FEDERATIES
Install Magazine 985 – september 2022
De visie van BtecCH op de energietransitie
Kennisplatform voor verwarmingstechnieken breidt uit
BtecCH, de opvolger van Cedicol, is uitgegroeid tot tot een algemeen platform voor technische informatie over verwarming in België. Op de jongste algemene vergadering werd de structuur doorgelicht en werden de nieuwe plannen voorgesteld. Deze vergadering werd afgesloten met een panelgesprek met vertegenwoordigers van de sector, het onderwijs en de overheden van de drie gewesten, die hun visie op de energietransitie gaven.
Een breed kennisplatform
BtecCH is ontstaan uit Cedicol, het expertisecentrum rond verbrandingstechniek, en heeft de ambitie om een breed gedragen technologieplatform rond koeling en verwarming te worden, los van een bepaalde brandstof of techniek. De vereniging is goed op weg om die ambitie waar te maken, wat blijkt uit de ontwikkeling in het ledenbestand. Zo werden de historische banden met de oliesector, meer bepaald Informazout, doorgeknipt. Dit betekent geen principiële breuk; oliestook blijft zijn plaats hebben binnen het gamma van technieken. Anderzijds kan BtecCH nu een volledig zelfstandige koers varen, zonder ervan verdacht te worden de belangen van een bepaalde brandstof voor te trekken.
Ook de ledenstructuur werd opengetrokken. Waar Cedicol voorheen in de eerste plaats een organisatie voor fabrikanten en leveranciers was, zijn er nu vier categorieën van leden: fabrikanten, onderwijsinstellingen, installateurs en kennisbedrijven, en tenslotte energieleveranciers. Bij deze gelegenheid mocht BtecCH twee nieuwe leden begroeten: sectororganisatie Bouwunie en de hogeschool Vives. BtecCH benadrukt ook dat de vereniging niet aan lobbywerk wil doen. Als kenniscentrum kan BtecCH wel informatie aanreiken op basis waarvan een beleid kan worden uitgewerkt, maar het is niet de opdracht om zelf te wegen op het beleid.
De naam Cedicol blijft behouden. Opleiden en certificeren van installateurs was een traditionele kerntaak voor Cedicol, en ook voor BtecCH blijft dit een belangrijke activiteit. Voor vloeibare brandstoffen gebeurt dit onder het Cedicol-label, naast Cerga voor gas en Rescert voor hernieuwbare energie. BtecCH biedt als aanvulling op de opleidingen zelf ook een uitgebreide service voor het beheren van certificeringen. Dit omvat onder meer een webportaal voor professionals met een overzicht van hun certificeringen, waarop staat aangegeven wanneer er hernieuwingen nodig zijn. Er is ook een speciale cursus van 6 uur voor kantoormedewerkers over het beheer van certificeringen. Werken in een land met drie gewesten en vijfentwintig erkenningen is immers niet evident.
HHPP
Uit de verschillende projecten voor de komende jaren, lichten we er een uit: HHPP. Dat staat voor Hybrid Heat Pump Platform. Hybride warmtepompen worden algemeen gezien als een belangrijke stap om bestaande gebouwen koolstofneutraal te maken. Zeker in combinatie met PV-panelen kan het verbruik van fossiele brandstoffen sterk verminderd worden. In Nederland en Duitsland is er al wetgeving die een zeker aandeel hernieuwbare energie (in de praktijk doorgaans een warmtepomp) binnenkort verplicht zal stellen bij een ketelvervanging. HHPP heeft tot doel om na te gaan hoe de techniek in België best wordt ingevoerd. Er is al heel wat kennis voorhanden vanuit andere landen, maar elke situatie heeft zijn eigen specifieke kenmerken en installatiegewoontes.
De energietransitie
Afsluitend was er een panelgesprek over de energietransitie. De deelnemers vertegenwoordigden uiteenlopende betrokken partijen: Veerle De Mey (Vives), Bruno Moens (VEKA), Kris De Wit (Gas.be), Walter Van Dael (Bosch/voorzitter BtecCH), Jean-Pierre Waeytens (Bouwunie), Christophe Danlois (Leefmilieu Brussel), Olivier Neyrinck (Brafco) en Arnaud Collard (SPW). Werner Neuville (BtecCH) trad op als moderator.
Een eerste grote vraag is wie al die warmtepompen en energiezuinige systemen zal gaan plaatsen. Er is nu al een groot gebrek aan arbeidskrachten, terwijl de renovatiegraad zou moeten verdubbeld worden. Hoe dat te rijmen valt, is niet meteen duidelijk. Ook is er nood aan sensibilisering. Hier is het beeld dubbel. Vanuit de opleidingssector ziet men een sterke stijging van de interesse voor koeltechniek en warmtepompen, zowel van traditionele verwarmingsinstallateurs als van andere specialiteiten zoals elektriciens. Steeds meer professionals zien het potentieel van hernieuwbare energie in. Anderzijds is er een deel van de vakmensen en van de eindklanten die zoveel mogelijk alles bij het oude laten. Tekenend is de reactie na de overstromingen van vorige zomer. Bij de heropbouw kozen de meeste eigenaars gewoon voor een identieke installatie als er stond voor de waterschade, een gemiste kans voor modernisering.
Een tweede grote uitdaging is om alles haalbaar en betaalbaar te houden. Energiezuinige installaties mogen niet het voorrecht worden van een goedbetaalde elite. Eisen opleggen alleen zal niet volstaan, er is totaalaanpak nodig, met ook een ondersteunend beleid, met onder meer sensibilisering en opleidingen. Verder moet men het ook betaalbaar houden. Directe steunmaatregelen zijn het meest voor de hand liggend, maar men kan ook denken aan andere formules zoals energiegemeenschappen, derdebetalers of as-a-service contracten. Ook hier moet dan een passend wettelijk kader voor gemaakt worden.
Er werd ook gepleit voor bescheidenheid als het gaat om technologische keuzes. De toekomst is per definitie onbekend. Het zou dus onvoorzichtig zijn om halsoverkop alles in te zetten op één techniek. We zullen zeker in een eerste periode nog verschillende technieken nodig hebben, dus moeten onze opties open houden. Dat wil niet zeggen dat er geen richting zou mogen gegeven worden, of dat we alle technieken moeten laten bestaan, ongeacht hun prestaties. Het beleid moet duidelijk kiezen voor toekomstgerichte oplossingen, anders zaten we nog met kolenkachels. Maar er moet wel de nodige flexibiliteit worden ingebouwd.
Tenslotte was iedereen het eens over de nood voor overleg. Het energiebeleid in België is versnipperd; het is dus cruciaal dat de verschillende gewesten hun beleid op elkaar afstemmen, rekening houdend met de concrete situatie van elk. Tegelijk moet er ook inbreng zijn van de betrokken partijen in een vroeg genoeg stadium van de ontwikkeling van nieuwe reglementen, zodat het resultaat uitvoerbaar is en breed gedragen wordt. Voor dit laatste kan BtecCH fungeren als draaischijf.
Door Alex Baumans









