EVENEMENTEN
Install Magazine 971 – september 2020
Rol van de gasnetwerken in de energietransitie
Sector ziet groen gas als cruciaal
Men is er lang van uitgegaan dat decarbonisatie gelijk zou staan met een verregaande elektrificering. Die visie wordt echter meer en meer bijgesteld. Het aandeel van elektriciteit zal toenemen, zoveel is zeker, maar daarnaast zal er ook nog een rol zijn weggelegd voor het gasnet, om het energiesysteem de nodige flexibiliteit te geven dankzij de capaciteiten voor opslag en transport. In een webinar in het kader van European Sustainable Energy Week ging de vereniging Gas for Climate hierop in.
Gas of elektriciteit: een vals dilemma
Gas for Climate groepeert tien Europese gastransportbedrijven, waaronder Fluxys, en twee verenigingen van biogas. De vereniging is van oordeel dat het gasnetwerk zal noodzakelijk zijn om tot een efficiënte en betaalbare koolstofneutrale economie te komen in 2050. Het elektriciteitsnet zal namelijk moeten worden ondersteund door een bijkomend netwerk voor groen gas. In deze visie is de tegenstelling tussen gas en elektriciteit achterhaald. Men gaat ervan uit dat beide energiedragers op een koolstofneutrale manier zullen worden geproduceerd, en dat men dan de eigenschappen van beide kan benutten om de behoefte in elke situatie te dekken.
Het basisprobleem blijft dat de tijd en plaats van de productie van groene stroom niet dezelfde is als de tijd en plaats van de behoefte. Het is wel voordelig om op een winderige dag veel elektriciteit op te wekken door een windturbinepark op volle zee, maar als men geen manier vindt om daarmee een piekbehoefte af te dekken, die enkele maanden later en honderden kilometers verder optreedt, blijft het een maat voor niets. Het idee is dus om het overschot aan elektriciteit op te slaan onder de vorm van gas, en dat gas te gebruiken om pieken op te vangen of de zogenaamde ‘Dunkelfllaute’ op te vangen. Dat is de Duitse term voor periodes met lage zonne-instraling en weinig wind. In Noord-Europa kan zo een periode tot twee weken duren, het is dus van evident belang dat de elektriciteitsproductie dat kan overbruggen.
In een dergelijk scenario is er een wisselwerking tussen elektriciteit en gas. Bij productiepieken wordt de elektriciteit omgezet in gas, dat dan weer wordt gebruikt om elektriciteit te produceren als de vraag de directe productie overtreft. De seizoenschommelingen in de energievraag zullen immers blijven bestaan. Op dit ogenblik ligt het gasverbruik naargelang het land twee tot zes keer hoger in de winter dan in de zomer. Dat verschil in behoefte zal blijven bestaan, ongeacht of men nu verwarmt met een elektrisch aangedreven, dan wel een gasgestookt toestel. Een zekere vorm van opslag is dus nodig. Met het Europese gasnet beschikt men niet alleen over een infrastructuur met een grote opvangcapaciteit, het is tegelijk ook aangesloten op een fijnmazig verdeelnet.
Import van zonne-energie
Groen gas is ook gemakkelijk te transporteren, onder meer omdat er al een hele infrastructuur voorhanden is. Het voorbeeld van transport van windparken op zee naar industriegebieden diep in het binnenland, is al aangehaald. Een ander idee dat meer en meer opgang maakt is het bouwen van grote zonneparken in zonnige streken buiten Europa, in de eerste plaats dan Noord-Afrika, om van daar goedkope energie te importeren. Dat zou dan gebeuren in de vorm van gas, waarbij men gebruik kan maken van de bestaande pijplijnen en LNG-tankers en terminals.
Negatieve uitstoot
De term ‘groen gas’ is daarbij bewust algemeen gehouden. Het kan daarbij zowel gaan om waterstof, methaan, of een mengsel van beide. Vanuit het oogpunt van de energie-infrastructuur maakt dat zoveel niet uit. De sector is perfect in staat om elk type gas te transporteren. Toch is er een speciale rol weggelegd voor een specifiek type gas, namelijk koolstofpositief gas.
Als we de doelstellingen voor een koolstofneutrale economie willen behalen, dan zal er immers een negatieve uitstoot nodig zijn. Dat wil zeggen dat we broeikasgassen uit de atmosfeer moeten halen. Een van de mogelijkheden is dan de productie van gassen zoals methaan op basis van biomassa. Die biomassa wordt namelijk opgebouwd aan de hand van koolstof die de planten uit de atmosfeer opnemen. Daarnaast zijn er ook andere manieren mogelijk om koolstof uit de lucht op te vangen. Door die koolstof te gebruiken om weer brandstof te maken, kunnen we de cirkel sluiten. In die zin is de gasinfrastructuur een sleutelelement in een circulair energiesysteem.
Integratie door digitalisering
Een grotere wisselwerking tussen gas en elektriciteit vereist wel een veel grotere integratie van de markten. Producenten en gebruikers moeten immers weten of en waar er overschotten voorhanden zijn en waar de vraag is. Bovendien is een marktwerking noodzakelijk. Korte ketens waarbij energie lokaal geproduceerd en verbruikt wordt, hebben wel voordelen, maar moeten ingeschakeld worden in een grootschaliger netwerk. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat er lokale monopolies van de productie van groene energie ontstaan. Een open marktwerking is essentieel voor de EU.
Zoiets is alleen mogelijk met een grotere digitalisering van de energie-infrastructuur. De rol van de transportbedrijven en distributienetbeheerders van zowel gas als elektriciteit zal er dan in bestaan om alles in goede banen te leiden en om knelpunten en congestie op het net te vermijden. Ze moeten dus voldoende flexibiliteit kunnen aanbieden zowel in opslag als productie.
Kortom, het energielandschap van een koolstofneutrale maatschappij zal er gevarieerder uitzien dan eerst gedacht, met een eigen rol voor verschillende energiedragers.
Door Alex Baumans











