OPLEIDING
Install Magazine 952 – augustus 2018
Een BEN-gebouw zetten met een budget van 5.000 euro
STEM-building project van Provil Lommel
Nieuwe technieken zinvol integreren in een schoolcontext blijft een uitdaging. Bij het Provinciaal Instituut Lommel (Provil) heeft men daar een originele oplossing voor gevonden. De bouw van hun STEM-building is niet alleen een uniek praktische invulling van het begrip STEM, het is ook een manier om banden te leggen met de bedrijfswereld en andere onderwijsniveaus.
Een school met een STEM-visie
STEM, kort voor Science, Technology, Engineering and Mathematics, is een concept dat razendsnel aan belang wint binnen het Vlaamse onderwijslandschap. Die trend sluit volledig aan bij het aanbod van Provil, dat een brede waaier aan opleidingen in TSO en BSO heeft op het vlak van elektriciteit, mechanica en bouw. De school telt in totaal ruim 630 leerlingen in TSO/BSO, een honderdtal in de formule van deeltijds leren, en 120 in het BuSO. Gezien de oriëntatie op techniek en bouw hecht de school veel belang aan STEM, op diverse niveaus. De directie wilde dat vertalen in een project waar dat praktisch aan bod zou komen.
Edustrial Funding
Het basisidee was dat de leerlingen een BEN-gebouw zouden optrekken op de campus, waarbij ze de nieuwste bouwmethoden en installatietechniek concreet zouden toepassen. Dit project werd gesteund met 5.000 euro vanuit het departement onderwijs. Met dat bedrag springt men echter niet zo ver; er moest dus steun gezocht worden vanuit andere hoeken. Provil ging dus op zoek naar partners vanuit de sector, in het kader van het zogenaamde ‘edustrial funding’, wat slaat op het samengaan tussen ‘educatie’ en ‘industrie’. Het enthousiasme van Provil werkte aanstekelijk, en al snel kwam men tot een team van een vijftigtal partners. Dat waren voornamelijk bedrijven, maar er waren ook twee hogescholen en enkele sectororganisaties bij, waaronder Constructiv. Zo kwam men tot een project dat werkelijk alle segmenten van de bouwsector mobiliseerde.
Praktijk voor de leerlingen
Het centrale concept is dat alles door de leerlingen zelf wordt gerealiseerd. Eerst krijgen ze natuurlijk een opleiding in de techniek in kwestie. Dat kan in de school gebeuren of bij de bedrijven. Daarna gaan ze aan de slag onder toezicht van leerkrachten en vakmensen. Daarbij voert iedereen zijn eigen specialiteit uit en worden ook alle niveaus betrokken: TSO, BSO, deeltijds leren en BuSO. Bovendien namen hogeschoolstudenten van Thomas More deel aan het ontwerp en dimensionering van de verschillende technieken (verwarming, koeling, ventilatie, warmteverliesberekening...) in het kader van hun eindwerk. Op die manier krijgen de leerlingen een voorproefje hoe het er in de realiteit aan toe gaat. Daar is alles immers niet netjes ingedeeld in vakken en niveaus, maar moet men samenwerken over de verschillende specialismen en opleidingsniveaus heen.
De aanpak bleek een groot succes. Voor de leerlingen is het immer bijzonder motiverend om de nieuwste technieken in de praktijk te brengen. Voor sommige systemen was het zelfs de primeur voor Vlaanderen. Weten dat je de eerste realisatie in haar soort helpt realiseren, geeft een andere dimensie aan het schoolwerk. Het beste bewijs voor de motivatie was dat de leerlingen er geen probleem me hadden om ook nog in hun vrije tijd verder aan het project te werken, om alles afgewerkt te krijgen tegen de inhuldiging.
State of the art
Het project was uitgetekend om zoveel mogelijk technieken aanbod te laten komen. Zo is de gelijkvloerse verdieping uitgevoerd is massiefbouw, met daarop een tweede verdieping in houtskeletbouw, compleet met een indrukwekkende overhang. Het gebouw is uitgerust met een balansventilatie en voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van ventiloconvectoren van Jaga en vloerverwarming een klimaatplafond van RBM. De warmte wordt geleverd door een warmtepomp van Viessmann, met een origineel systeem als warmtebron. Als de buitenlucht warm genoeg is, wordt de warmte namelijk onttrokken aan statische zonnecollectoren, die best te vergelijken zijn met zonnecollectoren voor zwembadverwarming. Als die te kort schieten, wordt overgeschakeld op een buffer met ijsopslag. Dat laatste kan in de zomer als koudebron dienen voor freecooling, waardoor de ijsbuffer geregeneerd wordt. Dit slechts een greep uit de bouw- en installatietechnische ingrepen, andere kenmerken zijn een doorgedreven luchtdichtheid, een PV-installatie, een gestuurde ledverlichting, regenwaterhergebruik...
De regeling gebeurt door middel van een PLC van Siemens, die ook instaat voor de sturing van het elektrisch systeem, inclusief de PV-panelen en ledverlichting. Er is ook een uitgebreid project van monitoring opgestart om te zien of de vooropgestelde resultaten in de praktijk behaald worden.
Voorbeeldproject
De ervaring die bij dit project wordt opgedaan, blijft niet beperkt tot school zelf. Provil heeft al een traditie van ondersteuning van STEM-cursussen en projecten voor andere scholen uit de streek. Hier werd nog een stap verder gezet. In samenwerking met Constructiv werd lesmateriaal ontwikkeld op basis van de ervaringen, dat vrij downloadbaar is op de website van het project. Ook worden er workshops georganiseerd en zullen de partners het gebouw kunnen gebruiken voor seminaries en demonstraties. Het Stembuilding wordt dan de kern van een lerend netwerk dat de school overstijgt.
Inhuldiging
Het project werd anderhalf jaar geleden gestart, en strekt zich uit over drie schooljaren. Eind mei werd het gebouw officieel ingehuldigd in aanwezigheid van partners en geïnteresseerden. Limburgs gedeputeerde J.-P. Peuskens prees dit project als een voorbeeld van de talentontwikkeling die de huidige maatschappij nodig heeft. Wouter Pinxten, specialist duaal leren van het departement onderwijs, benadrukte het belang van de wisselwerking tussen bedrijfsleven en school. Zeker in de technische richtingen is het onmogelijk om met schoolmiddelen alleen de leerlingen een kwaliteitsvolle omkadering te bieden. Samenwerking met de bedrijfswereld is daarbij aangewezen.
R. Degens van de Corda-campus in Hasselt stelde dat de economische monocultuur van de vorige generaties, waarbij een streek afhankelijk was van een enkel bedrijf zoals een mijn of een fabriek, achterhaald is. Hij pleitte voor een campusmodel waarbij verschillende bedrijven de infrastructuur van een bepaalde site delen, en zo tot synergiën komen. Dat model is ook bij uitstek geschikt om de muren tussen school en bedrijfswereld te slopen. Zo volgen IT-studenten van de plaatselijke PXL-hogeschool hun cursussen op de Corda-campus.
Door Alex Baumans












