EVENEMENTEN
Install Magazine 940 – mei 2017
Energie-efficiënt bouwen in een schaarser wordende ruimte
Negende energiecongres van de Vlaamse Confederatie Bouw
Energie-aspecten nemen een alsmaar belangrijkere plaats in het bouwproces in. Het jaarlijkse energiecongres van de VCB is een goede gelegenheid voor een stand van zaken. De negende editie, die plaatsvond in congrescentrum Lamot in Mechelen, had drie thema’s: centrale versus decentrale energievoorziening, de wet op mede-eigendom en energiezuinige bouw en renovatie, en tenslotte stedelijke verdichting en energetisch rendement. Uit de uiteenzettingen onthouden we dat de bouwsector voor een grote uitdaging staat. Er zijn oplossingen voorhanden, maar er moeten ook drempels worden weggewerkt. Een belangrijk aspect daarbij is dat men op grotere schaal moet kunnen kijken, over de perceelgrenzen heen.
Op naar 2050
De EU heeft een pad uitgetekend naar een gedecarboniseerde maatschappij in 2050. Dat zal een grote invloed hebben zowel op de nieuwbouw als op het gebouwenbestand. In de inleidende algemene sessie werd een stand van zaken gegeven door Luc Peeters (administrateur-generaal VEA), Peter Cabus (secretaris-generaal Ruimte Vlaanderen) en Marc Dillen (directeur-generaal VCB).
De uitdagingen zijn enorm. Om te beginnen is de energieprestatie van het gebouwenbestand niet schitterend. Ongeveer 18% van de woningen in Vlaanderen heeft geen dakisolatie en nog 10% heeft nog enkel glas, om van de gemiddelde leeftijd van een verwarmingsinstallatie maar te zwijgen. Volgens gegevens van VEA heeft 13% van de woningen een structureel ontoereikende kwaliteit, dat komt overeen met ongeveer 350.000 woningen. Als we naar een algemene BEN-standaard willen, wordt de taak nog groter. Het VCB heeft becijferd dat er tegen 2050 dan ruim 2,65 miljoen woningen ingrijpend gerenoveerd moeten worden.
Bovendien zijn de prognoses het erover eens dat ondertussen de bevolking zal toenemen. Ruimte Vlaanderen gaat ervan uit dat er in die periode 600.000 inwoners gaan bijkomen, met andere woorden ruwweg het equivalent van de huidige bevolking van Antwerpen. Ook voor hen moet woongelegenheid worden gecreëerd.
Anderzijds zijn er ook hoopvolle tekens. Zo daalt het E-peil van de nieuwbouwwoningen gestaag. Nu al voldoet 34% van de nieuwbouwhuizen aan de BEN-norm, voor appartementen ligt dat cijfer lager. Tegelijk daalt het ruimtebeslag. Het veelgeciteerde cijfer van 6 hectare open ruimte die per dag zou ingenomen worden in Vlaanderen, klopt niet meer. Het is gedaald tot 4 hectare, en in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zal dit verder dalen. Bovendien denkt men volop aan innoverende oplossingen, zoals nieuwe woonvormen of energietransitiewijken. Er zijn dus heel wat ontwikkelingen gaande, het komt erop aan om die beweging in een stroomversnelling te brengen.
Centraal en decentraal
Na de algemene inleiding werden de drie thema’s besproken in parallelle workshops. In de sessie over centrale versus decentrale energievoorziening waren er drie sprekers, gevolgd door een vragenronde. Jan Desmet (UGent) belichtte de mogelijkheden om de zelfconsumptie van PV-stroom te vergroten, Yves Geboers (Gebo), bijgestaan door Luc Van de Velde (Ecotherm) gingen in op collectieve installaties met warmtepompen, en Glen Verheyen (Stabo) stelde een project van een energieneutrale wijk voor.
Een vaststelling is dat de sectoren van elektriciteit en verwarming een omgekeerde evolutie kennen. Bij elektriciteit komt men van een sterk gecentraliseerd systeem, en heeft men te maken met een groeiend aandeel plaatselijke productie, voornamelijk door zon en wind. In verwarming is de opwekking hoofdzakelijk binnen het perceel zelf, en begint men te denken aan de overschakeling op meer gecentraliseerde oplossingen, zoals centrale stookplaatsen en warmtenetten. Naargelang de sector, hebben de termen ‘centraal’ en ‘decentraal’ dus een andere lading, wat wel eens tot begripsverwarring kan leiden.
Wat de zelfconsumptie van PV-stroom betreft, is lokale opslag een goede oplossing, maar het gunstig effect topt snel af. Jan Desmet pleitte voor een zogenoemde 1x1x1 verhouding: 1 kWp vermogen voor 1 MWh verbruik en 1 kWh opslag. Een pijnpunt is dat in het huidige tariefsysteem energie besparen niet altijd gelijk staat met geld besparen. Een groot deel van de rekening bestaat uit vaste kosten, waardoor de elektriciteitsfactuur eigenlijk een verkapte belastingbrief is. Als consumenten het resultaat van hun inspanningen nauwelijks voelen, zullen ze uiteraard niet geneigd zijn om te investeren in besparing.
Op het vlak van geothermische warmtepompen zijn er interessante mogelijkheden voor collectieve systemen, waarbij individuele woninginstallaties aangesloten zijn op een gemeenschappelijk boorveld. Dat heeft de soepelheid in gebruik en de eenvoud van de kostenverdeling van een indivduele installatie, terwijl de kosten van de boring verdeeld kunnen worden over meerdere verbruikers.
Voor een echt energieneutrale aanpak denkt men best op grotere schaal. Geïntegreerde concepten op wijkniveau openen mogelijkheden, en kunnen ook de kosten drukken door schaalvoordelen. Volgens de studie van Stabo komt men dan uit op interessante terugverdientijden.
Aanpak op wijkniveau blijft moeilijk
Het congres werd afgesloten met een panelgesprek met Katelijne D’Hauwers (Verenigde Eigenaars), Bram Claeys (ODE), Peter Cabus (Ruimte Vlaanderen) en Marc Dillen (VCB). Het panel becommentarieerde de conclusies van de verslaggevers van de workshops en beantwoordde vragen die uit de zaal kwamen of per SMS werden doorgestuurd.
Een van de conclusies was dat er vooral in collectieve woningen en projecten nog administratieve en legale drempels waren. De huidige wetgeving op de mede-eigendom is niet bevorderlijk voor ingrijpende energierenovatie, laat staan sloop en heropbouw van appartementsblokken. Bovendien zijn er aangepaste formules nodig om warmtenetten en energietransitiewijken mogelijk te maken. Initiatiefnemers stoten nu nog te veel op administratieve rompslomp en onzekerheden, wat investeerders afschrikt.
De visie van de regering
Het laatste woord was voor Vlaams minister van energie Bart Tommelein, die aanwezig was via een videoboodschap en zich verder liet vertegenwoordigen door zijn energieadviseur, Jochen De Smet. De basisboodschap is dat Vlaanderen haar verantwoordelijkheid wil opnemen in de energietransitie. Groene warmte speelt daar een essentiële rol in. Verder erkende hij onder meer dat de integratie van innoverende technieken met bewezen prestaties in de EPB-berekening vlotter moet kunnen. Financiering blijft ook een belangrijk aandachtspunt. Positief is dat er meer banken meestappen in het project van energieleningen. Een andere mogelijkheid is derdepartijfinanciering. Op dit vlak ziet de Vlaamse overheid vooral een rol weggelegd voor ESCO’s, aparte energiebedrijven die instaan voor de modernisering van installaties, en energie leveren volgens een leasingformule.
Door Alex Baumans












