EVENEMENTEN
Install Magazine 983 – april 2022
Klimatisatie van de toekomst
Info-avonden van NAV en Bouwunie
Om een concreet idee te geven van wat de energietransitie voor de bouwsector kan betekenen, organiseerde architectenvereniging NAV samen met sectororganisatie Bouwunie twee info-avonden over de HVAC-systemen in het kader van de 2050 doelstellingen van de EU. Na een algemene inleiding werd ingegaan op drie specifieke projecten, waarin energiezuinige principes werden toegepast. Een kort overzicht.
Van energieconcept tot eengezinswoning
De reeks voordrachten ging van het macro-economische tot het residentiële. Tom Van Den Noortgaete (Sweco) schetste het energiesysteem van de toekomst aan de hand van een project op wijkniveau in Gent. Daarna stelde Robbe Van Caimere van architectenbureau Martens Van Caimere de renovatie van een Spar-supermarkt voor. Hedwig Goedgezelschap van installatiebedrijf Gezel lichtte de HVAC installatie van het project Waterfront in Waregem toe, om te eindigen met de renovatie van een rijhuis door architect Luc Dedeyne.
Kijk ook bij de buren
Uit de eerste uiteenzetting onthouden we vooral dat het energiesysteem van de toekomst meer vernet zal zijn. In plaats van een reeks aparte percelen, elk met zijn eigen installatie, die vanuit een centraal distributienet bevoorraad worden, zal er meer interactie zijn tussen de gebouwen, die niet alleen energie zullen afnemen, maar ook produceren. We moeten dus gaan denken op wijkniveau. De omgeving stelt echter zijn beperkingen. Ruimte in onze binnensteden is krap, dus kiezen we best voor oplossingen die zoveel mogelijk de bestaande infrastructuur gebruiken. Verder moet men toekomstgericht denken. Grondwerken voor de heraanleg van een straat kunnen bijvoorbeeld een goede gelegenheid zijn om meteen ook een warmtenet aan te leggen. En dan is er het kostenplaatje. Men mag zich niet blind staren op de onmiddellijke prijs maar moet de kosten over de hele levensduur bekijken.
Functies vermengen
Het renovatieproject van een Spar winkel was een mooi voorbeeld hoe een banale supermarkt langs een steenweg kan ontpoppen tot een multifunctioneel en energiezuinig gebouw. Het vertrekpunt was een standaard winkelruimte die er een restaurantgedeelte bijkreeg, evenals een bovenverdieping met woningen. Zo realiseerde men tegelijk verdichting en functievermenging, twee elementen die bepalend zullen zijn voor ons toekomstig woonlandschap. Voor het verwarmingsconcept werd gebruik gemaakt van een warmtepomp met een BEO-veld, met maximaal gebruik van warmterecuperatie. De warmte die vrijkomt uit de commerciële koeling kan immers benut worden om bijvoorbeeld de woningen te verwarmen. Deze zijn aangesloten op een lage-temperatuur kringleiding die de vloerverwarming bedient, en de warmte levert voor water-water boosterwarmtepompen voor sanitair warm water.
Voor een goed rendement van warmteterugwinning is een vorm van buffering op lange termijn nodig. Het gebeurt immers zelden dat de koel- en de warmtevraag overeenstemmen. In dit project wordt dat opgevangen door een buffervat, gekoppeld aan seizoensopslag in het BEO-veld. Qua ontwerp benadrukt het architectenbureau dat elk geval uniek is, en dus een specifieke studie vergt. Zomaar een concept kopiëren van het ene project naar het andere, levert nooit optimale resultaten op.
Tenslotte werd er een praktische opmerking gemaakt: de architect moet voldoende plaats voorzien in de technische ruimte. Al te vaak is die net groot genoeg om een gasketel in te zetten. Zodra men echter gebruik gaat maken van verschillende energiestromen, met buffervaten, collectoren en warmtewisselaars, wordt dat snel te klein, zeker als er nog een ketel voor backup geplaatst moet worden. Hier moest het oorspronkelijke ontwerp van de stookplaats in loop van het project sterk uitgebreid worden.
Werken met een ESCO
Hedwig Goedgezelschap van installatiebedrijf Gezel kon die laatste opmerking alleen maar beamen. Krappe stookplaatsen zijn een oud zeer in de sector. Hij stelde het project Waterfront in Waregem voor, dat bestaat uit twee woontorens van 60 woningen elk, en een hotel van 72 kamers. De drie gebouwen zijn verbonden door een kleinschalig warmtenet. De warmte wordt geleverd door een geothermische installatie, aangevuld met een WKK.
Voor dit project werd de formule van een ESCO (Energy Service Company) toegepast. Dat houdt in dat de investering, bouw en exploitatie van de stookplaats worden toevertrouwd aan een extern bedrijf, de ESCO, die dan de energielevering (in dit geval warmte, koude en elektriciteit) factureert aan de eigenaar van het gebouw. Dit heeft het grote voordeel dat de bouwheer de dikwijls aanzienlijke meerkost van een hernieuwbaar energiesysteem kan spreiden over meerdere jaren. Met deze formule weegt dus de totale cost of ownership zwaarder door dan de aanvankelijke investering. Bovendien hoeft de eigenaar zich niets meer aan te trekken van het technisch beheer, en hoeft hij minder te vrezen voor stijgende stookkosten. Vanuit technisch oogpunt heeft dit systeem ook voordelen omdat de installatie kan gemonitord en opgevolgd worden door de ESCO. Deze laatste staat ook in voor het onderhoud en reparatie van de installatie, en heeft er dus alle belang bij dat alles betrouwbaar werkt. Voor technieken die alleen rendabel zijn met lange looptijden, zoals een WKK, is dat een duidelijk voordeel
Oplossingen voor de woningbouw
Luc Dedeyne ging dan tenslotte in op een diepgaande renovatie van een rijwoning. Dit type ingrepen zal ongetwijfeld de hoofdmoot van de markt uitmaken. Alles begint met een grondige analyse. Hij waarschuwde er wel voor om bij het ontwerp niet uit te gaan van de berekende warmtevraag volgens het EPC, maar wel van het werkelijke verbruik. Het EPC overschat de warmtebehoefte immers aanzienlijk. In dit geval was de berekende warmtevraag namelijk vijf keer hoger dan het werkelijke. Als men de EPC-waarde als basis zou gebruiken, leidt dat tot een verkeerd gedimensioneerde installatie en onrealistisch korte afschrijftermijnen.
Een tweede raad is om rekening te houden met de koelvraag. Door betere isolatie en warmere zomers zal dat meer en meer gevraagd worden. Passieve koeling, hetzij door nachtventilatie, hetzij door een omkeerbare geothermische installatie, zijn dan energiezuinige oplossingen. Voor dit project werd gebruik gemaakt van roosters in de ramen voor intensieve nachtventilatie. Bij balansventilatie met warmteterugwinning kan men gebruik maken van adiabatische koeling van de afvoerlucht. Anderzijds mag actieve koeling geen taboe meer zijn, zeker niet als de elektriciteit wordt geproduceerd door PV-panelen.
Voor verwarming is een warmtepomp een voor de hand liggende keuze, maar men moet een open geest houden ten opzichte van alternatieven. Zo kan directe elektrische verwarming in de badkamer zinvol zijn, of een pelletketel. In dat laatste geval moet men wel een model kiezen dat nog nauwelijks vervuilende uitstoot heeft.
Als conclusie van de avond mogen we stellen dat er verschillende oplossingen mogelijk zijn. Het komt erop aan de creativiteit te laten werken.











