FEDERATIES
Install Magazine 985 – september 2022
Dertiende Energiecongres van de VCB
Ambitieuze Vlaamse doelstellingen voorgesteld
Het Energiecongres van de Vlaamse Confederatie Bouw was destijds in het leven geroepen om systematische verstrenging van de energieprestatie-eisen tot het BEN-niveau (E30) te begeleiden. Ondertussen zijn de ambities een heel stuk hoger geworden: het gaat erom koolstofneutraal te bouwen. Een eerste referentiedatum is 2030. In het Fit for 55 pakket heeft de EU namelijk voorop gesteld dat de CO2-uitstoot tegen dan met 55% moet verminderd zijn. De impact van deze doelstellingen op de bouwsector vormde het centrale thema van dit congres, dat naar goede gewoonte plaatsvond in de Lamot-site in Mechelen.
Ambitieuze Vlaamse klimaatplannen
Aan ambitie is er in elk geval geen gebrek. Luc Peeters, directeur generaal van VEKA en een vaste gast op het Energiecongres, stelde het Vlaamse beleid voor. Tegen 2050 moet de uitstoot van gebouwen met 85% dalen ten opzichte van het peil van 2005. Door de invoering van het E-peil is de nieuwbouw ondertussen bijzonder energiezuinig. De grote uitdaging vormt de bestaande bouw. De meeste gebouwen die er zullen staan in 2050 zijn immers nu al gebouwd. Er is dus een grote nood aan renovatie. Daarom heeft de Vlaamse overheid een lange-termijn renovatiestrategie uitgewerkt, die beoogt dat alle woningen tegen 2050 moeten voldoen aan EPC-label A. Dit plan is goed onthaald in Europa. Volgens een Europese ranking staat Vlaanderen daarmee op een gedeelde tweede plaats, samen met Finland. Alleen Spanje doet het beter. Als het op plannen aankomt, scoort Vlaanderen duidelijk goed, maar die plannen moeten ook in de realiteit kunnen worden omgezet. De uitdaging is groot: in 2021 had een kleine 6% van de woningen een A-label. Dat wil zeggen dat er gemiddeld 95.000 woningen per jaar zullen moeten gerenoveerd om de doelstellingen te halen.
Ook op het vlak van de niet-woongebouwen is er een hele inhaalbeweging nodig. Op dit ogenblik zijn er echter geen cijfers beschikbaar over het aandeel koolstofneutrale niet-residentiële gebouwen in het bestand. De invoering van een EPC voor niet-residentiële gebouwen zal de toestand beter in kaart brengen. Tot dan moeten we het stellen met schattingen. VEKA gaat ervan uit dat er tegen 2050 circa een kwart miljoen niet-residentiële gebouwen een grondige renovatie zullen nodig hebben. De overheid moet daarbij een pioniersrol spelen met haar eigen gebouwen.
Viersporenbeleid voor bestaande bouw
Wat het beleid betreft, voorziet men voor nieuwbouw voornamelijk een optimalisering van de bestaande aanpak, die zijn waarde al heeft bewezen. Er komt wel een versnelde uitfasering van fossiele brandstof, en een hoger minimumaandeel hernieuwbare energie. Verder ligt de nadruk vooral op de optimalisering en het gebruiksvriendelijker maken van de EPB-regels, in samenwerking met de andere gewesten.
Voor bestaande woningen is er een viersporenbeleid: verplichtingen, financiële stimulansen, ontzorging en sensibilisering. Qua verplichtingen zorgt men eerst en vooral voor meer transparantie, in de vorm van het EPC+ label, dat meteen ook aangeeft wat men moet doen om tot het A-label te komen. Verder wordt het EPC voor de gemene delen ingevoerd voor appartementen. Er worden ook eisen opgelegd aan bestaande woningen, eerst en vooral de renovatieverplichting voor de slechtst scorende woningen (klassen E en F) bij eigendomsoverdracht. Dit slaat op ongeveer 38.000 huizen en 5.000 appartementen per jaar. Verder worden er minimumeisen ingevoerd voor alle woningen vanaf 2025.
De renovatieverplichting lijkt strenger dan ze is. Om te beginnen is niemand verplicht om een oude woning te kopen. Verder zal wie zo een woning koopt, er sowieso werken in uitvoeren voor men er intrekt. De verplichting zorgt er alleen voor dat de bouwheer ook naar een bepaald niveau van energie-efficiëntie moet streven, en niet alleen de woonkwaliteit kan verbeteren. Op dit ogenblik wordt een minimaal klasse D gevraagd. Dat kan weinig ambitieus lijken, maar de sector heeft er vertrouwen in dat dit in de praktijk zal meevallen. De aanpak is namelijk ingegeven door de invoering van het E-peil in nieuwbouw. Ook daar startte men met een goed haalbaar minimum. Het effect was dat de maatregel niet alleen breed gedragen was, maar dat de werkelijke energieprestatie van nieuwe woningen systematisch beter was dan het wettelijke minimum. De verwachting is dat ook voor renovatie er een gelijkaardig effect zal spelen, en de meeste kopers zullen kiezen om meteen op een hogere klasse te mikken. Bovendien heeft een betere energieklasse een gunstig effect op de verkoopprijs van het gebouw. De conclusie van het VCB was dan ook dat een slimme eigenaar investeert in energiezuinigheid, omdat zich dat weerspiegelt in een meerwaarde bij verkoop, los van het terugverdieneffect door het lager verbruik.
Wat de financiële stimulansen betreft, is er 640 miljoen uitgetrokken om privé woningrenovaties te ondersteunen in 2022-2023. Dat vertaalt zich in hogere energiepremies en de invoering op 1 juli van ‘mijn verbouwpremie’: 50% van de investering en maximum 25.000 euro voor lage inkomens en 35% van de investering en maximum 17.500 euro voor middelgrote inkomens. Om te kunnen investeren, moet men wel eerst over geld beschikken. Om die drempel te verlagen, zijn er leningformules zoals een renteloos renovatiekrediet en de energielening+. Op 1 juli werd ook Mijn VerbouwLening ingevoerd, met dezelfde voorwaarden en aandachtspunten als de VerbouwPremie. De looptijd werd uitgebreid naar 25 jaar en het bedrag tot 60.000 euro.
En dan is er het ondersteunend beleid. Een renovatie brengt heel wat complicaties met zich mee, en de Vlaamse overheid wil het de burgers zo gemakkelijk mogelijk maken. Daarvoor rekent men vooral op de energiehuizen, waarvan de werking versterkt wordt. Er komen ook renovatiecoaches om het traject te begeleiden. Op administratief vlak wordt er een en ander gestroomlijnd met een uniek aanspreekpunt (Mijn VerbouwLoket) en begeleiding (Mijn VerbouwBegeleiding). Voor appartementen komen er masterrenovatieplannen voor VME’s.
De vierde spil is informatieverstrekking en sensibilisering, met een centrale rol voor de website www.energiesparen.be, aangevuld met mediacampagnes zoals Mee Met De Stroom. Ook de invoering van de woningpas blijkt een succes. Dit laatste idee werd trouwens opgepikt door de Europese Commissie in de herziening van de energieprestatierichtlijn.
Netwerken tussen gebouwen versterken
Een aandachtspunt van het congres was de invloed van de ‘outdoor’ op de ‘indoor’. Met andere woorden, we moeten een gebouw niet beschouwen als een losstaand element, maar als een onderdeel van een breder systeem. Die systemen zijn dan in de eerste plaats de nutsleidingen. Vooral het elektriciteitsnet staat voor nieuwe uitdagingen, met de toenemende elektrificatie van verwarming en vervoer. Waar dit toe kan leiden, kwam daags voor het congres in het nieuws, toen er in twee Nederlandse provincies een aansluitstop voor elektriciteit werd afgekondigd voor niet-residentiële klanten omdat het netwerk verzadigd was.
De boodschap van Fluvius was dan ook duidelijk: als we niet investeren in de infrastructuur, raken we tegen 2032 gegarandeerd in de problemen. Volgens prognoses ontsnapt geen enkele Vlaamse gemeente dan aan congestieproblemen. Daarom heeft Fluvius een tienjarenplan opgesteld om te garanderen dan ook over tien jaar het licht nog overal aangaat. Bovenop de normale investeringen in het elektriciteitsnet van 7 miljard euro in de komende tien jaar, komen er nog eens 4 miljard, specifiek voor de energietransitie: 3 miljard voor het laagspanningsnet en 1 miljard voor de middenspanning. Krachtlijnen zijn onder meer: overschakelen op 17,3 kVA als standaard aansluiting voor een gezinswoning om snelladers voor elektrische auto’s mogelijk te maken, een versterking van het laagspanningsnet, met vervanging van de oudste gedeeltes en een veralgemening van 400 V, en een versnelde digitalisering van het net voor een optimaal beheer. Tenslotte mikt Fluvius op synergiën met de aanleg van andere nutsleidingen om de kosten te drukken en te vermijden dat de stoep om de haverklap wordt opengebroken.
Voor gasleidingen voorziet Fluvius in een eerste tijd een lichte uitbreiding. Als er gas voorhanden is, blijft dit de eerste keuze voor de vervanging van stookolie, zodat het aantal gebruikers aanvankelijk zal stijgen. Op langere termijn is de trend in het gasverbruik natuurlijk dalend. Fluvius zal zich dan hoofdzakelijk richten op het instandhouden en het veilig gebruik van het gasnet.
Het grotere belang van netwerken schept wel zijn eigen uitdagingen. Het VCB merkte op dat men in het stedelijk beleid mikt op verdichting in de oude kern, net waar de infrastructuur doorgaans het oudst is, en modernisering van de nutsleidingen het meest gecompliceerd. Het wordt ook tijd voor een gedetailleerd kadaster van de ondergrond. Als een bouwpromotor start met een project, heeft hij er alle belang bij om precies te weten op welke netten hij kan aansluiten, en wat er gepland is, zoals laadpalen, warmtenetten en dergelijke.
Blijvende knelpunten
De algemene conclusie op het afsluitend panelgesprek was dat Vlaanderen op de goede weg is, maar dat alles veel te traag gaat. Een knelpunt is en blijft het gebrek aan geschoold personeel. Dit moet op verschillende manieren worden opgevangen. Zo kan het werk op de werf versneld worden door installatievriendelijke systemen. Verder moet er meer ruimte komen voor leren op de werkvloer, ook voor hogergeschoolde profielen. Marc Dillen benadrukte dat de formules van duaal leren niet mogen gezien worden als een doodlopende richting, maar een volwaardige scholing moeten zijn. Lieve Helsen merkte op dat waarde zoals diversiteit en inclusiviteit meer ruimte moeten krijgen in de bouw, omdat anders jongeren worden afgeschrikt om voor de bouw te kiezen en men talenten misloopt. Zij pleitte voor ‘stempathie’, of meer empathie in de STEM-richtingen.
Een ander punt is natuurlijk de bereidheid van de burger om te investeren. Frederik Loeckx van Flux50 wees erop dat de huidige prijsstijgingen voor energie veel hebben losgemaakt. Opeens bleken moeilijke investeringen toch nog haalbaar. Blijkbaar is een sterk prijssignaal nog altijd de meest efficiënte motivering om te besluiten tot energiezuinige renovatie. Daarbij zijn natuurlijk sociale correcties nodig.
De energietransitie zal nog tot veel discussie leiden. Het besluit van dit congres was dan ook dat één dag nauwelijks genoeg was om alles aan bod te laten komen.
Door Alex Baumans









