VERWARMING  
Install Magazine 978 – september 2021

Vlaamse richtlijnen over houtstook

Ontwerp van schoorstenen en gebruik van toestellen

Houtverwarming maakt gebruik van een hernieuwbare brandstof en levert als zodanig een bijdrage in de strijd tegen de klimaatverandering. Het is echter niet zonder problemen: zo veroorzaakt houtverbranding heel wat schadelijke uitstoot, denken we maar aan fijnstof, maar ook dioxines en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Wil houtstook echt duurzaam zijn, dan moet de uitstoot zo laag mogelijk gehouden worden, en dat kan alleen met juist ontworpen installaties die op een goede manier gebruikt worden. Daarrond heeft de Vlaamse overheid twee documenten uitgebracht: “Code van Goede Praktijk voor huishoudelijke houtverwarming – gebruik van het toestel” en “Leidraad voor de aanleg van rookgasafvoer en ventilatiemonden.” Beide studies werden uitgevoerd door Vito en zijn beschikbaar op de website van het Vlaams Departement Omgeving.

Green Deal

De achtergrond van deze documenten is de Green Deal Huishoudelijke Houtverwarming die in 2018 werd afgesloten tussen de Vlaamse overheid en de beroepsorganisatie Agoria CIV. Samen met 21 andere partners engageren ze zich om houtstook minder vervuilend te maken door een sanering van het bestand aan toestellen en een verbetering van het stookgedrag. Vorig jaar kwam er al een studie van Best Beschikbare Technieken (BBT) uit, die zich voornamelijk richtte op het ontwerp van de stooktoestellen. De nieuwe richtlijnen slaan enerzijds op het gebruik van het toestel zelf, en anderzijds op een veilige en effectieve aanleg van het rookgaskanaal.

Goed gebruik

De gebruiker heeft een doorslaggevende invloed op de totale uitstoot van houtverwarming. Het begint bij de brandstof: als een kachel gebruikt wordt als een kleine afvalverbrandingsoven, is er van milieuwinst geen sprake. Wil men de uitstoot van schadelijke stoffen vermijden, dan stookt men alleen met zuiver hout, dat niet te vochtig is (hooguit 15%) en bewaard werd onder goede omstandigheden. Het is overigens aangeraden om het hout voor gebruik te controleren met een vochtmeter. In het geval van verwerkte brandstof zoals pellets of houtbrikketten, komen alleen gecertificeerde producten in aanmerking, van duurzame kweek (FSC- of PEFC-label). Eenmaal de kachel in werking is, moet de gebruiker waken over een goede luchttoevoer: niet te veel, maar ook niet te weinig, want dat leidt tot onvoldoende verbranding. De luchttoevoer afsluiten om het vuur in een kachel tijdens de nacht te laten doorsmeulen is eveneens afgeraden.

Qua onderhoud vallen toestellen die zijn aangesloten op een CV-systeem onder de onderhoudsplicht voor verwarmingsketels. Voor individuele kachels moet men uiteraard de voorschriften van de fabrikant volgen. Verder moet men regelmatig kijken of alle componenten nog naar behoren werken: sluit de deur nog goed, zitten er geen raampjes los enzovoort. Het is eveneens belangrijk dat er niet teveel as in de branderkamer blijft liggen. Deze as mag niet gebruikt worden als bodemverbeteraar. Een jaarlijkse schouwveegbeurt, aangevuld met en controle van dichtingen en luchttoevoer mag evenmin achterwege blijven.

Rookgasafvoer

Een goede afvoer van de rookgassen is noodzakelijk om de milieuhinder te voorkomen. Behalve de impact op de algemene luchtvervuiling, kan houtstook ook voor directe rookhinder voor omwonenden zorgen, onder meer als de rook in de aanzuig van een ventilatiesysteem terecht komt. Over het beperken van rookhinder zijn echter geen Belgische of Europese normen voorhanden. In opdracht van het Vlaams Gewest hebben Vito en het WTCB dan ook een leidraad opgesteld om deze leemte te vullen. Het document geeft regels voor een correcte plaatsing van de uitmonding van schoorstenen en van ventilatiekanalen, om problemen te voorkomen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het al gaat om een correct gedimensioneerde rookgasafvoer voor een goed werkend stooktoestel. De nadruk ligt op het vermijden van hinder voor de omgeving, niet op de werking van de schoorsteen zelf. Voor dat laatste zijn er andere normen van toepassing.

Deze leidraad heeft geen dwingend karakter. Welke oplossingen worden toegepast, moet bepaald worden in functie van elke concrete situatie. Het document legt ook geen verplichtingen op in die gevallen waar er geen hinder is. Het kan wel als basis dienen voor lokale politie- of milieureglementen, maar dat is dan de beslissing van de lokale overheid in kwestie.

Onderwerpen die worden aangesneden zijn de uitvoering en dimensionering van het rookgaskanaal, met aandacht voor brandveiligheid en bestandheid tegen corrosie; het ontwerp van het ventilatiesysteem, en de positionering van de uitmonding van de schoorsteen. Bij dat laatste moet men ervoor zorgen om voldoende trek te genereren en tegelijk hinder met omliggende zones te vermijden, zoals de aanzuig van ventilatiesystemen, maar ook personen op straatniveau of op nabijgelegen terrassen. Ten slotte worden verschillende oplossingen voorgesteld voor bestaande hindersituatie, aan de hand van een beslissingsboom en handige overzichten.

Open haarden vermijden

Deze leidraad slaat alleen op stooktoestellen (ketels, kachels, inzethaarden....) en dus niet op open haarden. De stookkarakteristieken van open haarden zijn moeilijk te vatten (nominaal vermogen, rookgastemperatuur...) wat een passend ontwerp van het rookgaskanaal bemoeilijkt. Bovendien is het erg problematisch om de uitstoot van open haarden te beheersen. Het advies is dan ook om ze buiten dienst te nemen en te vervangen door alternatieven die gesloten kunnen werken, zoals inzetcassettes.

Kwaliteit van de verbranding

Bij problemen van rookhinder zijn er lang niet altijd ingrijpende bouwkundige maatregelen nodig. Veelal bestaat de oplossing erin om de kwaliteit van de verbranding te verbeteren, en zijn er helemaal geen aanpassingen aan het rookgaskanaal nodig. Oorzaken zijn dikwijls het gebruik van de verkeerde brandstof (te vochtig of behandeld hout) of omdat men de kachel tijdens de nacht laat smeulen om de volgende ochtend snel weer op te stoken. Hier kan men verwijden naar de CGP voor het gebruik van stooktoestellen. In sommige gevallen kan het ook aangewezen zijn om de kachel te vervangen. Zoals in andere aspecten van houtstook is het gebruikersgedrag de spil van alles.

Door Alex Baumans

www.omgeving.vlaanderen.be