VERWARMING  
Install Magazine 972 – oktober 2020

Mogelijkheden voor schone houtstook

Studies van TNO en Vito

De milieu-effecten van houtstook krijgen meer en meer aandacht. Het gebruik van lokaal hout is interessant in de strijd tegen het broeikaseffect. De CO2 die vrijkomt bij verbranding, is namelijk niet van fossiele oorsprong, maar werd eerder opgenomen uit de atmosfeer. Anderzijds kan houtverbranding leiden tot schadelijke uitstoot, in de eerste plaats van roet en fijnstof, maar ook van vluchtige organische componenten (VOC). Recent verschenen twee studies over deze kwestie. Het Nederlandse TNO publiceerde een rapport over overlast door rook van houtkachels. In België bracht het Vito een studie rond de Best Beschikbare Technieken (BBT) voor huishoudelijke houtverwarming uit..

Detectiemethoden

De Nederlandse studie ging uit van de problematiek van klachten van omwonenden over houtrook. Dergelijke klachten zijn een subjectief gegeven. Een eerste vraag is dan om na te gaan of men de aanwezigheid van houtrook objectief kan vaststellen. Dat laatste gebeurt liefst op een zekere afstand om beter de impact op de omgeving te meten. Bovendien is het praktischer: de meting kan op straatniveau gebeuren in plaats van op het dak, bij de uitmonding van de schoorsteen.

De TNO-onderzoekers concludeerden dat metingen van koolstofmonoxide (CO) een goede eerste indicator zijn voor de aanwezigheid van houtrook: de verhoging van de concentratie tegenover het achtergrondniveau is typisch voor houtstook. Houtverbranding is echter niet de enig mogelijke bron van CO, dus moeten er aanvullende metingen gebeuren om na te gaan dat het wel degelijk om houtstook gaat. Daarvoor kan men best Black Carbon (roet) meten, en eventueel ook formaldehyde.

Remedies

TNO onderzocht ook twee methoden om de milieu-effecten van houtstook te verminderen. Een eerste betrof de schoorsteenlengte. Om zo weinig mogelijk nadelige effecten te hebben op straatniveau moet de schoorsteen minsten 0,5 m boven de nok uitsteken. Verdere verhogingen hebben weinig bijkomend effect. Daarbij moet men er uiteraard voor zorgen dat de juiste schoorsteentrek verzekerd wordt. Hoge schoorstenen leiden tot meer trek, en het kan nodig zijn om een trekbegrenzer in te bouwen. Omgekeerd kunnen regenkappen tot een te lage trek leiden. Roterende regenkappen of kappen met een windvaan hebben hier de voorkeur.

Daarnaast werd het effect van een elektrostatische precipitator (ESP) bekeken. Dat toestel geeft de stof- en roetdeeltjes in de rookgassen een elektrische lading, waardoor ze tegen de filterwand neerslaan en opgevangen kunnen worden. Volgens testen van TNO kan een ESP de uitstoot van fijnstof spectaculair verminderen. Onder goede omstandigheden ligt de uitstoot 97 tot 87% lager, in functie van de meetmethode.

De conclusie is dan ook dat er relatief eenvoudige manieren zijn om eventuele overlast te verminderen.

Houtstook in Vlaanderen

De BBT studie van het Vito kwam er in het kader van de Green Deal huishoudelijke houtverwarming voor Vlaanderen, die tot doel heeft om schadelijke uitstoot van houtstook met minstens 50% te reduceren tegen 2030. Het team ging na welke technieken mogelijk zijn om de prestaties van nieuwe toestellen te verbeteren, en welke mogelijkheden er zijn om oudere toestellen te moderniseren. Bij dat laatste moet men de afweging maken in welke mate modernisering zinvol is tegenover vervangen door een nieuw toestel.

Houtstook is een breed en complex gegeven en de studie beoordeelt een ruime waaier van stookinstallaties en technieken, van een eenvoudige open haard tot een volautomatische pelletketel. Welke technieken aangewezen zijn, hangt af van het type toestel en van de omstandigheden. Wie dat alles in detail wil nalezen, gaat beter direct naar de studie. We beperken ons tot twee algemene opmerkingen over houtstook.

Milieu-effecten

Houtstook levert een duidelijke bijdrage tot de luchtverontreiniging in Vlaanderen. Dat effect treedt hoofdzakelijk op tijdens het stookseizoen, een vaststelling die niemand mag verbazen. Volgens de Vlaamse milieumaatschappij is houtverwarming in Vlaanderen verantwoordelijk voor

  • 28% van het fijnstof PM10
  • 44% van het fijnstof PM2,5
  • 66% van het benzo(a)pyreen
  • 22% van de dioxines.

Uit een meetcampagne van de VMM in Dessel bleek dat in de winterperiode een derde van het fijnstof PM10 afkomstig was van houtverbranding. De uitstoot kan alleen omlaag door een combinatie van een ander stookgedrag en schonere toestellen.

Gebruiker als stoorfactor

De vervanging van oude kachels door moderne, schonere toestellen heeft een gunstig effect op de uitstoot. Hoe groot dat effect werkelijk is, is moeilijk in te schatten. De meetresultaten onder genormeerde omstandigheden of tijdens laboratoriumtests wijken immers sterk af van die in de praktijk. Metingen voor normen vinden immers plaats onder optimale omstandigheden, met brandstof van goede kwaliteit, de juiste instellingen enzovoorts. Bovendien worden de uitstootpieken tijdens de opstartfase niet meegenomen in de beoordeling. Er zijn natuurlijk goede redenen om de metingen zo uit te voeren, maar daardoor ontstaat er een kloof met de realiteit. Houtverbranding is een complex proces en in de praktijk kunnen er allerhande dingen gebeuren waardoor dat niet optimaal verloopt. Het gedrag van de gebruiker zal dus in grote mate bepalen hoeveel uitstoot een gegeven installatie zal produceren.

Wellicht moeten we dus komen tot meer geautomatiseerde systemen, waarbij de invloed van de gebruiker wordt verminderd. We denken daarbij aan vlambewaking, rookgassondes, automatische luchttoevoer, automatische toevoer van brandstof (dat laatste in de eerste plaats bij pellets). Er zijn ook half-automatische systemen denkbaar. Daarbij moet de gebruiker nog wel een aantal ingrepen uitvoeren, maar wordt hij geholpen door een reeks sensoren, die melden of er moet worden bijgevuld, of de filters aan vervanging toe zijn enzovoort. Technisch is er heel wat mogelijk. Het nadeel is wel dat elk bijkomend stuk techniek het toestel duurder zal maken.

Veel hangt af van het beoogde gebruik. Als een kachel alleen voor sfeerverwarming wordt gebruikt, blijft de zin van allerlei gecompliceerde sturingsystemen beperkt. Dan is het eenvoudiger om een tijdelijk stookverbod af te kondigen als er vervuilingspieken optreden. Voor toestellen die als hoofdverwarming dienen, is een stookverbod natuurlijk niet haalbaar. In die gevallen zijn geautomatiseerde installaties een betere oplossing, omdat die meer garantie bieden dat de resultaten uit het labo ook de praktijk gerealiseerd worden.

Door Alex Baumans

www.vito.be

www.tno.nl