FEDERATIES
Install Magazine 982 – maart 2022
Energetische renovatie van appartementen
Webinar van VCB
In het streven om het gebouwenbestand klimaatneutraal te maken, vormen flatgebouwen een aparte uitdaging. Er zijn eerst en vooral specifieke technische complicaties, eigen aan hoogbouw. Minstens even belangrijk zijn echter de economische en administratieve drempels als gevolg van de eigendomsstructuur en de beslissingsprocedure van een VME. De Vlaamse overheid is zich hiervan bewust, en werkt aan een reeks instrumenten om de renovatie van appartementen in een stroomversnelling te krijgen.
De uitdaging
Marc Dillen, directeur generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw, schetste de uitdaging: ongeveer 30% van het gebouwenbestand bestaat uit appartementen. Die moeten stuk voor stuk omgevormd worden tot klimaatneutrale slimme gebouwen. Daarbij gaat het niet alleen om binnenluchtkwaliteit en thermisch comfort; er moet ook rekening gehouden worden met het stijgende gebruik van elektrische voertuigen Energetische renovatie houdt veel meer in dan de isolatiegraad van de bouwschil optrekken: technieken worden belangrijker dan ooit.
Op weg naar 2050
Roel Vermeiren van VEKA gaf een overzicht van hoe de weg naar 2050 eruit kon zien. Een eerste vaststelling is dat de toestand niet bepaald schitterend is. De gemiddelde energieprestatie van appartementen is wel beter die dat van eengezinswoningen omwille van de bouwwijze, maar we zijn nog ver van het streefdoel van een algemeen A-label. Positief nieuws is dat de gemiddelde energieprestatie van appartementen jaar na jaar verbetert, maar dat is hoofdzakelijk te wijten aan het grotere aandeel van nieuwbouw. Er is wel renovatie, maar het tempo ligt ver onder de 3% per jaar, die vereist is om de doelstellingen tegen 2050 te halen. Een eerste hinderpaal is een gebrek aan kennis bij syndici. Verder hebben heel wat oudere flatgebouwen af te rekenen met achterstallig onderhoud, zodat er eerst allerlei andere werken moeten worden uitgevoerd, vooraleer men kan denken aan een betere energieprestatie. Tenslotte speelt ook de eigendomsstructuur mee, waardoor sommige aspecten de verantwoordelijkheid zijn van de individuele eigenaar, en andere beslist moeten worden door de VME.
EPC als instrument
VEKA ziet een grote rol weggelegd voor het EPC. Dat werkt nu alleen sensibiliserend, maar men zou het ook kunnen gebruiken om verplichtingen op te leggen. De invoering van het E-peil is op dit vlak een inspirerend voorbeeld. Door een systematische verstrenging, gespreid over een voldoende lange periode, heeft men er niet alleen voor gezorgd dat de energieprestatie van nieuwbouw systematisch verlaagde. Het gaf ook de sector de kans om te anticiperen op de toekomstige eisen, zodat het gerealiseerde gemiddelde E-peil steevast beter was dan de eisen. Een gelijkaardig scenario zou mogelijk zijn voor de bestaande bouw aan de hand van het EPC.
Specifiek voor appartementen is er het EPC Gemene Delen ingevoerd. In tegenstelling tot wat men kan denken, is dat geen EPC-label voor de gemeenschappelijke delen zoals de traphal of de inkom. Het is wel een beoordeling van die delen van een gebouw waar de VME over moet beslissen. We kunnen daarbij denken aan daken of gevels, maar ook aan centrale stookplaatsen of gemeenschappelijke ventilatie-installaties. Het EPC-gemene delen heeft geen energielabel zelf, maar het vormt wel een onderdeel van het EPC van de individuele wooneenheden. Op die manier worden investeringen door de VME in gemeenschappelijke delen gevaloriseerd in een betere score voor de appartementen.
De invoering van het EPC GD was voorzien voor 2022, maar de coronacrisis heeft stokken in de wielen gestoken. Er is dus een aangepaste kalender ingevoerd: gebouwen van 15 wooneenheden of meer moeten sinds begin dit jaar beschikken over een EPC GD. Op 1 januari 2023 zijn de gebouwen met 5 of meer wooneenheden aan de beurt, en op 1 januari 2024 moeten alle appartementsgebouwen erover beschikken.
Financiering en premies
Het financiële aspect is ook een knelpunt. VME’s beschikken zelden over voldoende reservekapitaal om grote werken aan te pakken. Om daaraan te verhelpen is het werkingsgebied van de renteloze Vlaamse Energielening uitgebreid naar VME’s, die ook zelf een kredietverzekering kunnen afsluiten. Deze lening is bestemd voor werken aan de gemene delen, en kan gecombineerd worden met individuele energieleningen aan eigenaars voor de renovatie van hun appartement. Zo kan een eigenaar inpikken op een vernieuwing van een centrale stookplaats om een labelpremie voor zijn eigen woning aan te vragen. Daarnaast is er nog een hele waaier van steunmaatregelen via Fluvius, onder meer om het effect van het wegvallen van de terugdraaiende teller te compenseren.
Energiegemeenschappen
Jan Van Vaerenbergh (Fluvius) ging in op de beschikbare premies en op de mogelijkheden van energiegemeenschappen. Deze laatste zijn een formule waarbij de opbrengst van de productie van groene energie verdeeld kan worden onder verschillende gebruikers. Dat is bijzonder interessant voor appartementsgebouwen. Tot nu toe was de aansluiting van een PV-installatie namelijk gebonden aan een bepaalde teller. Voor appartementen hield dat concreet in dat een gemeenschappelijke installatie alleen maar kon dienen voor de gemeenschappelijke teller, wat de mogelijke opbrengst meestal beperkte tot de liften en de verlichting van de gangen en inkomhal. Met deze formule wordt het mogelijk om het overschot aan stroom te verdelen onder de bewoners, zodat men tot een eigenverbruik van 100% kan komen. Deze regeling wordt in verschillende fasen ingevoerd. De laatste fase is voorzien voor begin 2023. Dan moet het mogelijk zijn om een energiegemeenschap op te richten tussen afnemers met contracten bij verschillende leveranciers, en worden alle vormen van groenestroomproductie in aanmerking genomen, niet alleen PV.
Wat de premies betreft, worden er enkele nieuwe ingevoerd die interessant zijn voor de verwarmingssector. Zo is de premie sturing elektrische warmte. Dit is een steun voor wie investeert in regelsystemen om het verbruik van elektrische verwarmingstoestellen (accumulatieverwarming, boilers, warmtepompen en warmtepompboiler...) aan te sturen om het eigenverbruik te verhogen en/of gebruik te maken van een piekaanbod in productie.
Eind vorig jaar werd ook een retroactieve investeringspremie hernieuwbare energie beslist. Deze slaat op bestaande installaties, met uitzondering van PV-installaties (maar dus wel warmtepompen, brandstofcellen, WKK....) en moet het wegvallen van de regeling van de terugdraaiende teller compenseren. Om in aanmerking te komen, moet de installatie voor maart 2021 in werking gesteld zijn.
Daarnaast zijn er nog andere steunmaatregelen. Specifiek voor de toepassing in appartementen is het handig dat premies voor werken aan de gemene delen kunnen aangevraagd worden door de syndicus.
Warmtenetten
Warmtenetten, en dan zeker gecombineerde warmte-koudenetten zijn een veelbelovende techniek om collectiviteiten of gebouwenclusters koolstofneutraal te maken. Michael Verbiest (Iftech) gaf aan hoe zoiets in de praktijk kan, in combinatie met geothermie en warmtepompen. Voor residentiële gebouwen zijn er nog geen voordelen, maar het principe werd al wel toegepast in de Gare Maritime op de Tour & Taxis site in Brussel.
De voornaamste conclusie is dat de Vlaamse overheid de eigenheid van appartementsgebouwen erkent, en ook aangepaste formules uitwerkt om energiezuinige renovatie te bevorderen.
Door Alex Baumans













