FEDERATIES
Install Magazine 960 – mei 2019
Nieuwe energieconcepten voor de gebouwde omgeving
11de Energiecongres van de Vlaamse Confederatie Bouw
Dit jaar was de energietransitie het centrale thema van het Energiecongres van de Vlaamse Confederatie Bouw. De klimaatdoelstellingen staan meer dan ooit in de belangstelling, en de bouwsector is klaar om daar een antwoord op te bieden. Daarvoor zijn er niet alleen nieuwe technieken nodig, maar ook nieuwe concepten om de energievoorziening te organiseren. Hernieuwbare energie wordt immers vooral decentraal opgewekt. Om dat in goede banen te leiden, rekent men op lokale energiegemeenschappen. Hoe dat concreet verloopt, wordt uitgezocht in proefprojecten binnen de zogenoemde regelluwe zones. Een ding is zeker: in het energiesysteem van de toekomst zullen slimme systemen een centrale rol spelen.
Het gebouwenbestand blijft een uitdaging
Het Energiecongres van de VCB vond ook dit jaar weer plaats in centrum Lamot in Mechelen. Vaste gasten Marc Dillen (VCB) en Luc Peeters (VEA) gaven een stand van zaken van de bouwsector en de reglementering in Vlaanderen. Als we naar de nieuwbouw kijken, zijn de resultaten bemoedigend: energiezuinig bouwen is de standaard geworden in Vlaanderen. De energetische renovatie van het gebouwenpark verloopt echter erg traag. Volgens Marc Dillen is het cruciaal dat de transactiemomenten benut worden: als een gebouw van eigenaar verandert, is dat het moment bij uitstek om het energetisch te renoveren. Hij rekent daarbij op instrumenten zoals de woningpas en het EPC-certificaat om de nieuwe eigenaar transparant te informeren over wat er aan de woning moet verbeterd worden.
Verder moet men volop inzetten op slimme gebouwen. In het decentrale energielandschap van de toekomst zal de waarde van een gebouw ook afhangen van de geïntegreerde intelligentie. Bouwen wordt meer dan gewoon stenen stapelen: technieken maken nu een essentieel deel van het proces uit.
De regelgeving moet daarbij volgen, en VEA is volop aan het werk om de voorschriften te moderniseren. Daarbij wil men de huidige EPB en EPC-reglementen samenvoegen en de rekenmethode vereenvoudigen. Volgens Luc Peeters gaat er niet om de reglementen strenger te maken, maar wel slimmer. De beoordeling moet ook rekening houden met de intelligentie van gebouwen, onder meer via de Smart Readiness Indicator (SRI).
Lokale energiegemeenschappen
Minister van Energie Lydia Peeters benadrukte de nood aan een nieuwe organisatie van de energiesector. Van een centrale energie-opwekking op basis van fossiele bronnen gaan we naar een decentrale productie van hernieuwbare energie. Door de veralgemening van PV-panelen telt Vlaanderen nu 400.000 kleine energieproducenten. Een manier om die te organiseren zijn de lokale energiegemeenschappen, waarbij een of meer producenten energie leveren aan afnemers in de buurt. Dat kan een industrievestiging zijn die een warmtenet bevoorraadt, een school die buiten de schooluren zonne-energie levert aan de buurt, of buren die onderling groene elektriciteit uitwisselen. Dergelijke concepten kunnen worden uitgetest in een ‘regelluwe zone’. De Vlaamse overheid verleent dan vrijstelling van bepaalde regels zodat innoverende concepten gerealiseerd kunnen worden.
Voor Ronny Belmans (Energyville) is de toekomst van de energieproductie decentraal. Dat heeft zijn gevolgen voor het energiebeleid. We moeten de kernuitstap niet opvangen door te investeren in grote centrales, wat hij ‘dinosaurussen van het energielandschap’ noemt, maar in een flexibel systeem dat kan inspelen op het aanbod van groene energie. Naarmate de vraag overeenkomt met de productie, benadert de prijs van energie het nulpunt. In een dergelijk scenario is de kWh niet de belangrijkste factor in de energieprijs, maar andere aspecten zoals zekerheid van levering of aansluitvermogen.
Bij de uitbouw van decentraal systeem moeten verschillende factoren wel tegen elkaar worden afgewogen. Comfort moet daarbij centraal staan: het energiesysteem is er voor de gebruikers en niet omgekeerd. Verder moet men de voordelen van flexibiliteit evalueren ten opzichte van het verlies van efficiëntie. Het kan wel zinvol zijn om verwarmingssystemen te sturen in functie van het energie-aanbod, op voorwaarde dat het rendement er niet te veel onder lijdt. Het zal erop aan komen om de balans te houden. Experimenten in regelluwe zones of, om het met de Engelse term te zeggen ‘regulatory sandboxes’ kunnen hier nuttige informatie leveren.
Energiestromen beheren in slimme gebouwen
In een tweede deel werd het congres opgedeeld in parallelsessies, waarbij telkens een andere invalshoek aan bod kwam: optimalisatie van de bouwschil, optimalisatie van de energiestromen tussen gebouwen en optimalisatie van de energiestromen binnen het gebouw. We geven kort de conclusies van deze laatste workshop weer.
Zoals uit de bijdrage van Pedro Pattijn (Ingenium) bleek, zijn er al heel wat methoden waarop men energie die anders verloren zou gaan, toch kan valoriseren, zodat men heel wat winst kan boeken qua energie-efficiëntie. Een predictieve regeling, zoals nu wordt ontwikkeld aan de KULeuven, kan de werking van een installatie ook optimaliseren. Over het algemeen is er een sterk optimalisatiepotentieel in gebouwen. De basis van alles zijn data. Vincent Diericks (Efika Engineering) stelde dat metingen ter plaatse een absolute noodzaak zijn. Het werkelijke verbruik van gebouwen kan immers sterk verschillen van wat energielabels of berekeningen laten vermoeden. Alleen door ons te baseren op praktijkmetingen kunnen we er achter komen wat echt werkt. Er zijn nu al vele gegevens beschikbaar, maar die zitten dikwijls versnipperd bij diverse organisaties (VEA, VREG, distributienetbeheerders, overheden...). Door die samen te brengen kan men al een accurater beeld krijgen van de werkelijke prestatie van het gebouwenbestand.
Uitdagingen voor de toekomst
Uit het afsluitend panelgesprek kwamen een aantal aandachtspunten naar voor. Een selectie:
Er is een wettelijk kader nodig voor lokale energiegemeenschappen. Over de perceelgrenzen heen werken, kan nog lukken, maar zodra de openbare weg moet worden overgestoken, is dat veelal een onoverkomelijke hindernis.
BIM wordt ongetwijfeld een belangrijke factor in het bouwproces, zeker voor grotere projecten. Een toekomstgerichte EPB-reglementering zou dus bruggen moeten slaan naar BIM, zodat gegevens uit de ontwerpsoftware vlot kunnen worden overgenomen in de aangifte. De opkomst van BIM doet ook een groeiende vraag naar IT-specialisten in de bouw ontstaan.
Regulatory sandboxes zijn geen wondermiddel. Enerzijds kan Vlaanderen in zo een regelluwe zone alleen maar een afwijking toestaan op aspecten die binnen de eigen bevoegdheid vallen. Eisen op federaal of Europees vlak blijven gelden; het AREI om maar iets te noemen. Anderzijds is er al veel mogelijk binnen de bestaande regels, en hoeft men niet per se een uitzondering aan te vragen, mits wat creativiteit en goede wil.
Tenslotte moet de overheid haar voorbeeldfunctie ernstiger opnemen. In de bouwprojecten van de overheid zelf moet energie-efficiënte en innoverende techniek al te vaak wijken voor budgettaire overwegingen.
Door Alex Baumans











