VENTILATIE EN KLIMATISATIE
Install Magazine 974 – februari 2021
Ventileren in tijden van corona
Het coronavirus stelt ons nog altijd voor uitdagingen. Een daarvan is de rol van aerosolen in de verspreiding ervan, en samenhangend daarmee welke ventilatiemethoden best geschikt zijn om infecties te beperken. In het kader van de Brussels Summit 2020 van Rehva, die nu volledig online doorging, werd een technische sessie aan dit onderwerp gewijd. We vatten enkele punten voor u samen.
Rehva is de koepelorganisatie van de verschillende nationale verenigingen van HVAC-technici in Europa. Als vooraanstaand kennisplatform formuleert Rehva aanbevelingen over verschillende aspecten van HVAC en binnenklimaat. Zo heeft de verenigingen ook een reeks raadgevingen uitgebracht in verband met het indijken van de verspreiding van het coronavirus. Ons inzicht in het gedrag van het virus verandert echter maand na maand. Rehva houdt dan ook de vinger aan de pols van het onderzoek, en past de richtlijnen indien nodig aan in functie van nieuwe resultaten.
Ramen en deuren dichthouden?
Een eerste vaststelling is dat er tegengestelde eisen worden gesteld aan gebouwenventilatie. De reden is erg eenvoudig, naargelang de vervuiling van buiten of van binnen komt, zijn er precies omgekeerde maatregelen nodig. Treedt er ergens luchtvervuiling op in de buitenlucht, bijvoorbeeld door een brand of een incident in de industrie, dan is het advies eensluidend: binnenblijven en ramen en deuren sluiten. Men is dan gebaat met een dichte bouwschil en een systeem dat zoveel mogelijk in recirculatie kan werken. Gaat het echter om een verontreiniging die te maken heeft met de personen in de ruimte, dan geldt net het omgekeerde: zoveel mogelijk buitenlucht naar binnen trekken. Als ontwerper moet men ergens een compromis kiezen in functie van de meest waarschijnlijke gebeurtenis.
Daarnaast spelen ook andere aspecten mee, zoals thermisch comfort en energieverbruik. Door het ventilatievoud te verhogen, verbruikt men niet alleen meer energie voor het systeem zelf, men vergroot ook de ventilatieverliezen. Dat staat haaks op het streven naar energie-efficiënte ventilatie. Als men grote hoeveelheden buitenlucht inblaast in de winter, stijgt ook de kans op tochtverschijnselen, wat nefast is voor het comfort. De kans op ongewenste effecten is dan nog groter. De ervaring leert dat ventilatiesystemen die te veel tocht veroorzaken, doorgaans worden afgezet, met alle gevolgen vandien voor het binnenklimaat. Men moet dus altijd goed overwegen wat men wil bereiken met de ventilatie, en de verschillende parameters in functie daarvan afwegen. Een universele oplossing bestaat dus niet.
Ventileren moet
We kennen allemaal de verspreidingsmethode van het virus via speekseldruppeltjes. Die vallen vrij snel op de grond, wat de reden is achter de anderhalvemeterregel. Er zijn echter meer en meer aanwijzingen om aan te nemen dat het virus zicht ook via microscopische druppels verspreidt, met een afmeting tot 3 micron. Deze druppels vormen een aerosol die vrij lang in een ruimte kan blijven zweven. Een goede ventilatie is dus nodig om de concentratie onder een aanvaardbare drempel te houden. De precieze manier waarop een dergelijke besmetting gebeurt, is nog niet helemaal bekend. Bovendien is het niet evident om naderhand exact te reconstrueren hoe een en ander in zijn werk is gegaan. We weten echter van een aantal besmettingsgevallen die perfect verklaard kunnen worden door een gebrek aan ventilatie en/of ventilatie met teveel recirculatie van lucht.
In dit verband plaatst Rehva ook een bedenking bij de waarschuwingen tegen dwarsventilatie die wel eens gegeven worden. Het is wel waar dat dwarsventilatie de aerosol kan verspreiden binnen een ruimte. Anderzijds is het een effectieve manier om verse lucht in een ruimte te krijgen, en dat is nog altijd belangrijker om de verspreiding van het virus te remmen. Met onvoldoende verse lucht zal het virus zich sowieso doorheen de ruimte verspreiden.
Luchtkwaliteit monitoren
Het komt er dus op aan om de binnenluchtkwaliteit te bewaken. Daarvoor raadt Rehva aan om CO2-sensoren te gebruiken. Voor een goed begrip, het CO2-gehalte heeft als zodanig niets te maken met de concentratie aan virussen. Een gezond persoon ademt net zo goed CO2 uit als een besmet. Bovendien is de hoeveelheid CO2 die we uitademen vrij constant, terwijl het aantal virusdeeltjes -de zogenaamde ‘quanta’- sterk kan variëren naargelang de persoon en naargelang de activiteit. In rust ademt een besmet persoon ongeveer 3 quanta per uur uit, bij roepen of zingen is dat 270 quanta per uur.
Anderzijds is het CO2-gehalte een betrouwbare maat om de vervuiling van binnenlucht door personen te meten. De bezetting van een ruimte is tegelijk ook de grootste risicofactor in coronabesmetting: hoe meer personen, hoe groter het risico. Voor CO2 bestaan er al heel wat sensoren en regelsystemen voor op de markt. Door die toe te passen kan men eenvoudig en doeltreffend garanderen dat er voldoende verse lucht wordt aangevoerd. Bovendien is het in elk geval aan te raden om het CO2 gehalte op peil te houden, ook zonder virussen. Dat men dan ook de besmettingsquanta verwijdert, is mooi meegenomen. Uiteraard is het nog beter om direct aan virusdetectie te doen, zeker in gevoelige ruimtes, maar op dergelijke toepassingen is het nog even wachten.
Rehva pleit er dan ook voor om aan een continu monitoring van de binnenluchtkwaliteit te doen, minstens op basis van CO2. De toestand kan dan aangegeven worden volgens het patroon van een verkeerslicht met groen-oranje-rood. Dat geeft de gebruikers een duidelijke aanduiding over de nood aan ventilatie.
Evenwichtsoefening
Effectief ventileren blijft echter een evenwichtsoefening. Het thermisch comfort moet bewaard blijven. Als dat niet gegarandeerd wordt, zullen de gebruikers het ventilatiesysteem afzetten, en is alles een maat voor niets. Als een voldoende debiet onmogelijk blijkt, kan men kijken naar luchtreinigers of ontsmetting, bijvoorbeeld met UV. Verder moet men ook naar het energieverbruik kijken. Meer ventileren verbruikt niet alleen zelf meer energie door de ventilatoren, het vergroot ook de ventilatieverliezen. Ook hier moet men een afweging maken. Warmteterugwinning kan een uitkomst bieden. In hoeverre dat een bijkomend risico betekent op besmetting, moet nog verder onderzocht worden. De bestaande studies zijn al vrij oud en slaan dus niet op de meest recente toestellen. Tot die gegevens beschikbaar zijn, blijft het echter een moeilijke afweging.
Door Alex Baumans
Figuren: Rehva












