VENTILATIE EN KLIMATISATIE  
Install Magazine 974 – februari 2021

Het belang van een gezond binnenklimaat

Vlaamse Confederatie Bouw informeert over ventilatie

We brengen het grootste deel van de tijd binnen door, dus is een goede kwaliteit van de binnenlucht van groot belang voor de gezondheid. Het coronavirus heeft dat aspect nog een extra dimensie gegeven. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) organiseerde dan ook een webinar over dit onderwerp. De sprekers kwamen uit diverse hoeken: wetenschappelijk onderzoek (Marianne Stranger van Vito), controle-organismen (Maarten De Strycker van BCCA), de industrie (Davy Duvilier van Renson) en de professionals (Niels Soenen van Hamster Cleaning).

Aerosolen en virussen

De snelle verspreiding van het coronavirus doet de vraag rijzen of en hoe ventilatie kan bijdragen om de pandemie te bestrijden. Er zijn verschillende manieren waarop men besmet kan raken: via oppervlakken, direct contact of door zwevende waterdruppels in de lucht. De grotere druppels (meer dan 5 μm) vallen relatief snel op de grond, waar het verdere risico miniem is. De druppels van minder dan 5 μm, daarentegen, blijven een hele tijd rondzweven, soms zelfs tot 3 uur. Om die te bestrijden, moet men voldoende ventileren zodat er geen gevaarlijke concentraties ontstaan. Tevens moet men het probleem ook bij de bron aanpakken: vermijden dat er te veel mensen in een kleine ruimte komen.

De vervuiling zit binnen

Los van de virusproblematiek, zijn er nog tal van andere, meer traditionele, vormen van vervuiling. Meest bekend zijn natuurlijk vocht en CO2, maar daarnaast is er ook fijnstof, schimmels en tal van chemicaliën, in de eerste plaats vluchtige organische componenten (VOC), naast NOx, SOx enzovoort. Daarbij geldt dat de bronnen van vervuiling zich voornamelijk in het gebouw bevinden. Voor vocht en CO2 is dat gemakkelijk te begrijpen, de aanwezigheid daarvan heeft immers te maken met de gebruikers, maar ook voor VOC en NOx is dat het geval.

Het komt er dus op aan om in de eerste plaats de bronnen te verwijderen. Men kiest dus best voor bouwmaterialen en verven met zo weinig mogelijk schadelijke uitstoot. Ook schoonmaakmiddelen, luchtverfrissers en andere solventen produceren echter dampen.

Meten is de basis van alles

Men moet dus voldoende ventileren, maar hoe weet men of het debiet voldoende is? De meeste bronnen van luchtvervuiling zijn immers onzichtbaar. Bovendien is het effect van een slechte ventilatie doorgaans niet meteen merkbaar: de gezondheidsklachten treden pas op na een langere blootstelling. Zeker in gevoelige omgevingen zoals scholen, is een vorm van monitoring daarvoor aangewezen. Renson brengt hiervoor een gebruiksvriendelijk toestel uit, de Sense. Het meet in de eerste plaats CO2, maar ook een reeks andere parameters. In de visie van Renson kan er zo een toestel in elke klas worden geplaatst, zodat er actie kan ondernomen worden als er alarmdrempels worden overschreden.

Maar ook in de installatie zelf moet er afdoende gemeten worden. Als de vereiste debieten niet gehaald kunnen worden door fouten in het ontwerp (drukverliezen, selectie van de ventilator) of de uitvoering (luchtlekken), dan zijn alle verdere maatregelen vergeefs. Vanuit BCCA dringt men er dus op aan dat men de juiste meetmethodes gebruikt om debieten te meten. Bij spleetventielen meet men bijvoorbeeld best in het achterliggende luchtkanaal. Dat veronderstelt wel dat de installatie zo is aangelegd dat men kan meten. Dit aspect moet al meegenomen worden in het ventilatie-voorontwerp (VVO) zodat de ventielen en kanalen voldoende bereikbaar zijn om te kunnen meten.

Vormen van vraagsturing

Ventileren betekent energieverbruik, zowel direct door het elektrisch verbruik van de ventilatoren, als indirect door warmteverliezen via de afvoerlucht. Men ventileert dus best niet meer dan nodig. De klassieke manier om dat te bereiken is vraagsturing: sensoren meten dan constant de luchtkwaliteit en sturen de ventilatoren in functie daarvan aan. Het type sensoren moet wel aangepast zijn aan de aard van de belasting.

We ademen CO2 uit, dus de CO2-concentratie is een goede aanduiding voor de ventilatiebehoefte in verblijfsruimtes, kantoren, vergaderzalen, klassen en dergelijke. Badkamers, daarentegen, zijn zelden druk bezet. Daar is een sturing op basis van de luchtvochtigheid dus meer aangewezen dan een op aanwezigheid. Als men daar alleen op aanwezigheid zou sturen, zal de ventilatie stoppen zodra de persoon de badkamer verlaat, ook al blijft er nog veel vocht in de lucht hangen. Omgekeerd heeft het geen zin om in een slaapkamer te ventileren in functie van de luchtvochtigheid: daar zijn er nauwelijks vochtbronnen, en is de behoefte zo goed als volledig veroorzaakt door de aanwezigheid van personen.

Voor specifieke belastingen kan men werken met VOC-voelers. Die reageren in de eerste plaats op geuren, en zijn dus nuttig in toiletten of keukens. Ook in andere toepassingen waar bijvoorbeeld oplosmiddelen vrij komen, kunnen deze voelers ingezet worden.

Uiteraard kan men voor specifieke vormen van vervuiling nog een gespecialiseerde sensor inschakelen, maar dat zijn dan eerder uitzonderlijke gevallen.

Noodzaak van warmteterugwinning

Door de warmte uit de afvoerlucht te recupereren, kan men ook de ventilatieverliezen verkleinen. Dat is typisch voor systeem D waar de inblaaslucht wordt verwarmd door de afvoerlucht. Dat systeem is echter altijd complexer dan een zonder warmteterugwinning. Of die extra complexiteit de moeite waard is, hangt af van het gebruik van de ruimtes in kwestie. Als die ruimtes namelijk niet of nauwelijks verwarmd worden, zal warmterecuperatie maar weinig opleveren. Hoe meer een ruimte verwarmd wordt, hoe meer winst men kan halen met warmteterugwinning.

Gebruiker blijft de centrale schakel

Veel problemen met ventilatiesystemen zijn te wijten aan verkeerd gebruik of een gebrek aan onderhoud. Het is dus van kapitaal belang dat de eindklant op de hoogte is van welk systeem hij heeft en hoe het werkt. Intelligente vraagsturing kan een hulp zijn, waarbij de werking grotendeels geautomatiseerd wordt. Sensoren en apps die de luchtkwaliteit zichtbaar maken, dragen ook bij tot de sensibilisering. Als de gebruiker een duidelijk signaal krijgt dat er iets mis is, kan hij tijdig ingrijpen.

Door Alex Baumans

www.vcb.be