunt dan de bereidheid te investeren.

In zijn slotwoord verklaarde Bart Seukens, CEO van Agoria, dat de dubbele transitie een ongekende kans is voor Belgische bedrijven. Hij werd hierin bijgetreden door minister Tinne Van der Straete die vermeldde dat firma’s uit ons land op diverse vlakken een pioniersrol spelen, bijvoorbeeld in de realisatie van een energie-eiland voor onze kust. Zo ontstaat er ervaring en expertise, die we dan later kunnen exporteren.

Door Alex Baumans

www.agoria.be