VERWARMING
Install Magazine 978 – september 2021
Overheidsstudie over gas in 2050
Nog wel gas, maar weinig voor verwarming
De federale overheidsdienst economie liet een studie uitvoeren over de energietoekomst van België tegen het jaar 2050, en wat de rol van gas daarin kon zijn. De conclusie is dat er dan nog een grote rol voor gas is weggelegd, maar dat het dan wel moet gaan om klimaatneutrale gassen, en dat ze voor andere doeleinden worden ingezet dan nu. Zo zullen ze hoofdzakelijk dienen voor elektriciteitsproductie, industrie en vervoer, terwijl gebouwenverwarming op gas de uitzondering wordt. De studie ziet ook een toekomst voor België als draaischijf in het transport van groen gas. De studie ‘De rol van gasvormige energiedragers in den klimaatneutraal België’ is verkrijgbaar op de site van de federale overheidsdienst economie.
De energietransitie en het energietrilemma
De overschakeling op koolstofneutrale energiebronnen zal het energielandschap grondig veranderen. De energietransitie zal zich afspelen op het snijpunt van wat het energietrilemma genoemd wordt: duurzaamheid, betrouwbaarheid en zekerheid van bevoorrading. De studie gaat ervan uit dat gassen noodzakelijk zullen zijn om die doelstellingen te bereiken. Dat neemt niet weg dat elektrificatie een belangrijk aspect van de energietransitie wordt. De studie verwacht dat het elektrisch verbruik in België tegen 2050 zal verdrievoudigen tot 250 TWh.
Tegelijk zou het gasverbruik ongeveer gelijk blijven in de EU. Dat is hoofdzakelijk te verklaren door een verschuiving van andere energiebronnen (onder meer vloeibare brandstoffen) naar gas. De samenstelling en gebruik van het gas zullen wel grondig wijzigen. Op dit ogenblik is aardgas goed voor 95% van het verbruik in Europa. De overige 5% komen voornamelijk voor rekening van biogasinstallaties. Tegen 2050 wordt de mix: 52% waterstof en afgeleiden, 32% methaan en 16% biogas of biomethaan. Technisch is het nu al mogelijk om methaan in een gesloten kringloop te gebruiken: de koolstof wordt uit de lucht gehaald om er opnieuw methaan van te maken met behulp van waterstof. Dit principe is een van de mogelijkheden voor CCS/U: Carbon Capture and Storage/Utilisation. De kosten en complicaties zijn nog echter van die aard dat het niet op industriële schaal toepasbaar is. Bovendien veronderstelt dit een bron van goedkope groene waterstof in grote hoeveelheden. Ook die is nog niet voorhanden.
Verschuiving van de toepassingen
Qua verbruik gaat de studie uit van een sterke daling van de energievraag van gebouwen door een betere isolatie en de overschakeling op warmtepompen. Gas zou dan in de eerste plaats gebruikt worden om de elektriciteitsproductie te verzekeren, (40%) als vervanger van steenkool en kernreactoren. Verder zou gas naar de industrie (26%) en naar transport (15%) gaan. In dit scenario vertegenwoordigen ebouwen en landbouw samen slechts 13% van het totale gasverbruik.
Opmerkelijk in dit verband is dat de studie wel een toekomst in verwarming ziet voor biopropaan, meer bepaald voor afgelegen gebouwen als aanvulling op warmtepompen in hybride installaties.
Draaischijf voor import
Via Power to Gas, waarbij groene energie wordt gebruikt om koolstofneutraal gas te produceren (in de eerste plaats waterstof) wordt het ook beter haalbaar om groene energie te importeren en transporteren. Gezien het uitgebreide gasnet waar België over beschikt, kan ons land een draaischijf worden in deze handel. Nu al is meer dan het helft van het volume aardgas dat door de leidingen van Fluvius gaat, bestemd voor transit. Deze infrastructuur kan aangepast worden voor andere gastypes zoals waterstof, waardoor België een schakel kan worden in de vergroening van de Europese gassector.
Door Alex Baumans









