EVENEMENTEN
Install Magazine 962 – augustus 2019
OVED-congres kijkt naar handhaving en nieuwe EPC-regels
Vereniging van energiedeskundigen blikt vooruit
Dit jaar waren er een 150-tal leden van OVED, de vereniging van Vlaamse EPB-verslaggevers en EPC-deskundigen, afgezakt naar The Lab in Zwijnaarde voor het jaarlijkse congres. Onderwerpen waren onder meer nieuwe EPC-regels voor 2020, toelichting bij het handhavingsbeleid en de boetes, de veranderende rol van de energiedeskundige, en tenslotte een blik in de toekomst. De EPB-verslaggever is een volwaardige partner in het bouwproces geworden. OVED wil een rol spelen in deze evolutie, door enerzijds de instrumenten aan te reiken om het werk eenvoudiger te maken, en anderzijds proactief te overleggen met het beleid om pijnpunten te verhelpen. Tevens was de noodzaak voor samenwerking tussen de verschillende partners een terugkerend thema in het congres.
Vereniging als spil
OVED wil bruggen slaan tussen alle betrokkenen. In de eerste plaats gaat dat om contacten te bevorderen en kennis te verspreiden tussen de leden, maar ook de communicatie behoort tot de kerntaken, zowel met andere doelgroepen (architecten, fabrikanten...) als met het beleid. Zo is OVED uitgegroeid tot een gesprekspartner van de overheid. Het is immers in ieders belang dat het beleid ook effectief uitvoerbaar is. Feedback vanuit de praktijk kan daartoe bijdragen.
Concrete acties zijn onder meer een memorandum aan het beleid met het oog op de komende hervorming van de regels, de ‘EPB 2.0’. OVED dringt erop aan dat dit onder meer pragmatisch en toekomstbestendig moet zijn.
Handig is ook het meldingssjabloon voor EPB-problemen. Verslaggevers die op moeilijkheden stoten, en niet meteen een werkbare oplossing krijgen van VEA, kunnen dit invullen, waarna OVED de kwestie opnieuw aankaart bij VEA. Dit voorkomt dat VEA telkens apart op dezelfde vraag moet antwoorden. Via de OVED+ leden streeft de vereniging ook naar kennisverspreiding, zodat ervaringen gedeeld worden.
Verder heeft OVED voorbeeldfiches voor EPB-staving uitgewerkt, die steeds geactualiseerd worden. Dit helpt bouwheren om alle nodige EPB-info op te vragen bij architecten, aannemers, installateurs..
Om het werk van de energiedeskundige te valoriseren, is er een korte film gemaakt over wat het werk inhoudt. Dit moet potentiële klanten sensibiliseren om voor een ernstige deskundige te kiezen.
In dit kader heeft OVED ook een rekenblad opgesteld waarmee een energiedeskundige kan bepalen wat een billijke prijs zou zijn voor zijn diensten.
Nieuwe regels en handhaving
Een terugkerende klacht van de energiedeskundigen betreft betwistingen en boetes bij de controle van de aangiftes. Luc Peeters, administrateur-generaal van VEA, had zich in het hol van de leeuw gewaagd om het beleid daarrond toe te lichten. Eerst en vooral poneerde hij dat controles -en de daarbij horende boetes- een essentieel deel uitmaakten van de regels. Ze zijn verankerd in de EPBD-richtlijn en het Vlaamse Energiedecreet dat daarop gebaseerd is. Verder betoogde hij dat het VEA geenszins een heksenjacht op energiedeskundigen wil houden. In 2017-2018 waren er namelijk slechts 120 EPB-controles uitgevoerd, meestal als steekproef bij erg actieve verslaggevers. Voor de EPC’s zijn er 200-300 controles per jaar. Als men dan kijkt naar de fouten in de EPB-aangiftes, dan gaat het veelal om onzorgvuldigheden of aspecten die eenvoudig zijn vast te stellen met een bezoek ter plaatse, bijvoorbeeld bouwelementen (ramen, deuren...) die niet zijn ingegeven, het verkeerde type ketel of warmtepomp, het verkeerde aantal tappunten of ventilatie-openingen... Luc Peeters bestreed het idee dat VEA op alle slakken zout wil leggen.
Dat er toch enige subtiliteit bij de aangifte gemoeid is, werd bewezen door de traditionele OVED-kwis. Hierbij kregen de leden moeilijke gevallen uit werkelijke EPC- en EPB-situaties voorgeschoteld. Slechts één deelnemer legde een foutloos parcours af, wat er toch op wijst dat de regelgeving minder voor de hand ligt dan men kan denken. Zoals vele Vlaamse regelingen hebben ook deze voorschriften hun eigen logica. Zo kan een bepaalde factuur bijvoorbeeld wel als stavingsstuk dienen voor een EPB-aangifte, maar niet voor de EPC-aangifte. Een ander voorbeeld is dat het plaatsen van een verlaagd plafond de EPC-score aanzienlijk kan doen verslechteren. De gebruiksvriendelijkheid van de regels is nog niet optimaal, maar er wordt gewerkt aan een toekomstbestendig kader.
Nieuwe EPC-regels
VEA-medewerkers Sigrid De Coninck en Kathleen De Kerpel lichtten dan een tipje van de sluier op over twee toekomstige regelingen: het EPC gemene delen voor appartementen en het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen. Beiden worden vanaf 2020 ingevoerd, waarbij het EPC gemene delen verplicht wordt vanaf 2022. De redenering achter het EPC gemene delen is dat de energieprestatie van appartementen sterk beïnvloed wordt door de eigenschappen van de gemene delen, zoals de bouwschil of gemeenschappelijke installaties. Door een EPC gemene delen op te stellen, kan men dan al deze aspecten in een enkele keer op eenvormige manier invoeren. Wordt er dan een EPC opgesteld voor een van de wooneenheden, dan zullen alle aspecten van de gemene delen al vooringevuld zijn in de aangifte.
Het EPC kleine niet-residentiële gebouwen vertrekt van de vaststelling dat er vele commerciële gebouwen zijn (kantoren, winkels, B&B...) die door hun omvang en bouwwijze eerder aansluiten bij woningen dan bij utiliteiten. Een aparte regeling voor niet-residentiële eenheden van minder dan 500 m2, biedt een beter passende procedure.
De toekomst?
Twee keynote sprekers doorbraken het strikte kader van de energieprestatieregels en keken vooruit naar de technische ontwikkelingen. Piet Wielemans van Kamp C had het over de mogelijkheden van 3D-printing in de bouw. Die techniek heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen en ook in Kamp C staat er een experimentele opstelling. We moeten toch vaststellen dat de techniek voorlopig nog vooral beperkt is tot demonstratieprojecten en aankondigingen. Leen Peeters (Th!nk e) had het over het elektriciteitsnet van de toekomst. Decentrale opwekking, bidirectionele meters en lokale opslag op een evenwichtige manier implementeren is niet zo evident. Door bepaalde maatregelen ondoordacht in te voeren, bijvoorbeeld rond thuisbatterijen of energiegemeenschappen, riskeert men dat er meer problemen ontstaan dan er opgelost worden.
Van verslaggever naar adviseur
Kati Lamens van architectenvereniging NAV ging in op de wijzigende verhouding tussen architect en EPB-verslaggever. Deze laatste is meer dan een pure verslaggever die de acties van de architect vertaalt naar de energieprestatieregels. Het is een volwaardige adviseur met een eigen expertise waar de architect een beroep op kan doen, net als pakweg een expert in stabiliteit. Op basis van de aanbevelingen die OVED had gedaan aan architecten ging ze na hoe de samenwerking tussen beide beroepsgroepen nog kan verbeteren. De conclusie is dan ook dat de EPB-adviseur een vaste plaats heeft in het bouwproces, met de architect als integrator die alle aspecten samenbrengt. Energiebewust bouwen is immers meer dan het optellen van energiebesparende maatregelen.
Door Alex Baumans
Figuren: VEA
www.oved.be/energiecongres-2019-ppt











